Versie: Maart 2018

Inleiding algemeen

Met ingang van 1 januari 2018 hebben wij een veiligheids- en gezondheidsbeleid opgesteld. Het doel van het beleid is om kinderen, medewerkers en ouders een veilige en gezonde speel- en leefomgeving te bieden waarbij eventuele risico’s tot een minimum beperkt worden.

Het beleid wordt continue geactualiseerd en bijgewerkt. Zo blijven we scherp en kunnen we ook bij veranderingen in de omgeving of situatie, zoals bij verbouwingen of veranderingen in de inrichting, beschikken over een beleid dat direct toegepast kan worden.

We kunnen met dit plan niet alle incidenten voorkomen. Er kan altijd iets misgaan. Daarom vinden wij het belangrijk dat we naast een actueel beleid ook kinderen leren om op een goede manier met risico’s om te gaan. Het zijn leermomenten die zij ook thuis kunnen toepassen.

Mocht u aanvullingen hebben of tegen iets aan lopen dat in het beleid moet worden opgenomen, dan horen we dat heel graag. We staan altijd open voor suggesties om de buitenschoolse opvang (BSO) nog veiliger en gezonder te maken.

Kwaliteit coördinator

Om het beleid op het gebied van veiligheid en gezondheid te bewaken hebben wij een coördinator die de kwaliteit op het gebied van het beleid en de uitvoering van dit beleid controleert, bijstelt en handhaaft.
De kwaliteit coördinator bij de buitenschoolse opvang is: Sharon Stolp

Inleiding veiligheidsbeleid

Het veiligheidsverslag is een beknopte en overzichtelijke samenvatting van alles wat er binnen de buitenschoolse opvang op het gebied van veiligheid is gebeurd. Het is een levend document dat ieder kwartaal en bij bijzonderheden zoals een verbouwing, verandering van de inrichting of na een incident wordt aangepast. In het veiligheidsbeleid zijn, conform de afspraken binnen de Kwaliteit en Innovatie Kinderopvang 2018, de grootste risico’s en maatregelen op het gebied van veiligheid en incidenten opgenomen.

Als bijlage is een actualisatielijst toegevoegd waarin wij aangeven wanneer het beleid voor het laatst is aangepast en wat de reden voor deze aanpassing is geweest.

Risico’s en maatregelen algemeen


1)   Kind komt met vingers tussen de deur of het raam

Alle deuren die een risico vormen zijn beveiligd middels veiligheidsstrips. Deze worden ieder kwartaal gecontroleerd op beschadigingen en werking. Indien nodig worden deze vervangen.

2)   Kind komt in aanraking met elektriciteit
Aan kinderen wordt geleerd dat ze niet aan stopcontacten mogen zitten en alleen met toestemming van een medewerker mogen ze een stekker in het stopcontact steken. Daarnaast voorkomen wij zoveel mogelijk de aanwezigheid van losse snoeren.
Elektrische apparaten worden buiten handbereik geplaatst. Elektrische apparaten die door de kinderen bediend mogen worden staan laag en stabiel.

3)   Struikelen en uitglijden
Om te voorkomen dat kinderen, medewerkers of ouders struikelen of uitglijden zorgen we ervoor dat er open speelruimtes zijn gecreëerd waarbij vaste meubels niet in het looppad of centraal in de speelruimte worden geplaatst. Er wordt niet gedweild in het bijzijn van lopende kinderen, natte plekken op de vloer worden direct drooggemaakt en speelgoed dat niet gebruikt wordt moet worden opgeruimd. Binnen mag er niet worden gerend.

4)   Bezeren aan oneffenheden in muren en meubilair

Ieder kwartaal controleren wij het gehele pand op oneffenheden in muren, zoals uitstekende spijkers en schroeven. Oneffenheden die het risico vormen dat kinderen zich hieraan bezeren, worden direct verwijderd. Ook wordt het meubilair gecontroleerd op scherpe hoeken, randen of beschadigingen die een risico vormen. Is dit het geval dan wordt er direct actie ondernomen om dit te verhelpen of het meubilair wordt verwijderd. Het meubilair dient degelijk en veilig te zijn.

5)   Kind valt door glazen ruit
Alle ramen die een risico vormen waarbij kinderen door de ruit kunnen vallen, zijn voorzien van veiligheidsglas. Daarnaast hebben wij afspraken met de kinderen gemaakt om het risico op incidenten te minimaliseren door niet te gooien met spullen en te rennen in de ruimtes.

6)    Kind rent ongezien naar buiten / kind wordt vermist
Het grootste risico dat een kind vermist wordt is tijdens breng- en haalmomenten. Wij zijn er erg alert dat de deuren en hekjes naar buiten gesloten zijn. Ook zijn er afspraken gemaakt met de ouders of verzorgers wie de kinderen wel of niet mogen ophalen. Zonder nadrukkelijke toestemming van de ouders wordt een kind nooit aan een ander persoon (dan is afgesproken) meegegeven. Daarnaast zorgen we ervoor dat er conform de wettelijke eis voldoende pedagogisch medewerkers aanwezig zijn die toezicht houden. Zij weten altijd welke en hoeveel kinderen er in de groep aanwezig zijn. Dit geldt ook voor uitstapjes die we met de kinderen maken. Indien een kind toch wordt vermist, treedt het protocol “Vermissing kind” in werking. Dit protocol is toegevoegd als bijlage.

 7)   Kind gaat zelfstandig vanuit school naar de BSO of vanuit de BSO naar huis
Op het moment dat ouders aangeven dat hun kind vanuit school alleen naar de BSO of vanuit de BSO alleen naar huis mogen, moeten zij daar eerst schriftelijke toestemming voor geven door middel van het protocol “Kinderen alleen naar huis”.

Entree / Gang
1)     Kind valt van de trap of over balustrade
Kinderen tussen 4 – 7 jaar zijn nooit zonder toezicht aanwezig in de entree. Het hekje bovenaan de trap dient altijd gesloten te zijn op het moment dat er kinderen aanwezig zijn in de entree.
Kinderen mogen niet spelen op de trap en dienen rustig de trap op en af te lopen.
Kinderen mogen absoluut niet klimmen op het hekje, de balustrade of de kapstok.

2)   Uitgangen zijn niet toegankelijk
In verband met de brandveiligheid zorgen we er altijd voor dat de gangpaden toegankelijk zijn en de nooduitgangen goed bereikbaar zijn.

Keuken
1)   Kind komt in aanraking met chemische middelen, medicijnen, scherpe messen of aanstekers/lucifers
Schoonmaakmiddelen, medicijnen, scherpe messen en aanstekers/lucifers worden altijd buiten het bereik van kinderen opgeborgen (hoog en/of afgesloten). Ook hebben wij de afspraak gemaakt dat de tassen van de medewerkers en ouders buiten het bereik van kinderen moeten worden opgeborgen.

