Versie: Maart 2018

Inleiding algemeen

Met ingang van 1 januari 2018 hebben wij een veiligheids- en gezondheidsbeleid opgesteld. Het doel van het beleid is om kinderen, medewerkers en ouders een veilige en gezonde speel- en leefomgeving te bieden waarbij eventuele risico’s tot een minimum beperkt worden.

Het beleid wordt continue geactualiseerd en bijgewerkt. Zo blijven we scherp en kunnen we ook bij veranderingen in de omgeving of situatie, zoals bij verbouwingen of veranderingen in de inrichting, beschikken over een beleid dat direct toegepast kan worden.

We kunnen met dit plan niet alle incidenten voorkomen. Er kan altijd iets misgaan. Daarom vinden wij het belangrijk dat we naast een actueel beleid ook kinderen leren om op een goede manier met risico’s om te gaan. Het zijn leermomenten die zij ook thuis kunnen toepassen.

Mocht u aanvullingen hebben of tegen iets aan lopen dat in het beleid moet worden opgenomen, dan horen we dat heel graag. We staan altijd open voor suggesties om het kinderdagverblijf nog veiliger en gezonder te maken.

Kwaliteit coördinator

Om het beleid op het gebied van veiligheid en gezondheid te bewaken hebben wij een coördinator die de kwaliteit op het gebied van het beleid en de uitvoering van dit beleid controleert, bijstelt en handhaaft.
De kwaliteit coördinator bij ons kinderverblijf is: Sharon Stolp

Inleiding veiligheidsbeleid

Het veiligheidsverslag is een beknopte en overzichtelijke samenvatting van alles wat er binnen het kinderdagverblijf op het gebied van veiligheid is gebeurd. Het is een levend document dat ieder kwartaal en bij bijzonderheden zoals een verbouwing, verandering van de inrichting of na een incident wordt aangepast. In het veiligheidsbeleid zijn, conform de afspraken binnen de Kwaliteit en Innovatie Kinderopvang 2018, de grootste risico’s en maatregelen op het gebied van veiligheid en incidenten opgenomen.

Als bijlage is een actualisatielijst toegevoegd waarin wij aangeven wanneer het beleid voor het laatst is aangepast en wat de reden voor deze aanpassing is geweest.
Risico’s en maatregelen algemeen

1)  Kind komt met vingers tussen de deur of het raam
Alle deuren en ramen die een risico vormen zijn beveiligd middels veiligheidsstrips. Deze worden ieder kwartaal gecontroleerd op beschadigingen en werking. Indien nodig worden deze vervangen.

2)   Kind komt in aanraking met elektriciteit
Stopcontacten die binnen handbereik zijn van de kinderen zijn voorzien van stopcontactbeveiligers. Daarnaast voorkomen wij zoveel mogelijk de aanwezigheid van losse snoeren. Elektrische apparaten worden buiten handbereik geplaatst.

3)   Struikelen en uitglijden
Om te voorkomen dat kinderen, medewerkers of ouders struikelen of uitglijden zorgen we ervoor dat er open speelruimtes zijn gecreëerd waarbij vaste meubels niet in het looppad of centraal in de speelruimte worden geplaatst. Er wordt niet gedweild in het bijzijn van lopende of kruipende kinderen, natte plekken op de vloer worden direct drooggemaakt en speelgoed dat niet gebruikt wordt moet worden opgeruimd. In de speel- en leefruimtes mag er niet worden gerend.

4)   Bezeren aan oneffenheden in muren en meubilair
Ieder kwartaal controleren wij het verblijf op oneffenheden in muren, zoals uitstekende spijkers en schroeven. Oneffenheden die het risico vormen dat kinderen zich hieraan bezeren, worden direct verwijderd. Ook wordt het meubilair gecontroleerd op scherpe hoeken, randen of beschadigingen die een risico vormen. Is dit het geval dan wordt er direct actie ondernomen om dit te verhelpen of het meubilair wordt verwijderd. Het meubilair dient degelijk en veilig te zijn.

5)   Kind valt door glazen ruit
Alle ramen die een risico vormen waarbij kinderen door de ruit kunnen vallen, zijn voorzien van veiligheidsglas of veiligheidsfolie. Daarnaast hebben wij afspraken met de kinderen gemaakt om het risico op incidenten te minimaliseren door niet te gooien met spullen en te rennen in de groeps- en leefruimtes.

 

6)   Kind komt in aanraking met chemische middelen of medicijnen
Schoonmaakmiddelen, medicijnen of andere chemische (gevaarlijke) producten worden buiten het bereik van kinderen opgeborgen (hoog en/of afgesloten). Ook hebben wij de afspraak gemaakt dat de tassen van de medewerkers en ouders buiten het bereik van kinderen moeten worden opgeborgen.

7)   Kind rent ongezien naar buiten / kind wordt vermist
Het grootste risico dat een kind vermist wordt is tijdens breng- en haalmomenten. Wij zijn er erg alert dat de deuren en hekjes naar de buitenruimtes of andere ruimtes te alle tijden gesloten zijn. Ook zijn er afspraken gemaakt met de ouders of verzorgers wie de kinderen wel of niet mogen ophalen. Zonder nadrukkelijke toestemming van de ouders wordt een kind nooit aan een ander persoon (dan is afgesproken) meegegeven. Daarnaast zorgen we ervoor dat er conform de wettelijke eis voldoende pedagogisch medewerkers aanwezig zijn die toezicht houden. Zij weten altijd welke en hoeveel kinderen er in het de groep aanwezig zijn. Dit geldt ook voor uitstapjes die we met de kinderen maken. Indien een kind toch wordt vermist, treedt het protocol “vermissing kind” in werking. Dit protocol is toegevoegd als bijlage.