2)   Een kind verbrandt zichzelf
Hete dranken worden niet in het directe bijzijn van kinderen genuttigd of geplaatst. We plaatsen hete dranken altijd op een zo veilig mogelijke plek buiten handbereik van de kinderen. Oudere kinderen die zelf hete drank drinken, zoals bijvoorbeeld een kop thee, wordt geleerd dat zij hier voorzichtig mee om moeten gaan. Kinderen die mogen helpen met afruimen of opruimen zijn nooit zonder toezicht in de keuken en mogen enkel de koude kraan bedienen.

Leefruimtes 4 – 6 jaar en 7 – 12 jaar

1)   Kind bezeert zich aan speelgoed
Het speelgoed is afgestemd op de juiste leeftijdsgroep en dient veilig te zijn. Kapot speelgoed dat een risico vormt waarbij kinderen zich kunnen bezeren wordt verwijderd of gerepareerd.

2)   Kind verblijft in te warme ruimte
Het pand is zeer goed geïsoleerd waardoor de warmte erg lang kan blijven hangen. Om te voorkomen dat de kinderen uitdrogen bij warmte volgen wij boven de 25 ºC de regels volgens het hitteprotocol op (bijgesloten als bijlage). Uiteraard staat er gedurende de dag zoveel mogelijk de ventilatieroosters, luikjes en deuren open, en hebben wij meerdere (grond-)ventilatoren. Als het buiten koeler is dan binnen dan zijn we lekker veel buiten met de kinderen.

3)  Kind komt in een onveilige situatie doordat de groep te groot is
De groepen zijn overzichtelijk en de pedagogisch medewerkers zorgen dat zij toezicht kunnen houden op alle kinderen. Er zijn altijd voldoende pedagogisch medewerkers conform de bkr (beroepskracht-kindratio). Dat is op de buitenschoolse opvang één pedagogisch medewerker op 10 kinderen.

4)   Kind is niet veilig doordat een onbekende ongewenst de ruimte inkomt
Bij de intake geven de ouders aan wie hun kinderen wel en eventueel niet mogen ophalen en daar moeten wij ons te alle tijden aan houden. Als een ander dan aangegeven het kind komt ophalen wordt het niet meegegeven maar nemen wij eerst contact op met de ouder.
Als er wordt aangebeld wordt er pas open gedaan na het zeggen van de naam en wie er opgehaald wordt. Ouders worden geïnstrueerd om geen onbekenden binnen te laten als ze eventueel achter hun aan lopen, en de deur goed achter zich te sluiten.

Sanitaire ruimtes

1)   Kind komt in aanraking met chemische middelen
Schoonmaakmiddelen worden altijd buiten het bereik van kinderen opgeborgen (hoog en/of afgesloten).

Buitenruimtes algemeen

1)   Kind valt/struikelt over object of ander kind
De buitenruimtes beschikken over voldoende speel- en loopruimte. Aan kinderen wordt geleerd om goed te kijken waar je loopt/rent/fietst.

2)   Kind droogt uit
Bij hoge temperaturen wordt onder andere extra drinken aangeboden aan alle kinderen en de inspanning wordt aangepast. Zie ook ons hitteprotocol welke is bijgevoegd als bijlage.

3)   Kind krijgt zonnesteek/verbrand door de zon
Bij extreme hitte beperken we de duur van het buiten spelen en vermijden we grote inspanning.
Tussen 12.00u en 15.00u is de zon dan te fel en wordt er liever niet buiten in de zon gespeeld.
Als de zon schijnt van april tot oktober worden alle kinderen, ongeacht huidskleur of afkomst, ingesmeerd met zonnebrand minimaal factor 30.

Buitenruimte aangrenzend

1)   Kind verdrinkt in een opblaaszwembadje
Als tijdens de warme zomerdagen de zwembadjes gevuld zijn en in de buitenruimte staan, houdt er constant iemand toezicht op het zwembadje. Zie ook het gezondheidsbeleid.

2)   Kind bezeert zich aan zwerfafval
Ongeveer twee maal per week (afhankelijk van het weer) wordt de buitenruimte gecontroleerd op zwerfafval of andere zaken die een risico vormen voor de veiligheid en/of gezondheid van kinderen. Omdat het een binnenplaats betreft en enkel bewoners van de flat toegang hebben tot de galerijen, hebben wij nauwelijks tot geen last van zwerfafval. Hoogstens wat papiertjes of een stapel bladeren.

3)   Kind valt van speeltoestel
In de buitenruimte bevindt zich een speelhuisje en een wipkip welke prima geschikt zijn voor de leeftijd van de kinderen. Aan kinderen wordt geleerd hoe het speeltoestel te gebruiken (niet op de verkeerde manier klimmen of hangen) om ongelukken zoveel als mogelijk te voorkomen.

Buitenruimte niet-aangrenzend (het park)

1)   Kind raakt betrokken bij een ongeval bij een uitstapje buiten de deur
Wij maken met de kinderen geregeld uitstapjes buiten de deur, vaak met de 7- en 9 persoonsbusjes. Om dit verantwoord en veilig te laten verlopen hebben wij het protocol “Veilig vervoer” opgesteld. Deze is bijgevoegd als bijlage.

2)   Kind bezeert zich aan zwerfafval
De kinderen spelen in een bepaald gebied wat bijvoorbeeld afgezet wordt met pionnetjes. Dit gebied wordt door de medewerkers gecontroleerd op gevaarlijk zwerfafval als glas.

3)   Kind valt van speeltoestel
In de niet-aangrenzende buitenruimte bevinden zich klim-/speeltoestellen waar de kinderen graag spelen. Op de ondergrond liggen rubberen tegels. We zorgen altijd voor voldoende toezicht en aan de kinderen wordt geleerd hoe zij veilig gebruik kunnen maken van de klim-/speeltoestellen.

4)   Kind valt in het water
Het park ligt aan het water maar het gedeelte waar wij gebruik van maken ligt aan de andere kant. Aan kinderen wordt vooraf duidelijk verteld waar ze wel en niet mogen spelen en het gebied wordt eventueel afgezet met pionnen. Er is altijd voldoende toezicht en overzicht.

5)   Kind rent per ongeluk de straat op
Het park ligt aan de weg maar is omheind met een hoog hek. Aan kinderen wordt vooraf duidelijk verteld waar ze wel en niet mogen spelen en het gebied wordt eventueel afgezet met pionnen. Er is altijd voldoende toezicht en overzicht.