8)  Een kind verbrandt zichzelf
Hete dranken worden niet in het directe bijzijn van kinderen genuttigd of geplaatst. We plaatsen hete dranken altijd op een zo veilig mogelijke plek buiten handbereik van de kinderen. Oudere kinderen die zelf hete drank drinken, zoals bijvoorbeeld een kop thee, wordt geleerd dat zij hier voorzichtig mee om moeten gaan.
Alle warm/heet waterkranen zijn niet toegankelijk voor de kinderen van deze leeftijd.

9)   Kind stopt klein materiaal in de mond, neus en oren
Wees alert op kleine voorwerpen als kraaltjes, steentje, propjes etc. op de grond en verwijder deze direct. Eventueel afval op de grond direct verwijderen en weggooien. Geen losse voorwerpen op de grond laten slingeren.
Laat grotere kinderen hun (kleinere) speelgoed na gebruik goed opruimen.

Entree / Trappenhuis / Gang

1)     Kind valt van de trap
Kinderen zijn nooit zonder begeleiding aanwezig in de entree en gaan nooit alleen naar boven (voor bijvoorbeeld een activiteit). Het hekje naar boven (de
1e verdieping) dient altijd gesloten te zijn op het moment dat er kinderen aanwezig zijn in de entree.
Kinderen mogen niet spelen op de trap en dienen rustig de trap op en af te lopen.

2)   Uitgangen zijn niet toegankelijk
In verband met de brandveiligheid zorgen we er altijd voor dat de gangpaden toegankelijk zijn en de nooduitgangen goed bereikbaar zijn. Aan ouders wordt gevraagd de kinderwagens en buggy’s zodanig te plaatsen en eventueel in te klappen, zodat ze geen belemmering vormen voor de doorgang

Opbergruimte, meterkast

1)   Kind komt in aanraking met chemische middelen of medicijnen
Kinderen hebben geen toegang tot de opbergruimte en de meterkast. Deze zijn afgesloten om te voorkomen dat kinderen in aanraking komen met onder andere chemische stoffen.

Keukens

1)   Kind verwondt zich aan mes of schaar
Kinderen hebben geen toegang tot messen en grote scharen. Deze liggen hoog en/of afgesloten om te voorkomen dat kinderen zich eraan verwonden.

2)   Kind trekt plastic zak over het hoofd
Plastic zakjes moeten altijd buiten het bereik van kinderen opgeborgen worden.

Groeps- /leefruimtes algemeen

1)   Kind bezeert zich aan speelgoed
Het speelgoed is afgestemd op de juiste leeftijdsgroep en dient veilig te zijn. Kapot speelgoed dat een risico vormt waarbij kinderen zich kunnen bezeren of kleine onderdelen kunnen inslikken (afhankelijk van de leeftijd) wordt verwijderd of gerepareerd.

2)   Kind krijgt koordje om de nek
Koordjes van truien/jassen/vesten moeten verwijderd worden of opgerold/opgebonden.
Aan speelgoed mogen geen koorden langer dan 22 cm i.v.m. verstikkingsgevaar.
Er mogen geen fopspeenkettingen worden gebruikt in bed

3)   Speengedeelte wordt van fopspeen afgebeten en kind krijgt deze achter in de keel
De fopspenen van de kinderen worden wekelijks gecontroleerd op scheurtjes of beschadigingen. Fopspenen met scheurtjes of beschadigingen worden niet meer aan het kind gegeven.

4)   Kind valt uit een kinderstoel/bank
Kinderen zitten nooit zonder toezicht aan tafel. Beweeglijke kinderen dienen altijd naast een medewerker te zitten om deze extra in de gaten te kunnen houden.
Voor baby’s die net kunnen zitten worden zitverkleiners gebruikt en voor de grotere beweeglijke dreumesjes worden riempjes gebruikt.

Groeps- /leefruimte Babygroep

1)   Kind valt van de aankleedtafel
Kinderen zijn altijd onder begeleiding op de aankleedtafel en mogen absoluut niet alleen gelaten worden.

2)   Kind valt uit box
De opstaande rand van de box is ruim voldoende voor de lengte van de grootste kinderen op de babygroep. De box dient altijd goed te worden afgesloten en opstapmogelijkheden in de box dienen direct verwijderd te worden.

3)   Kind verslikt zich/stikt in voeding
Stukjes appel mogen niet gegeven worden aan kinderen onder de 1,5 jaar. Let er bij de allerkleinsten god op dat het eten goed gepureerd is en dat er geen te harde stukken in hun hapjes zitten.

Groeps- /leefruimte Dreumesgroep + sanitaire ruimte

1)   Kind klautert op een onbewaakt moment op de aankleedtafel en valt eraf
Het trappetje in de aankleedtafel wordt gebruikt om de kindjes onder begeleiding op en van de commode te helpen. Als het niet gebruikt wordt moet het altijd terug onder de commode worden geschoven. Kinderen mogen onder geen beding alleen gelaten worden op de commode.

Groeps- /leefruimte Peutergroep + sanitaire ruimte

1)   Kind valt uit het speelhuis
Er mag alleen worden gespeeld in het speelhuis bij de aanwezigheid van twee of meer medewerkers op de groep en onder strikte oplettendheid. Kinderen dienen rustig het trappetje op en af te lopen. Opstapmogelijkheden in het speelhuis moeten worden verwijderd.

2)   De buitendeur wordt geopend om te ventileren en een kind ontsnapt
Bij het openen van een buitendeur moet er te alle tijden een medewerker bij de deuropening zitten. Onder geen beding mag deze plek verlaten worden ten tijden van het openstaan van deze deur.

Slaapruimtes

1)   Kind raakt verstrikt in het snoer van de babyfoon
Het snoer van de babyfoon dient altijd buiten het bereik van de kinderen te zijn. Dus opgerold en uit het zicht.

2)   Kind zakt door bedbodem heen
De dubbele hoogslapers zijn zeer stevig en gemaakt voor het intensieve gebruik in de kinderopvang. Kinderen mogen niet springen in de bedjes en worden na het ontwaken zo snel als mogelijk uit bed gehaald om dit te voorkomen.

3)   Kind overlijdt aan wiegendood
De temperatuur in de slaapruimte is altijd comfortabel. Onder andere hiermee willen we het risico op wiegendood minimaliseren. Zie ook het gezondheidsbeleid.

Buitenruimte

1)   Kind valt van de trap
Kinderen mogen nooit zonder begeleiding de trap op en af. Kinderen mogen niet spelen nabij de trap.

2)   Kind valt/struikelt over object of ander kind
De speelplaats beschikt over voldoende speel- en loopruimte. Aan kinderen wordt geleerd om goed te kijken waar je loopt/rent/fietst.

3)   Kind raakt betrokken bij een ongeval bij een uitstapje buiten de deur
Wij maken met de peuters geregeld uitstapjes buiten de deur, vaak met de 7- en 9 persoonsbusjes van de bso. Om dit verantwoord en veilig te laten verlopen hebben wij het protocol veilig vervoer opgesteld. Deze is bijgevoegd als bijlage.

4)   Kind valt van speeltoestel
In de buitenruimte bevinden zich enkel speeltoestellen welke geschikt zijn voor de leeftijd van de kinderen. Bij kinderen tot ongeveer 1,5 jaar is het wenselijk dat ze onder begeleiding van een medewerker op het speeltoestel gaan. Aan kinderen wordt geleerd hoe het speeltoestel te gebruiken om ongelukken zoveel als mogelijk te voorkomen.

5)   Kind verdrinkt in een opblaaszwembadje
Als tijdens de warme zomerdagen de zwembadjes gevuld zijn en in de buitenruimte staan, zit er constant iemand naast het zwembadje. Onder geen beding mogen de kinderen alleen gelaten worden. Zie ook het gezondheidsbeleid.

6)   Kind droogt uit
Bij hoge temperaturen wordt onder andere extra drinken aangeboden aan alle kinderen en de inspanning wordt aangepast. Zie ook ons hitteprotocol welke is bijgevoegd als bijlage.

7)   Kind krijgt zonnesteek/verbrand door de zon
Bij extreme hitte beperken we de duur van het buiten spelen en vermijden we grote inspanning.
Kinderen onder de één jaar worden tijdens hitte helemaal niet bloot gesteld aan direct zonlicht.
Tussen 12.00u en 15.00u is de zon dan te fel en wordt er niet buiten in de zon gespeeld.
Als de zon schijnt van april tot oktober worden alle kinderen, ongeacht huidskleur of afkomst, ingesmeerd met zonnebrand minimaal factor 30.

8)   Kind bezeert zich aan zwerfafval
Ongeveer twee maal per week (afhankelijk van het weer) wordt de buitenruimte gecontroleerd op zwerfafval of andere zaken die een risico vormen voor de veiligheid en/of gezondheid van kinderen. Omdat het een binnenplaats betreft en enkel bewoners van de flat toegang hebben tot de gallerijen, hebben wij nauwelijks tot geen last van zwerfafval. Hoogstens een wat papiertjes of een stapel bladeren.

Brandveiligheid

Hieronder beschrijven wij naast de algemene risico’s en maatregelen de veiligheidsrisico’s en maatregelen die wij hebben genomen met betrekking tot de brandveiligheid van het verblijf.

  • Uiteraard doen wij er alles aan om een brand te voorkomen. Zo maken wij geen gebruik van onder andere kaarsen of snel ontbrandbare materialen.
  • Decoratiemateriaal of knutsels van kinderen zijn zoveel mogelijk aan de zijkanten (muren) van het verblijf bevestigd of geïmpregneerd / brandvertragend gemaakt
  • Alle aanwezige brandblusmiddelen en installaties worden conform de wettelijk eis periodiek gecontroleerd en gekeurd
  • Minimaal 1 maal per jaar organiseren wij een ontruimingsoefening zodat medewerkers en kinderen weten wat zij moeten doen bij een (indicatie van) brand
  • In het pand is er altijd een medewerker aanwezig die in het bezit is van een geldig Kinder-EHBO en indien nodig BHV certificaat
  • Gangpaden en nooduitgangen zijn altijd goed doorgaanbaar. Eventuele obstakels worden direct verwijderd. Buggy’s en kinderwagens dienen aan de kant te worden gezet of te worden ingeklapt.

Geldig erkend kinder-EHBO certificaat

Mocht er toch een ongelukje of incident gebeuren, dan is er altijd een medewerker in het pand aanwezig die beschikt over een geldig (Kinder) EHBO certificaat dat erkend is namelijk:
Eerste Hulp aan Baby’s en Kinderen van het Nederlandse Rode Kruis
De personen die beschikken over dit geldige certificaat zijn op dit moment:
– Brigitte
– Sharon
– Hafida
– Patricia
– Rajae

Voorkomen van grensoverschrijdend gedrag

Hieronder beschrijven wij de maatregelen die wij hebben genomen met betrekking tot het risico van grensoverschrijdend gedrag. In dit beleid staat hoe wij het risico op grensoverschrijdend gedrag door zowel aanwezige volwassenen als kinderen zo veel als mogelijk willen beperken.