6)   Kind loopt weg
Aan kinderen wordt vooraf duidelijk verteld waar ze wel en niet mogen spelen en het gebied wordt eventueel afgezet met pionnen. Er is altijd voldoende toezicht en overzicht. Indien een kind toch wegloopt en wordt vermist, treedt het protocol “Vermissing kind” in werking. Dit protocol is toegevoegd als bijlage.

Brandveiligheid

Hieronder beschrijven wij naast de algemene risico’s en maatregelen de veiligheidsrisico’s en maatregelen die wij hebben genomen met betrekking tot de brandveiligheid van onze kinderopvang.

  • Uiteraard doen wij er alles aan om een brand te voorkomen. Zo maken wij geen gebruik van onder andere kaarsen of snel ontbrandbare materialen.
  • Decoratiemateriaal of knutsels van kinderen zijn zoveel mogelijk aan de zijkanten (muren) van het verblijf bevestigd of geïmpregneerd / brandvertragend gemaakt
  • Alle aanwezige brandblusmiddelen en installaties worden conform de wettelijk eis periodiek gecontroleerd en gekeurd
  • Minimaal 1 maal per jaar organiseren wij een ontruimingsoefening zodat medewerkers en kinderen weten wat zij moeten doen bij een (indicatie van) brand
  • In het pand is er altijd een medewerker aanwezig die in het bezit is van een geldig Kinder-EHBO en indien nodig BHV certificaat
  • Gangpaden en nooduitgangen zijn altijd goed doorgaanbaar. Eventuele obstakels worden direct verwijderd. Op de begane grond moeten buggy’s en kinderwagens aan de kant te worden gezet of te worden ingeklapt.

Geldig erkend kinder-EHBO certificaat

Mocht er toch een ongelukje of incident gebeuren, dan is er altijd een medewerker in het pand aanwezig die beschikt over een geldig (Kinder) EHBO certificaat dat erkend is.
De personen die beschikken over een geldig certificaat zijn op dit moment:
– Brigitte
– Sharon
– Hafida
– Patricia
– Rajae
– Fara

Voorkomen van grensoverschrijdend gedrag

Hieronder beschrijven wij de maatregelen die wij hebben genomen met betrekking tot het risico van grensoverschrijdend gedrag. In dit beleid staat hoe wij het risico op grensoverschrijdend gedrag door zowel aanwezige volwassenen als kinderen zo veel als mogelijk willen beperken.

1)   Het vierogen- en orenprincipe
Onze kinderopvang organiseert de opvang op zodanige wijze, dat de beroepskracht de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl zij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.
De locatie is zoveel mogelijk transparant gemaakt d.m.v. ramen tussen groepsruimtes en gang, glas in deuren etc. Zodoende is er zicht op kinderen en collega’s. Ook de aanwezigheid en inzet van stagiaires wordt gebruikt om het vierogen- en orenprincipe te waarborgen. Wij streven ernaar om elke dag op elke groep een stagiaire te hebben. Deze stagiaires zijn het liefst >18 jaar en uiteraard in het bezit van een geldig VOG.
Daarnaast zijn er in alle leefruimtes camera’s aanwezig die continue bekeken kunnen worden door derden (directie, oudercommissie). De directie kan deze camera ook van buitenaf meekijken door middel van een app op de telefoon. Ook zijn enkele ouders in het bezit van deze app.

2) Open cultuur waarbij we elkaar durven aan te spreken
Wij vinden het belangrijk dat we bij (een vermoeden van) grensoverschrijdend gedrag elkaar hierop durven aan te spreken en dit bespreekbaar maken met de leidinggevende of de directie. Tijdens de teamvergaderingen is het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag (van kinderen en volwassenen) een onderdeel op de agenda wat regelmatig terugkomt.

3)   Medewerkers op de groep weten van elkaar altijd waar zij zijn
De medewerkers die samen op een groep kinderen staan, weten van elkaar waar zij zijn en wat zij doen.

4)   Kinderen en grensoverschrijdend gedrag
Een onderdeel van het pedagogisch beleid is het leren omgaan met waarden en normen. Rekening houden met elkaar en weten wat wel en niet toelaatbaar is, voor volwassenen en kinderen, vormen hierbij belangrijke aspecten. We doen er alles aan om kinderen mondig te maken en leren ze aan te geven als zij bepaald gedrag niet wenselijk vinden. Ook leren wij ze welk (eigen) gedrag gepast en ongepast is.

Achterwachtregeling

Indien er slechts één pedagogisch medewerker aanwezig is en de beroepskracht-kindratio voldoet aan de wettelijke eisen, dan is de achterwachtregeling van toepassing. Deze regeling houdt in dat in geval van calamiteiten er een achterwacht beschikbaar is die binnen 15 minuten de kinderopvang kan bereiken.
De volgende personen zijn bereikbaar als achterwacht:

Sharon Stolp en Earl Vyent
De telefoonnummers zijn bekend bij de pedagogisch medewerkers.

Meldcode kindermishandeling

Een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling helpt onze medewerkers goed te reageren bij signalen van dit soort geweld. Sinds 1 juli 2013 zijn professionals verplicht de meldcode te gebruiken bij vermoedens van geweld in huiselijke kring. Wij hebben dan ook een eigen meldcode ontwikkeld waarin de volgende onderdelen en stappen zijn opgenomen:

  • Stap 1: In kaart brengen van signalen
  • Stap 2: Overleggen met een collega en leidinggevende. Eventueel raadplegen van Veilig thuis (het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling).
  • Stap 3: Gesprek met de betrokkene(n)
  • Stap 4: Wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. En bij twijfel altijd “Veilig thuis” raadplegen
  • Stap 5: Beslissen over zelf hulp organiseren of melden

Onze Meldcode Kindermishandeling is op alle groepen aanwezig en te alle tijden in te zien.

Veiligheid en privacy

Een belangrijk onderdeel binnen ons veiligheidsbeleid is het op een goede manier omgaan met en het respecteren van de privacy van kinderen, ouders en medewerkers. Om het risico op misbruik te voorkomen geven wij hier op de volgende manier vorm aan:

  • Afbeeldingen of filmbeelden van kinderen worden nooit zonder toestemming van ouders/verzorgers verspreid via het internet en/of social media.
  • Wij verstrekken geen persoonlijke informatie van medewerkers, kinderen of ouders aan andere ouders of derden zonder dat de betreffende persoon hier toestemming voor heeft gegeven of dat hier echt noodzaak voor is

Anti-pestprotocol

Kinderen, ouders en medewerkers moeten zich binnen het verblijf altijd veilig voelen. Voor pesterijen en treiterijen is geen ruimte. Indien niet tijdig wordt ingegrepen en het pesten langere tijd doorgaat, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Ook veel volwassenen hebben nog last van het pestgedrag dat zij in hun jeugd meemaakten. 10 tot 15% van de kinderen bij de buitenschoolse opvang wordt gepest. Daarom hebben wij een anti-pestprotocol ontwikkeld die het gevoel van veiligheid vergroten. Dit is als bijlage toegevoegd.