1)   Het vierogen- en orenprincipe
Onze kinderopvang organiseert de dagopvang op zodanige wijze, dat de beroepskracht of de beroepskracht in opleiding de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl zij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene.
De locatie is zoveel mogelijk transparant gemaakt d.m.v. ramen tussen groepsruimtes en gang, glas in deuren etc. Zodoende is er zicht op kinderen en collega’s. Ook de aanwezigheid en inzet van stagiaires wordt gebruikt om het vierogen- en orenprincipe te waarborgen. Wij streven ernaar om elke dag op elke groep een stagiaire te hebben. Deze stagiaires zijn het liefst >18 jaar en uiteraard in het bezit van een geldig VOG.
Deuren van/naar de groepen staan vaak open (het hekje is dan gesloten om de kinderen in de ruimte te houden). Zodoende blijf je met elkaar in contact.
Daarnaast zijn er in alle speel- en leefruimtes camera’s aanwezig die continue bekeken kunnen worden door derden (directie, oudercommissie). De directie kan deze camera ook van buitenaf meekijken door middel van een app op de telefoon. Ook zijn enkele ouders in het bezit van deze app.
In de baby- en dreumesslaapkamers zijn babyfoons aanwezig tijdens het slapen van de kinderen.
De deur van de dreumesslaapkamer staat tijdens het slapen meestal open.

2) Open cultuur waarbij we elkaar durven aan te spreken
Wij vinden het belangrijk dat we bij (een vermoeden van) grensoverschrijdend gedrag elkaar hierop durven aan te spreken en dit bespreekbaar maken met de leidinggevende of de directie. Tijdens de teamvergaderingen is het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag (van kinderen en volwassenen) een onderdeel op de agenda wat regelmatig terugkomt.

3)   Medewerkers op de groep weten van elkaar altijd waar zij zijn
De medewerkers die samen op een groep kinderen staan, weten van elkaar waar zij zijn en wat zij doen.

4)   Kinderen en grensoverschrijdend gedrag
Een onderdeel van het pedagogisch beleid is het leren omgaan met waarden en normen. Rekening houden met elkaar en weten wat wel en niet toelaatbaar is, voor volwassenen en kinderen, vormen hierbij belangrijke aspecten. We doen er alles aan om kinderen mondig te maken en leren ze aan te geven als zij bepaald gedrag niet wenselijk vinden. Ook leren wij ze welk (eigen) gedrag gepast en ongepast is.

Achterwachtregeling

Indien er slechts één pedagogisch medewerker aanwezig is en de beroepskracht-kindratio voldoet aan de wettelijke eisen, dan is de achterwachtregeling van toepassing. Deze regeling houdt in dat in geval van calamiteiten er een achterwacht beschikbaar is die binnen 15 minuten de kinderopvang kan bereiken.
De volgende personen zijn bereikbaar als achterwacht:
Sharon Stolp en Earl Vyent.
De telefoonnummers zijn bekend bij de pedagogisch medewerkers en hangen nabij de personeelsroosters.

Meldcode kindermishandeling

Een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling helpt onze medewerkers goed te reageren bij signalen van dit soort geweld. Sinds 1 juli 2013 zijn professionals verplicht de meldcode te gebruiken bij vermoedens van geweld in huiselijke kring. Wij hebben dan ook een eigen meldcode ontwikkeld waarin de volgende onderdelen en stappen zijn opgenomen:

  • Stap 1: In kaart brengen van signalen
  • Stap 2: Overleggen met een collega en leidinggevende. Eventueel raadplegen van Veilig thuis (het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling).
  • Stap 3: Gesprek met de betrokkene(n)
  • Stap 4: Wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. En bij twijfel altijd Veilig thuis raadplegen
  • Stap 5: Beslissen over zelf hulp organiseren of meldenOnze Meldcode Kindermishandeling is op alle groepen aanwezig en te alle tijden in te zien.

    Veiligheid en privacy

Een belangrijk onderdeel binnen ons veiligheidsbeleid is het op een goede manier omgaan met en het respecteren van de privacy van kinderen, ouders en medewerkers. Om het risico op misbruik te voorkomen geven wij hier op de volgende manier vorm aan:

  • Afbeeldingen of filmbeelden van kinderen worden nooit zonder toestemming van ouders/verzorgers verspreid via het internet en/of social media.
  • Wij verstrekken geen persoonlijke informatie van medewerkers, kinderen of ouders aan andere ouders of derden zonder dat de betreffende persoon hier toestemming voor heeft gegeven of dat hier echt noodzaak voor is

Kinderen leren omgaan met risico’s

Wij leren kinderen actief om te gaan met (kleine) veiligheidsrisico’s. Door uit te leggen waarom we met elkaar bepaalde afspraken hebben gemaakt en ze te leren hoe we risico’s op incidenten kunnen beperken, maken we ons kinderdagverblijf nog veiliger. We leren kinderen:

  • dat zij niet met elektriciteit, zoals stopcontacten en snoeren mogen spelen
  • dat er binnen de gangen en groepsruimten niet gerend mag worden
  • dat speelgoed waarmee niet (meer) gespeeld wordt, wordt opgeruimd
  • dat er niet met spullen gegooid mag worden, tenzij dit voor een activiteit gewenst is
  • dat zij goed voor zich uit moeten kijken terwijl ze lopen/rennen/steppen/fietsen en rekening houden met elkaar
  • dat zij de speeltoestellen/het speelhuisje gebruiken zoals het hoort, en geen gevaarlijk gedrag vertonen zoals hangen, springen of klimmen
  • aan te geven wanneer zij iets niet leuk of gepast vinden, en welk gedrag wel en niet gepast of gewenst is
  • dat zij niet in de volgende ruimten mogen komen: de keuken, opbergruimte, meterkast
  • dat zij niet mogen spelen op de trap en netjes achter elkaar aan moeten lopen
  • dat zij netjes op hun billen aan tafel moeten blijven zitten. Niet draaien/staan/klimmen op tafel
  • dat zij aan tafel mogen praten maar zonder volle mond en niet proppen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding gezondheidsbeleid

Het gezondheidsbeleid draagt bij aan het bewerkstelligen van een gezond leefmilieu voor kinderen, de medewerkers en de ouders binnen ons kinderdagverblijf. Door het volgen van de richtlijnen van dit beleid en de maatregelen die we hebben genomen en omschreven, worden (grote) gezondheidsrisico’s zo veel mogelijk beperkt en uitgesloten.

Voorkomen van (de verspreiding van) ziektekiemen

Het verspreiden van ziektekiemen gaat razendsnel. Als er één kind ziek is, volgen er al snel meer. En ook medewerkers en ouders zijn niet ongevoelig voor deze ziektekiemen. We doen er dan ook alles aan om ons kinderdagverblijf zo schoon en hygiënisch mogelijk te houden. Wij hebben hiervoor de volgende maatregelen genomen.

1)   Handhygiëne
We doen ontzettend veel met onze handen. We vegen vieze billen af, raken speelgoed aan, vegen even langs onze neus en eten vervolgens een boterham, koekje of een stuk fruit. Een goede handhygiëne is dan ook ontzettend belangrijk. We wassen onze handen:

  • Na het (helpen bij) toiletgebruik
  • Na het buitenspelen
  • Voor het (helpen bij) eten
  • Voor en na het aanbrengen van zalf
  • Na het verschonen van een kind
  • Na het verzorgen van wondjes
  • Na het in contact komen met lichaamsvocht zoals snot, wondvocht of bloed
  • Na contact met vuile was, afval of de afvalcontainer
  • Bij zichtbaar vieze handen
  • Bij verkoudheid (niezen, hoesten of snot)

Bij het handen wassen gebruiken we vloeibare zeep en wrijven onze handen minimaal 10 seconden goed over elkaar. Ook leren we kinderen hoe zij moeten zorgen voor een goede handhygiëne.
Het schoonmaken van de handjes van de kleinere kindjes kan met een wegwerpwashandje met wat zeep of wasgel erop. Elk kind heeft een eigen washandje welke direct erna wordt weg gegooid.
Bij verkoudheid en besmettelijke aandoeningen wordt extra aandacht aan handhygiëne besteed.

2)   Voedselhygiëne
Omdat we binnen het kinderdagverblijf ook voedsel en drinken bereiden en nuttigen, houden wij ons aan de wettelijke regels die zijn opgenomen binnen de warenwet. Op deze manier beperken we het risico op besmetting of voedselvergiftiging.

    • Gekoelde boodschappen die zijn binnengekomen worden direct op de juiste plek opgeborgen en bewaard in een koelkast met een temperatuur die ligt tussen de 4 ºC en 7 ºC
    • Koelproducten worden voorzien van een sticker waarop de datum van eerste gebruik staat vermeld
    • Bij producten volgen wij de bewaar- en bereidingsadviezen op de verpakking
    • Voedsel en flesvoeding worden alleen bereid op de daarvoor bestemde en schone plekken
    • Gekoelde producten en bereide (fles)voeding die langer dan 3 kwartier buiten de koelkast zijn geweest worden weggegooid
    • Restjes (fles)voeding worden nooit meer dan eenmaal opgewarmd en opnieuw aangeboden
    • Flessen, bekers, borden en bestek worden na gebruik direct gespoeld en gereinigd voor het opnieuw wordt gebruikt. Flessen worden zorgvuldig afgewassen met een mild afwasmiddel en een flessenborstel. Daarna wordt het omgekeerd bewaard op bijv. schone doek of rek.
    • Bij flesvoeding krijgt ieder kind zijn eigen fles voorzien van naam
  • Flessen en spenen worden twee maal per week uitgekookt op:
    Maandag tussen 12.30u – 15.00u
    Donderdag tussen 12.30u – 15.00u
  • Flesvoeding voor kinderen tot 1 jaar wordt gemaakt met afgekoeld gekookt water
  • Meegebrachte moedermelk wordt op de dag van aanleveren opgemaakt
  • Overgebleven moedermelk wordt weggegooid
  • Ingevroren moedermelk wordt maximaal 3 maanden in de vriezer bewaard
  • Moedermelk wordt in de koelkast ontdooid
  • Eenmaal ontdooide moedermelk wordt van datum & tijd voorzien, en binnen 24 uur verstrekt
  • Eenmaal ontdooide moedermelk wordt niet meer ingevroren
  • Moedermelk wordt “au bain marie” opgewarmd (in een fles, geplaatst in een kom met warm water) en niet in de magnetron

3)     Fopspenen

  • Fopspenen zijn voorzien van naam en worden gescheiden bewaard, bijvoorbeeld in de mandjes van het kindje zelf
  • Fopspenen die op de grond zijn gevallen, worden eerst afgespoeld onder de kraan voor het weer gebruikt kan worden
  • Fopspenen die in de mond van een ander kind zijn geweest, worden eerst uitgekookt

4)    Tanden poetsen
Op de dreumes- en de peutergroep wordt twee maal per week de tandjes gepoetst, namelijk op de dinsdag en de donderdag na de lunch. Elk kind heeft zijn of haar eigen tandenborstel en eigen beker, duidelijk voorzien van naam. Na gebruik worden de tandenborstels goed uitgespoeld, droog geslagen, rechtopstaand en apart van elkaar bewaard. De bekers worden wekelijk gereinigd en de tandenborstels worden 1x per 4 maanden vervangen, bij zichtbaar vuil vaker.
Het poetsen van de tandjes van de kinderen zien wij als een activiteit en niet met als doel de tanden grondig schoon te maken. Na poetsen door de medewerkers vinden wij dan ook niet nodig.