Internetprotocol

We zien steeds vaker dat kinderen middels een mobiele telefoon, tablet of computer gebruik willen maken van het internet. Soms voor hun plezier of het zoeken van informatie voor bijvoorbeeld een spreekbeurt maar ook om contacten te onderhouden met bekenden en zelfs onbekenden. Om ook de veiligheid op het web te vergroten, hebben we als onderdeel van het veiligheidsbeleid een internetprotocol gemaakt. Ook leren wij kinderen bij het gebruik van internet dit op een verantwoorde manier te doen waarbij veiligheid en privacy voorop staan. Het internetprotocol is als bijlage toegevoegd.

Kinderen leren omgaan met risico’s

Wij leren kinderen actief om te gaan met (kleine) veiligheidsrisico’s. Door uit te leggen waarom we met elkaar bepaalde afspraken hebben gemaakt en ze te leren hoe we risico’s op incidenten kunnen beperken, maken we onze BSO nog veiliger. We leren kinderen:

  • dat zij niet met elektriciteit, zoals stopcontacten en snoeren mogen spelen en alleen met toestemming van een medewerker een stekker in het stopcontact steken
  • dat er binnen de gangen en groepsruimtes niet gerend mag worden
  • dat speelgoed waarmee niet (meer) gespeeld wordt, wordt opgeruimd
  • dat er niet met spullen gegooid mag worden, tenzij dit voor een activiteit gewenst is
  • dat zij goed voor zich uit moeten kijken terwijl ze lopen/rennen/steppen/fietsen en rekening houden met elkaar
  • dat zij de klim-/speeltoestellen gebruiken zoals het hoort, en geen gevaarlijk gedrag vertonen zoals hangen, springen of klimmen
  • aan te geven wanneer zij iets niet leuk of gepast vinden, en welk gedrag wel en niet gepast of gewenst is
  • dat zij niet mogen spelen op de trap en netjes achter elkaar aan moeten lopen
  • dat zij niet mogen klimmen op de hekjes, de balustrade of de kapstok
  • dat zij die zelf hete drank drinken, zoals bijvoorbeeld een kop thee, wordt geleerd dat zij hier voorzichtig mee om moeten gaan
  • dat zij in de keuken enkel de koude kraan mogen gebruiken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding gezondheidsbeleid

Het gezondheidsbeleid draagt bij aan het bewerkstelligen van een gezond leefmilieu voor kinderen, de medewerkers en de ouders binnen onze kinderopvang. Door het volgen van de richtlijnen van dit beleid en de maatregelen die we hebben genomen en omschreven, worden (grote) gezondheidsrisico’s zo veel mogelijk beperkt en uitgesloten.

Voorkomen van (de verspreiding van) ziektekiemen

Het verspreiden van ziektekiemen gaat razendsnel. Als er één kind ziek is, volgen er al snel meer. En ook medewerkers en ouders zijn niet ongevoelig voor deze ziektekiemen. We doen er dan ook alles aan om onze BSO zo schoon en hygiënisch mogelijk te houden. Wij hebben hiervoor de volgende maatregelen genomen.

1)   Handhygiëne
We doen ontzettend veel met onze handen. We vegen vieze billen af, raken speelgoed aan, vegen even langs onze neus en eten vervolgens een boterham, koekje of een stuk fruit. Een goede handhygiëne is dan ook ontzettend belangrijk. We wassen onze handen:

  • Na het (helpen bij) toiletgebruik
  • Na het buitenspelen
  • Voor het (helpen bij) eten
  • Voor en na het aanbrengen van zalf
  • Na het verzorgen van wondjes
  • Na het in contact komen met lichaamsvocht zoals snot, wondvocht of bloed
  • Na contact met vuile was, afval of de afvalcontainer
  • Bij zichtbaar vieze handen
  • Bij verkoudheid (niezen, hoesten of snot)

Bij het handen wassen gebruiken we vloeibare zeep en wrijven onze handen minimaal 10 seconden goed over elkaar. Ook leren we kinderen hoe zij moeten zorgen voor een goede handhygiëne.
Het schoonmaken van de handjes van de kleinere kindjes kan met een wegwerpwashandje met wat zeep of wasgel erop. Elk kind heeft een eigen washandje welke direct erna wordt weg gegooid.
Bij verkoudheid en besmettelijke aandoeningen wordt extra aandacht aan handhygiëne besteed.

2)   Voedselhygiëne
Omdat we binnen de BSO ook voedsel en drinken bereiden en nuttigen, houden wij ons aan de wettelijke regels die zijn opgenomen binnen de warenwet. Op deze manier beperken we het risico op besmetting of voedselvergiftiging.

    • Gekoelde boodschappen die zijn binnengekomen worden direct op de juiste plek opgeborgen en bewaard in een koelkast met een temperatuur die ligt tussen de 4 ºC en 7 ºC
    • Koelproducten worden voorzien van een sticker waarop de datum van eerste gebruik staat vermeld
    • Bij producten volgen wij de bewaar- en bereidingsadviezen op de verpakking
    • Voedsel worden alleen bereid op de daarvoor bestemde en schone plekken
    • Gekoelde producten die langer dan 3 kwartier buiten de koelkast zijn geweest worden weggegooid
  • Bekers, borden en bestek worden na gebruik direct gespoeld en gereinigd voor het opnieuw wordt gebruikt.

Zieke kinderen

Een kind dat ziek is moet in onze ogen thuis te blijven. Een ziek kind heeft behoefte aan rust en zal op de BSO niet de aandacht kunnen krijgen die het op dat moment nodig heeft.
Onder ziek verstaan we onder andere het volgende:

  • Koorts (38ºC of hoger)
  • Besmettelijke kinderziekten zoals mazelen, waterpokken, bof, rode hond, ernstige diarree en dergelijke

Wij handelen over het algemeen volgens de richtlijnen van het GGD maar vooral vanuit de behoeften van het kind.
Meer informatie over (infectie)ziekten hier:
http://www.ggd.amsterdam.nl/infectieziekten/infectieziekten/informatie-kindercen/
Bij twijfel kan altijd gebeld worden met de GGD, afdeling Infectieziekten: 020-5555337

Mocht het kind op de BSO ziek worden (bijv. 38 ºC koorts), dan zullen de ouders hiervan op de hoogte gesteld worden. Wel bekijken wij de situatie per keer en per kind. Een kind kan ook zonder koorts niet lekker in zijn vel zitten, of wel koorts hebben maar gewoon zichzelf zijn.
Soms laten we het kind nog even een uurtje spelen of slapen. Is de koorts daarna gestegen dan moet het kind toch opgehaald worden. Onze pedagogisch medewerkers zullen altijd pas na overleg met collega(’s) of leidinggevende beslissen om de ouders te bellen. Het kind dient dan z.s.m. opgehaald te worden.
Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerkers door de ouders/verzorgers op de hoogte worden gesteld wanneer een kind in het weekend of de nacht ervoor ziek is geweest, zodat hier rekening mee gehouden kan worden.