Zieke kinderen

Een kind dat ziek is moet in onze ogen thuis te blijven. Een ziek kind heeft behoefte aan rust en zal op het kinderdagverblijf niet de aandacht kunnen krijgen die het op dat moment nodig heeft.
Onder ziek verstaan we onder andere het volgende:

  • Koorts (38ºC of hoger)
  • Besmettelijke kinderziekten zoals mazelen, waterpokken, bof, rode hond, ernstige diarree en dergelijke

Wij handelen over het algemeen volgens de richtlijnen van het GGD maar vooral vanuit de behoeften van het kind.
Meer informatie over (infectie)ziekten hier:
http://www.ggd.amsterdam.nl/infectieziekten/infectieziekten/informatie-kindercen/
Bij twijfel kan altijd gebeld worden met de GGD, afdeling Infectieziekten: 020-5555337

Mocht het kind op het kinderdagverblijf ziek worden (bijv. 38 ºC koorts), dan zullen de ouders hiervan op de hoogte gesteld worden. Wel bekijken wij de situatie per keer en per kind. Een kind kan ook zonder koorts niet lekker in zijn vel zitten, of wel koorts hebben maar gewoon zichzelf zijn.
Soms laten we het kind nog even een uurtje spelen of slapen. Is de koorts daarna gestegen dan moet het kind toch opgehaald worden. Onze pedagogisch medewerkers zullen altijd pas na overleg met collega(’s) of leidinggevende beslissen om de ouders te bellen. Het kind dient dan z.s.m. opgehaald te worden.
Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerkers door de ouders/verzorgers op de hoogte worden gesteld wanneer een kind in het weekend of de nacht ervoor ziek is geweest, zodat hier rekening mee gehouden kan worden.

Medisch handelen

  • Kinderen krijgen alleen medicijnen toegediend als:
  • Hiervoor de “Overeenkomst gebruik geneesmiddelen” is ingevuld en ondertekend door de ouder
  • De medicijnen in de originele verpakking met bijsluiter zit
  • De pedagogisch medewerkers ervoor zorgen dat zij precies weten hoe de medicatie moet worden toegediend
  • Er wordt vast gelegd wie de medicijnen aan het kind geeft. Het liefst de pedagogisch medewerker die de medicijnen heeft aangenomen van de ouder.
  • Kinderen krijgen geen paracetamol/zetpillen toegediend zonder medische indicatie (bijvoorbeeld in het geval van koortsstuipen)
  • Medicatie toedienen gebeurt niet door stagiaires
  • Medicatie toedienen gebeurt met schone handen in een schone omgeving
  • Gun het kind privacy als het daar behoefte aan heeft
  • Bij het anaal opnemen van de koorts wordt ervoor gezorgd dat de thermometer voor en na het gebruik wordt gedesinfecteerd
  • Op de babygroep is een volledig complete verbandtrommel aanwezig, met daarin alle eventuele benodigde spullen voor het geven van eerste hulp (denk aan; pleisters, verbandjes, tekentang, etc.). Op de dreumes- en de peutergroep zijn enkel pleisters aanwezig.
  • Pleisters of verband wordt zo nodig vervangen
  • Pus/wondvocht wordt voordat het gaat lekken met bijvoorbeeld een wattenstaafje of tissue gedept
  • Draag bij wondverzorging of contact met bloed en wondvocht, altijd wegwerphandschoentjes, en gooi deze na het gebruik direct weg

Wees extra alert op kinderen met een koortslip of waterpokken en voorkom zoveel mogelijk besmetting; maak speelgoed eventueel extra schoon en voorkom contact met andere kinderen.

Bij bijtincidenten waarbij bloed vrij komt wordt binnen 24 uur contact opgenomen met de huisarts of GGD. 

Veilig slapen

Soms overlijden kinderen tussen de 0 en 2 jaar onverwacht in hun slaap. Die kinderen leken gezond. Dat heet wiegendood. Er is veel onderzoek gedaan naar de oorzaak van wiegendood.

  • Kinderen tussen de 0 en 2 jaar mogen niet op hun buik in bed gelegd worden, tenzij de ouder(s) schriftelijke toestemming geeft door middel van het tekenen van ons protocol buikslapen
  • Baby’s tot 1 jaar slapen altijd in een slaapzakje en nooit onder een dekentje i.v.m. verstikkingsgevaar
  • Er wordt tijdens het slapen van de baby’s consequent de 10-minuten-check uitgevoerd; elke tien minuten worden de slaapkamers en de slapende kinderen gecontroleerd.
  • De babyfoon staat altijd aan als de kinderen slapen
  • Kinderen die wakker zijn worden zo snel als mogelijk uit bed gehaald

Schone speel- en leefomgeving

Gezondheid begint bij een schone speel- en leefomgeving. Kinderen horen op te groeien in een veilige en gezonde omgeving. Hierbij is het een eerste vereiste dat de binnen- en buitenruimte van het kinderdagverblijf schoon en hygiënisch is. De medewerkers en leidinggevende zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het schoonmaakbeleid.

  • We waarborgen een consequente schoonmaak door het schoonmaakschema te hanteren
  • Schoonmaken wordt gedaan met een spray met water en aangelengde allesreiniger. Dit wordt dagelijks ververst door de vroege dienst.
  • Schoonmaakspray moet gespoten worden op de schoonmaakdoek, en niet op de oppervlakte zelf. Dit om verneveling in de lucht te voorkomen.
  • Zichtbaar verontreinigde ruimtes/materialen/meubels/speelgoed worden direct schoongemaakt
  • Speelgoed of oppervlakten die zijn vervuild met wondvocht, diarree of braaksel wordt eerst schoongemaakt en daarna gedesinfecteerd
  • Speelgoed dat door baby’s in de mond is gedaan, of gebruikt is door zieke of verkouden kinderen is gebruikt wordt direct schoongemaakt
  • Het aankleedkussen wordt na elke verschoning schoongemaakt
  • De vloer en het meubilair wordt dagelijks schoongemaakt
  • Sanitaire ruimtes en kranen worden dagelijks schoongemaakt
  • Hoger gelegen oppervlakken worden wekelijks schoongemaakt
  • Verticale oppervlakken worden maandelijks schoongemaakt
  • Speelgoed wordt maandelijks schoongemaakt
  • Knutselwerk en dergelijke worden direct verwijderd als ze zichtbaar stoffig zijn en niet schoon gemaakt kunnen worden