Medisch handelen

·         Kinderen krijgen alleen medicijnen toegediend als:

  • Hiervoor de “Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” is ingevuld en ondertekend door de ouder
  • De medicijnen in de originele verpakking met bijsluiter zit
  • De pedagogisch medewerkers ervoor zorgen dat zij precies weten hoe de medicatie moet worden toegediend
  • Er wordt vast gelegd wie de medicijnen aan het kind geeft. Het liefst de pedagogisch medewerker die de medicijnen heeft aangenomen van de ouder.
  • Kinderen krijgen geen paracetamol/zetpillen toegediend zonder medische indicatie (bijvoorbeeld in het geval van koortsstuipen)
  • Medicatie toedienen gebeurt niet door stagiaires
  • Medicatie toedienen gebeurt met schone handen in een schone omgeving
  • Gun het kind privacy als het daar behoefte aan heeft
  • Bij het anaal opnemen van de koorts wordt ervoor gezorgd dat de thermometer voor en na het gebruik wordt gedesinfecteerd
  • Op de smurfengroep is een volledig complete verbandtrommel aanwezig, met daarin alle eventuele benodigde spullen voor het geven van eerste hulp (denk aan; pleisters, verbandjes, tekentang, etc.).
  • Pleisters of verband wordt zo nodig vervangen
  • Pus/wondvocht wordt voordat het gaat lekken met bijvoorbeeld een wattenstaafje of tissue gedept
  • Draag bij wondverzorging of contact met bloed en wondvocht, altijd wegwerphandschoentjes, en gooi deze na het gebruik direct weg

Wees extra alert op kinderen met een koortslip of waterpokken en voorkom zoveel mogelijk besmetting; maak speelgoed eventueel extra schoon en voorkom contact met andere kinderen.

Bij bijtincidenten waarbij bloed vrij komt wordt binnen 24 uur contact opgenomen met de huisarts of GGD.

Schone speel- en leefomgeving

Gezondheid begint bij een schone speel- en leefomgeving. Kinderen horen op te groeien in een veilige en gezonde omgeving. Hierbij is het een eerste vereiste dat de binnen- en buitenruimtes van de BSO schoon en hygiënisch zijn. De medewerkers en leidinggevende zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het schoonmaakbeleid.

  • We waarborgen een consequente schoonmaak door het schoonmaakschema te hanteren
  • Schoonmaken wordt gedaan met een spray met water en (aangelengd) mild schoonmaakmiddel
  • Schoonmaakspray moet gespoten worden op de schoonmaakdoek, en niet op de oppervlakte zelf. Dit om verneveling in de lucht te voorkomen.
  • Zichtbaar verontreinigde ruimtes/materialen/meubels/speelgoed worden direct schoongemaakt
  • Speelgoed of oppervlakten die zijn vervuild met wondvocht, diarree of braaksel wordt eerst schoongemaakt en daarna gedesinfecteerd
  • De vloer en het meubilair wordt dagelijks schoongemaakt
  • Sanitaire ruimtes en kranen worden dagelijks schoongemaakt
  • Hoger gelegen oppervlakken worden wekelijks schoongemaakt
  • Verticale oppervlakken worden maandelijks schoongemaakt
  • Speelgoed wordt maandelijks schoongemaakt
  • Knutselwerk en dergelijke worden direct verwijderd als ze zichtbaar stoffig zijn en niet schoon gemaakt kunnen worden

Textiel

1)   Keuken
Keukentextiel als vaat-, thee- en handdoeken worden elk dagdeel vervangen: begin van de ochtend (bij hele dag opvang) en begin van de middag een schone. Het wordt gewassen op minimaal 60 ºC.
Vaatdoeken dienen na gebruik uitgespoeld te worden met stromend heet water.

2)   Leefruimtes
Aanwezige knuffels en de hoezen van de kussens worden maandelijks gewassen op 40 ºC en daarna uit gehangen.
Vloerkleden worden dagelijks gereinigd (stofzuigen).
Verkleedkleding wordt maandelijks gewassen op 40 ºC en daarna uit gehangen.
Textiel met bloed, diarree, wondvocht of braaksel moet te alle tijden direct gewassen worden op 60ºC. Textiel dat niet heet gewassen kan worden maar wel is vervuild met wondvocht, diarree of braaksel wordt op een andere manier grondig gereinigd, bijvoorbeeld door een professioneel reinigingsbedrijf.

Allergieën

Ouders worden verzocht om aanwezige allergieën altijd te melden. We proberen kinderen niet of zo min mogelijk in aanraking te laten komen met stoffen die een allergische reactie kunnen veroorzaken. Uiteraard houden wij ook rekening met voedselallergie. Als een kind een allergische reactie vertoont overleggen wij met de ouder hoe te handelen. Medewerkers worden hier dan van op de hoogte gesteld en ook de medewerkers die de warme maaltijden verzorgen houden hier rekening mee.

Een gezond binnenklimaat

Het binnenmilieu is de leefomgeving binnen in een gebouw. Voor een gezond binnenmilieu zijn de volgende factoren van belang: luchtverversing (ventilatie), temperatuur en vochtbalans en de kwaliteit van de (binnen)lucht. Met name bij infectieziekten die via in de lucht zwevende kleine druppeltjes worden overgedragen is een goede ventilatie belangrijk om verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Daarnaast is ventilatie ook belangrijk voor het afvoeren van hinderlijke geuren en anderszins schadelijke stoffen.
Om de luchtkwaliteit goed op peil te houden worden onderstaande maatregelen in achtgenomen:

  • In de leefruimtes wordt de CO² elke dag gemeten (bij hele dag opvang 2x per dag) en genoteerd op het daarvoor bestemde CO² checklist. Bij een te hoge waarde wordt er direct naar gehandeld en extra geventileerd.
  • Er wordt zo veel en zo vaak mogelijk geventileerd. Wij beschikken over een mechanisch ventilatiesysteem wat elke ochtend om 7.30u wordt aangezet. Ook staan de ventilatierooster en -luiken en de deuren naar de buitenruimte zo veel als mogelijk open.
  • Wanneer er iets mis is met de CV of de ventilatie wordt dit direct gemeld bij een leidinggevende. Deze neemt direct maatregelen om eventuele problemen te verhelpen.
  • Er wordt periodiek onderhoud gepleegd aan apparatuur die van invloed is op het binnenklimaat, zoals de CV installatie en het ventilatiesysteem.

We proberen ervoor te zorgen dat er binnen altijd een aangename temperatuur is van minimaal     18 ºC. Het gebouw waar wij inzitten is ontzettend goed geïsoleerd waardoor de warmte best lang kan blijven hangen. We doen altijd zoveel als mogelijk om de temperatuur in de leefruimtes te reduceren door de gehele dag door te ventileren.
Bij dagen met temperaturen van 26ºC of hoger (binnen of buiten) treedt ons hitteprotocol in werking:

  • Overdag zo min mogelijk verlichting aan
  • Monitors van computers en ook andere warmtebronnen zo min mogelijk gebruiken
  • Zonneschermen bij zonsopgang naar beneden en bij zonsondergang omhoog
  • Geen intensieve bewegingsactiviteiten
  • Ventileer en lucht ‘s avonds en ‘s nachts het gebouw en laat de ventilatie ook aan
  • Laat kinderen en medewerkers extra drinken en wacht niet tot dorstgevoel
  • Laat de kinderen buiten blijven als het daar koeler is dan binnen (maar voorkom zo veel mogelijk blootstelling aan direct zonlicht tussen 12:00 en 15:00 uur)
  • Zoek eventueel verkoeling met waterspelletjes en/of zwembadjes

Frisse lucht

Naast een goede ventilatie nemen we ook extra maatregelen om de lucht schoon en fris te houden voor de kinderen.

  • Er wordt niet gerookt in het bijzijn van de kinderen
  • We gebruiken geen spuitbussen (verf, haarlak en luchtverfrissers in de ruimte met kinderen)
  • Er wordt alleen lijm op waterbasis gebruikt
  • We gebruiken geen wasbenzine, terpentine, verfafbijtmiddelen of andere chemicaliën met oplosmiddelen waar kinderen bij zijn
  • We gebruiken geen sterk geurende producten en gebruiken reinigingsmiddelen met zo weinig mogelijk geur
  • We zorgen ervoor dat sanitaire ruimten dagelijks gereinigd worden of indien nodig tussendoor

Een gezond buitenmilieu

1)  Teken en insectenbetenteek
Tekenbeten kunnen voorkomen worden door bij natuurwandelingen beschermende kleding te dragen: dichte schoenen, sokken, een lange broek en een shirt met lange mouwen. Als er toch een op de huid van een kind gevonden wordt, moet deze zo snel mogelijk verwijderd worden met behulp van een tekenpincet (aanwezig in de ehbo-koffer op de smurfengroep).
Wespen en bijen veroorzaken nare pijnlijke steken. Ze worden aangetrokken door zoete geuren. De kinderen worden voor het naar buiten gaan gecontroleerd op plakkerige handen en monden en in de buitenruimte wordt het eten of drinken van zoetigheid beperkt tot minimaal. Wanneer een kind toch door een bij/wesp gestoken wordt, wordt direct de angel verwijderd en het gif uitgezogen. Daarna leggen we eventueel een coldpack op het wondje, ter verkoeling en verzachting van de pijn. Soms treedt na een wespen – of bijensteek een heftige allergische reactie op (zwelling, ernstige benauwdheid, verwardheid en/ of bewusteloosheid). We zijn hier alert op en waarschuwen in dat geval de ouders en in ernstige gevallen ook een arts en/of ambulance.

2)   Contact met dieren
Het kan zijn dat kinderen (buiten of tijdens uitstapjes) in aanraking komen met dieren. We zorgen er altijd voor dat dit onder begeleiding van een medewerker gebeurt. Deze is er alert op dat een kind niet gebeten of gekrabd wordt door een dier, bijvoorbeeld bij een bezoek aan de kinderboerderij. Na afloop worden altijd de handen gewassen.

3)   Het gebruik van een zwembadje
Zwembadjes worden bij zeer warm weer veel gebruikt. Om af te koelen en om lekker met water te spelen. Onze buitenruimte leent zich daar goed voor omdat het helemaal afgesloten is. Stilstaand water in combinatie met warmte brengt echter risico’s mee zich mee.
–   Voor het vullen van de badjes wordt water van drink-kwaliteit gebruikt
–   Het water wordt dagelijks en bij zichtbare verontreiniging ververst
–   Er wordt geen speelgoed gebruikt wat als drinkbeker kan worden gezien
–   Badjes worden na gebruik geleegd en gereinigd

4)   Zomerperiode
Als de kinderen in de zomer gaan buitenspelen worden zij van te voren ingesmeerd met een zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Er wordt gezorgd voor voldoende schaduwplekken en bij hoge temperaturen zorgen we dat de kinderen extra drinken aangeboden krijgen. Er wordt op gelet dat kinderen niet te lang in de felle zon spelen. Wanneer blijkt dat kinderen het te warm krijgen, gaan wij naar binnen. Dit alles om de kans op uitdroging of een zonnesteek te voorkomen.
Er wordt gezorgd dat de kinderen niet te warm of te koud (op frissere dagen) zijn aangekleed.

 

 

 

 

 

Kinderen leren omgaan met risico’s

Wij leren kinderen actief om te gaan met (kleine) gezondheidsrisico’s. Door uit te leggen waarom we met elkaar bepaalde afspraken hebben gemaakt en ze te leren hoe we risico’s kunnen beperken, maken we onze BSO nog gezonder. We leren kinderen:

  • wanneer en hoe zij hun handen goed moeten wassen
  • dat zij niet richting een ander niezen of hoesten en dit met de hand voor de mond of in de elleboog
  • dat zij in het bijzijn van een wesp of bij niet om zich heen gaan slaan maar rustig blijven
  • dat zij geen water mogen drinken uit het zwembadje