Textiel

Dagelijks produceren de drie groepen bij elkaar best veel was. Er hangt boven de wasmachine een rooster wie er wanneer verantwoordelijk is voor het ophalen van de dagelijkse was, en het draaien, drogen en vouwen ervan. Op het moment dat er een afwezige medewerker is wordt dit overgenomen door de inval. Het beddengoed en eventueel ander textiel wordt zelf gewassen door de medewerkers van de betreffende groep.
Textiel met bloed, diarree, wondvocht of braaksel moet te alle tijden direct gewassen worden op 60ºC. Textiel dat niet heet gewassen kan worden maar wel is vervuild met wondvocht, diarree of braaksel wordt op een andere manier grondig gereinigd, bijvoorbeeld door een professioneel reinigingsbedrijf.

1)   Slaapkamer
Alle kinderen hebben hun eigen bed voorzien van naam en hun eigen beddengoed (laken/slaapzak/deken). Als twee kindjes een bedje delen omdat ze op verschillende dagen komen, dan heeft het matras aan beide zijden een hoeslaken in verschillende kleuren.
Al het beddengoed wordt wekelijks gewassen op 40ºC, bij zichtbaar vuil direct.

2)   Keuken
Keukentextiel als vaat-, thee- en handdoeken worden elk dagdeel vervangen: begin van de ochtend en begin van de middag een schone. Het wordt gewassen op minimaal 60 ºC.
Vaatdoeken dienen na gebruik uitgespoeld te worden met stromend heet water.

3)   Leefruimtes
Aanwezige box- en speelkleden op de babygroepen moeten wekelijks gewassen worden. Wassen op 40 ºC en het moet direct uitgehangen worden om te drogen. Deze mogen absoluut niet in de droger.
Aanwezige knuffels of ander soort zacht speelgoed, en de hoezen van de bank worden maandelijks gewassen op 40 ºC en daarna uit gehangen.
Vloerkleden worden dagelijks gereinigd (stofzuigen).
De allerkleinsten gebruiken een slabbetje of spuugdoekje bij het eten of drinken. Deze worden na elk gebruik in de was gegooid en worden niet opnieuw gebruikt.
Verkleedkleding wordt maandelijks gewassen op 40 ºC en daarna uit gehangen.

Allergieën

Ouders worden verzocht om aanwezige allergieën altijd te melden. We proberen kinderen niet of zo min mogelijk in aanraking te laten komen met stoffen die een allergische reactie kunnen veroorzaken. Zo letten wij erop dat er geen planten en struiken in de tuin geplaatst worden die mogelijk stuifmeel afgeven. Uiteraard houden wij ook rekening met voedselallergie. Als een kind een allergische reactie vertoont overleggen wij met de ouder hoe te handelen. Medewerkers worden hier dan van op de hoogte gesteld en ook de medewerkers die de warme maaltijden verzorgen houden hier rekening mee.

Een gezond binnenklimaat

Het binnenmilieu is de leefomgeving binnen in een gebouw. Voor een gezond binnenmilieu zijn de volgende factoren van belang: luchtverversing (ventilatie), temperatuur en vochtbalans en de kwaliteit van de (binnen)lucht. Met name bij infectieziekten die via in de lucht zwevende kleine druppeltjes worden overgedragen is een goede ventilatie belangrijk om verspreiding van de ziekte tegen te gaan. Daarnaast is ventilatie ook belangrijk voor het afvoeren van hinderlijke geuren en anderszins schadelijke stoffen.
Om de luchtkwaliteit goed op peil te houden worden onderstaande maatregelen in achtgenomen:

  • In de leef- en slaapruimte wordt de CO² twee maal per dag gemeten en genoteerd op het daarvoor bestemde CO² checklist. Bij een te hoge waarde wordt er direct naar gehandeld en extra geventileerd.
  • Er wordt zo veel en zo vaak mogelijk geventileerd. Wij beschikken over een mechanisch ventilatiesysteem wat elke ochtend om 7.30u wordt aangezet. Ook staan de ventilatierooster en -luiken en de deuren naar de buitenruimte zo veel als mogelijk open.
  • Wanneer er iets mis is met de CV, de airconditioning of de ventilatie wordt dit direct gemeld bij een leidinggevende. Deze neemt direct maatregelen om eventuele problemen te verhelpen.
  • Er wordt periodiek onderhoud gepleegd aan apparatuur die van invloed is op het binnenklimaat, zoals de CV installatie en het ventilatiesysteem.

We proberen ervoor te zorgen dat er binnen altijd een aangename temperatuur is van minimaal    18 ºC. Het gebouw waar wij inzitten is ontzettend goed geïsoleerd waardoor de warmte best lang kan blijven hangen. We doen altijd zoveel als mogelijk om de temperatuur in de leefruimtes te reduceren door gebruik te maken van de airco en de gehele dag door te ventileren.
Bij dagen met temperaturen van 26ºC of hoger (binnen of buiten) treedt ons hitteprotocol in werking:

  • Maak gebruik van airconditioning; ramen en deuren dienen dan gesloten te blijven
  • Overdag zo min mogelijk verlichting aan
  • Monitors van computers en ook andere warmtebronnen zo min mogelijk gebruiken
  • Zonneschermen bij zonsopgang naar beneden en bij zonsondergang omhoog
  • Geen intensieve bewegingsactiviteiten
  • Ventileer en lucht ‘s avonds en ‘s nachts het gebouw en laat de ventilatie ook aan
  • Laat kinderen en medewerkers extra drinken en wacht niet tot dorstgevoel
  • Laat de kinderen buiten blijven als het daar koeler is dan binnen (maar voorkom zo veel mogelijk blootstelling aan direct zonlicht tussen 12:00 en 15:00 uur)
  • Zoek eventueel verkoeling met waterspelletjes en/of zwembadjes

Frisse lucht

Naast een goede ventilatie nemen we ook extra maatregelen om de lucht schoon en fris te houden voor de kinderen.