Bijlage) Protocol vermissing kind

Preventief beleid op de BSO:
•    Weet hoeveel kinderen er op de groep zijn. Doe dit door o.a. het bijhouden van de bezettingslijst.
Wanneer een kind is gehaald of gebracht, moet je het nieuwe aantal kinderen weten.
•    De kans dat een kind wegloopt of door een onbekende wordt meegenomen, is het grootst tijdens de haal- en brengtijden. Let op dat de hekjes altijd goed dicht zijn. Wanneer een ouder de deur laat openstaan, wijs de ouder daar dan op.
•    Groepsleiding zorgt dat een invalkracht goed geïnstrueerd is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de map voor invalkrachten en een goede overdracht.
Vermissing tijdens de opvang:
Wanneer je ontdekt dat je een kind uit de groep mist, kun je een aantal dingen ondernemen, die helpen het vermiste kind op te sporen. Dit betreft niet alleen het zelf zoeken, maar ook het verzamelen van informatie over het kind en over de omstandigheden van de vermissing.
Onderneem de volgende stappen:
•    Meld bij je naaste collega van de groep dat je een kind mist. Draag de zorg van de andere kinderen over aan je collega, zodat je je kunt richten op het vermiste kind.
•    Blijf kalm en denk helder na. Wanneer heb je het kind voor het laatst gezien? Wat was het kind aan het doen? Waar zou het mis kunnen zijn gegaan?
•    Bekijk eerst goed alle leefruimtes, gang en buitenruimte. Roep ondertussen het kind. Kijk op plaatsen waar kinderen zich kunnen verbergen. Het komt nogal eens voor dat een kind zich verstopt en dan in slaap valt. Als er tijdens de vermissing buiten werd gespeeld, kijk je goed waar het kind heen kan zijn gegaan. Is er een vijver in de buurt of dieren? Bedenk wat interessant kan zijn voor een kind.
•    Schakel meerdere collega’s in om te helpen zoeken. Zijn die er niet, vraag dan mensen in de omgeving. Ook eventueel ouders die op dat moment aanwezig zijn.
•    Een andere collega brengt de leidinggevende op de hoogte. Deze neemt contact op met de ouders en de directie.
•    Als het kind niet in het gebouw te vinden is, ga dan buiten zoeken. Neem als het kan een foto van het kind mee en een telefoon, zodat je bereikbaar bent.
•    Zoek buiten eerst op de plekken waar het kind gevaar zou kunnen oplopen. Bv. water, putten, verkeerswegen of parkeerplaatsen.
•    Vraag aan voorbijgangers of zij een kind hebben gezien.
•    Na 15 minuten zoeken bel je de politie.
•    Noteer de naam van de politiefunctionaris die je aan de telefoon gesproken hebt en de naam van de politiefunctionaris die als je contactpersoon is aangewezen.
Preventief beleid bij uitstapjes:

  •  Weet altijd uit je hoofd hoeveel kinderen er mee zijn. Doe dit door i.i.g. het bijhouden van een bezettingslijst. Alle kinderen dragen tijdens een uitstapje een gekleurd hesje. Dit om de herkenbaarheid in bijv. een pretpark te vergroten.•    Maak voordat het uitstapje begint groepjes: welke kinderen horen bij welke leidster/volwassene? Zorg ervoor dat deze kinderen dit van te voren ook duidelijk weten. Elke leidster/volwassene heeft een bezettingslijstje met zijn of haar groepje kinderen erop.
    •    Instrueer de kinderen goed: WAAR zitten de leidsters, WAT is het eventuele verzamelpunt, WAAR ga je naartoe als je ons kwijt bent, spreek een volwassene aan om je te helpen.

Vermissing tijdens een uitstapje:
•    Meld bij je collega(‘s) dat je een kind mist. Draag de zorg van de andere kinderen over aan je collega, zodat je je kunt richten op het vermiste kind.
•    Blijf kalm en denk helder na. Wanneer heb je het kind voor het laatst gezien? Wat was het kind aan het doen? Waar zou het mis kunnen zijn gegaan?
•   Kijk eerst goed om je heen. Vraag eventueel andere kinderen of hun dit kind nog gezien hebben en waar dit was. Ga na of er gevaarlijke plekken in de buurt zijn (bijv. water, gevaarlijke wegen) en zoek daar als eerst.
•    Schakel meerdere collega’s in om te helpen zoeken. Zijn die er niet, vraag dan mensen in de omgeving.
•    Een andere collega brengt de leidinggevende op de hoogte. Deze neemt contact op met de ouders en de directie. De collega schakelt een medewerker van het (pret)park in om het kindje eventueel om te laten roepen en omstanders er attent op te maken.
•    Vraag aan voorbijgangers of zij een kind hebben gezien
•    Na 15 minuten zoeken bel je de politie
•    Noteer de naam van de politiefunctionaris die je aan de telefoon gesproken hebt en de naam van de politiefunctionaris die als je contactpersoon is aangewezen
Als het vermiste kind terecht is:
•    Informeer je de politie als deze ingeschakeld is
•    Informeer je alle betrokkenen die weten dat het kind vermist is
•    Ga na wat de reden van de vermissing was, zodat een herhaling voorkomen kan worden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage) Protocol veilig vervoer

“Ons Dorpje” heeft een aantal busjes in haar bezit, die dienen voor het ophalen van kinderen uit school, of om kinderen te vervoeren tijdens een uitstapje. Ook wordt er incidenteel gebruikt gemaakt van personenauto(‘s), bijvoorbeeld van een leidster of ouder.
“Ons Dorpje” hecht uiteraard grote waarde aan de veiligheid van de kinderen en daarvoor is dit protocol opgesteld.

De regels met betrekking tot vervoer met een busje/personenauto:

  • De busjes/personenauto zijn altijd voorzien van (inzittenden-)verzekering
  • Kinderen tot 1.35m (+/- 8 jaar) zitten op een verhoging (zitje), in de veiligheidsriemen
  • Alle deuren zijn voorzien van kinderslot
  • Achter het stuur zit een pedagogisch medewerker met een rijbewijs en genoeg ervaring
  • Er worden niet meer kinderen vervoerd dan het aantal aanwezige stoelen
  • Er wordt altijd een lijst met namen van de aanwezige/op te halen kinderen meegenomen. Elke bestuurder van het busje/personenauto weet hoeveel en welke kinderen er in de bus/auto zitten.
  • Alle busjes/personenauto’s zijn gekeurd en goed onderhouden door een erkende autogarage
  • Tijdens het ophalen van kinderen worden er geen kinderen onbeheerd achter gelaten in de busjesVeilig in- en uitstappen:
  • Er wordt rustig gelopen van en naar de busjes/personenauto
  • Waar mogelijk loopt er één pedagogisch medewerker/volwassene voor en één achter de kinderen. Anders lopen de grootste kinderen vooraan, en de pedagogisch medewerker achteraan, samen met de kleinsten.
  • Oversteken gebeurt het liefst op een zebrapad. De pedagogisch medewerker zorgt ervoor dat het verkeer stopt.
  • Alle kinderen stappen rustig in en uit de busjes/personenauto
  • De pedagogisch medewerker ziet erop toe dat de kleinsten op een stoelverhoger zitten, dat alle gordels juist zijn vast gemaakt en dat de deuren goed worden gesloten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage) Hitteprotocol

Kinderen zijn kwetsbaar voor hitte. Het lichaam van kinderen reageert anders dan het lichaam van volwassenen, waardoor zij meer kans op gezondheidsklachten hebben.

De ideale binnentemperatuur ligt tussen de 18 °C en 22 °C. In de zomer mag de binnentemperatuur tot ongeveer 25 °C stijgen, maar liever niet hoger.
Dit hitteprotocol treedt in werking als de temperatuur binnen en/of buiten stijgt tot 26°C of hoger.

  • Doe overdag zo min mogelijk verlichting aan
  • Gebruik monitors van computers en andere warmtebronnen zo min mogelijk
  • Doe de zonneschermen bij zonsopgang naar beneden en bij zonsondergang omhoog
  • Plan geen intensieve bewegingsactiviteiten
  • Ventileer en lucht ’s avonds en ’s nachts het gebouw
  • Zet de ventilatie ’s nachts aan

Daarnaast volgen we de onderstaande tips zo veel mogelijk op bij warme zomerdagen:

    • Zorg dat kinderen eenvoudig toegang hebben tot schoon water en plan extra drinkmomenten. Het is belangrijk om te drinken voordat je dorst hebt.
    • Laat kinderen niet te lang in de zon spelen en smeer kinderen in met zonnebrandcrème (elke twee uur opnieuw).
    • Bij buitenactiviteiten of inspannende activiteiten, is het verstandig om het programma eventueel in te korten en voor extra drinkwater te zorgen.
  • Zoek verkoeling met waterspelletjes en/of zwembadjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage) Anti-pestprotocol

Kinderen, ouders en medewerkers moeten zich binnen het verblijf altijd veilig voelen. Voor pesterijen en treiterijen is geen ruimte. Indien niet tijdig wordt ingegrepen en het pesten langere tijd doorgaat, kunnen de gevolgen ernstig zijn. Ook veel volwassenen hebben nog last van het pestgedrag dat zij in hun jeugd meemaakten. 10 tot 15% van de kinderen bij de buitenschoolse opvang wordt gepest. Daarom hebben wij een anti-pestprotocol ontwikkeld die het gevoel van veiligheid vergroten.
Het anti-pestprotocol is niet alleen voor de kinderen bestemd. Ook ouders en medewerkers dienen zich hieraan te houden. Met elkaar hebben wij de volgende afspraken gemaakt:

  • Iedereen dient ervan doordrongen te zijn dat pestgedrag een negatieve invloed heeft op de cognitieve en emotionele ontwikkeling van het kind
  • Pesten moet als probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: kinderen (gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), medewerkers en de ouders/ verzorgers
  • Pesten wordt regelmatig bespreekbaar gemaakt
  • Ik accepteer de ander zoals hij is en ik discrimineer niet
  • Ik sluit niemand buiten
  • Ik scheld niet en doe niet mee aan uitlachen en roddelen
  • Ik blijf van de spullen van een ander af -als er ruzie is speel ik niet voor eigen rechter
  • Ik bedreig niemand, ook niet met woorden Ik gebruik geen geweld
  • Als iemand mij hindert vraag ik hem of haar duidelijk daar mee te stoppen
  • Als dat niet helpt vraag ik om hulp

Dit geldt ook voor pestgedrag via het internet.

Preventieve maatregelen

Verbetering van de cultuur binnen het verblijf/groepsklimaat. Hieronder vallen alle maatregelen die door directie en de pedagogisch medewerkers genomen worden, waardoor de sfeer op het de BSO en het pedagogisch klimaat in de groepen verbeteren.

Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met pesterijen of geweld worden opgelost maar uitgesproken.

Het voorbeeld van de (pedagogisch) medewerkers (en thuis de ouders) is van groot belang. Agressief gedrag van medewerkers, ouders en de kinderen wordt niet geaccepteerd. De medewerkers horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen. De medewerkers en ouders moeten alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden, dit met elkaar communiceren en hierin samen optrekken. Eén van de belangrijkste pedagogische doelen is het bijbrengen van normen en waarden. Iedereen is verantwoordelijk voor een goede sfeer binnen het verblijf.

Aanpak pestgedrag

Mocht er binnen de BSO toch gepest worden dan nemen wij de volgende stappen:

  1. Kunnen de kinderen er samen uitkomen?
  2. Bied begeleiding en probeer samen tot een oplossing te komen voor de pesterijen. De medewerker begeleidt de kinderen hierbij, maar probeert hierbij de kinderen zoveel mogelijk samen tot een oplossing te laten komen.
  3. De medewerker neemt duidelijk stelling tegen het pestgedag; pesten kan niet en mag niet.
  4. De medewerker probeert te ontdekken waar het pestgedrag (van de pester) vandaan komt. Is er iets veranderd in de thuissituatie, wordt de pester zelf gepest etc.?
  5. Ondersteun en biedt hulp aan het gepeste kind en aan de pester
  6. Gaat het pesten door? Dan volgt een waarschuwing aan de pester
  7. Afhankelijk van hoe lang de pester door blijft gaan met zijn/haar pestgedrag en geen verbetering vertoont in zijn/haar gedrag worden de ouders geïnformeerd. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk gevraagd om een einde aan het probleem te maken.

Bovenstaande maatregelen zijn ook van toepassing bij pesterijen via het internet. Ook als dit thuis plaatsvindt en de kinderen elkaar kennen via het de BSO, hebben niet alleen de ouders maar ook het de BSO een verantwoordelijkheid.

 

 

Bijlage) Internetprotocol

De computer, tablet en mobiele telefoon spelen steeds meer een rol in de vrijetijdsbesteding van kinderen en volwassenen. We willen kinderen begeleiden en ze leren zo veilig mogelijk van het internet gebruik te maken. We hebben daarom samen de volgende afspraken gemaakt voor het internetgebruik binnen ons kinderverblijf:

  • Er mag alleen van het internet gebruik worden gemaakt na toestemming van de groepsleiding
  • Er is altijd een medewerker aanwezig die toezicht houdt op het kind en de computer
  • We gaan niet bewust op zoek naar (ongepaste) websites waarop geweld of seks wordt afgebeeld of besproken
  • Zie je iets op het internet waar je je niet prettig bij voelt? Klik dit dan weg en vertel dit aan de groepsleiding
  • Ik gebruik geen chatprogramma’s, e-mail of sociale media als ik dat niet eerst heb overlegd met de groepsleiding
  • Ik pest nooit via het internet
  • Ik geef nooit persoonlijk informatie (namen, adressen, foto’s) tenzij de groepsleiding hier toestemming voor geeft
  • Op vragen voor ‘downloaden of installeren’ antwoord ik altijd NEE of ik druk op Annuleren. Bij twijfel vraag ik hulp aan de groepsleiding
  • Ik gedraag me op het internet netjes, net als in het echte leven

Als je je niet aan deze afspraken houdt kan de groepsleiding aangeven dat je geen gebruik meer mag maken van de computer, tablet of het internet.