  • Er wordt niet gerookt in het bijzijn van de kinderen
  • We gebruiken geen spuitbussen (verf, haarlak en luchtverfrissers in de ruimte met kinderen)
  • Er wordt alleen lijm op waterbasis gebruikt
  • We gebruiken geen wasbenzine, terpentine, verfafbijtmiddelen of andere chemicaliën met oplosmiddelen waar kinderen bij zijn
  • We gebruiken geen sterk geurende producten en gebruiken reinigingsmiddelen met zo weinig mogelijk geur
  • We zorgen ervoor dat sanitaire ruimten dagelijks gereinigd worden of indien nodig tussendoor

Een gezond buitenmilieu

1)  Teken en insectenbeten
Tekenbeten kunnen voorkomen worden door bij natuurwandelingen beschermende kleding te dragen: dichte schoenen, sokken, een lange broek en een shirt met lange mouwen. Als er toch een teek op de huid van een kind gevonden wordt, moet deze zo snel mogelijk verwijderd worden met behulp van een tekenpincet (aanwezig in de ehbo-koffer op de babygroep).
Wespen en bijen veroorzaken nare pijnlijke steken. Ze worden aangetrokken door zoete geuren. De kinderen worden voor het naar buiten gaan gecontroleerd op plakkerige handen en monden en in de buitenruimte wordt het eten of drinken van zoetigheid beperkt tot minimaal. Wanneer een kind toch door een bij/wesp gestoken wordt, wordt direct de angel verwijderd en het gif uitgezogen. Daarna leggen we eventueel een coldpack op het wondje, ter verkoeling en verzachting van de pijn. Soms treedt na een wespen – of bijensteek een heftige allergische reactie op (zwelling, ernstige benauwdheid, verwardheid en/ of bewusteloosheid). We zijn hier alert op en waarschuwen in dat geval de ouders en in ernstige gevallen ook een arts en/of ambulance.

2)   Contact met dieren
Het kan zijn dat kinderen (buiten of tijdens uitstapjes) in aanraking komen met dieren. We zorgen er altijd voor dat dit onder begeleiding van een medewerker gebeurt. Deze is er alert op dat een kind niet gebeten of gekrabd wordt door een dier, bijvoorbeeld bij een bezoek aan de kinderboerderij. Na afloop worden altijd de handen gewassen.

3)   Het gebruik van een zwembadje
Zwembadjes worden bij zeer warm weer veel gebruikt door de kleintjes. Om af te koelen en om lekker met water te spelen. Onze buitenruimte leent zich daar goed voor omdat het helemaal afgesloten is. Stilstaand water in combinatie met warmte brengt echter risico’s mee zich mee.
–   Voor het vullen van de badjes wordt water van drink-kwaliteit gebruikt
–   Het water wordt dagelijks en bij zichtbare verontreiniging ververst
–   Voor kinderen die nog niet zindelijk zijn worden zwemluiers gebruikt
–   Er wordt geen speelgoed gebruikt wat als drinkbeker kan worden gezien
–   Badjes worden na gebruik geleegd en gereinigd

4)   Zomerperiode
Als de kinderen in de zomer gaan buitenspelen worden zij van te voren ingesmeerd met een zonnebrandcrème met minimaal factor 30. Er wordt gezorgd voor voldoende schaduwplekken en bij hoge temperaturen zorgen we dat de kinderen extra drinken aangeboden krijgen. Er wordt op gelet dat kinderen niet te lang in de felle zon spelen. Wanneer blijkt dat kinderen het te warm krijgen, gaan wij naar binnen. Dit alles om de kans op uitdroging of een zonnesteek te voorkomen.
Kinderen onder de 1 jaar moeten helemaal uit de felle zon worden gehouden.
Er wordt gezorgd dat de kinderen niet te warm of te koud (op frissere dagen) zijn aangekleed.

Kinderen leren omgaan met risico’s

Wij leren kinderen actief om te gaan met (kleine) gezondheidsrisico’s. Door uit te leggen waarom we met elkaar bepaalde afspraken hebben gemaakt en ze te leren hoe we risico’s kunnen beperken, maken we ons kinderdagverblijf nog gezonder. We leren kinderen:

  • wanneer en hoe zij hun handen moeten wassen
  • dat zij niet richting een ander niezen of hoesten en dit met de hand voor de mond of in de elleboog
  • dat zij niet de speen/fles/beker/bestek van andere kinderen pakken en in hun mond doen
  • dat zij in het bijzijn van een wesp of bij niet om zich heen gaan slaan maar rustig blijven
  • dat zij geen water mogen drinken uit het zwembadje

 

 

 
 

 

 
 

 

 
 

 

 
 

 

 

Bijlage) Protocol vermissing kind

Preventief beleid op het KDV:
•    Weet hoeveel kinderen er op de groep zijn. Doe dit door o.a. het bijhouden van de bezettingslijst.
Wanneer een kind is gehaald of gebracht, moet je het nieuwe aantal kinderen weten.
•    De kans dat een kind wegloopt of door een onbekende wordt meegenomen, is het grootst tijdens de haal- en brengtijden. Let op dat de voordeur en de hekjes altijd goed dicht zijn. Wanneer een ouder de deur laat openstaan, wijs de ouder daar dan op.
•    Groepsleiding zorgt dat een invalkracht goed geïnstrueerd is. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de map voor invalkrachten en een goede overdracht.

Vermissing tijdens de opvang:
Wanneer je ontdekt dat je een kind uit de groep mist, kun je een aantal dingen ondernemen, die helpen het vermiste kind op te sporen. Dit betreft niet alleen het zelf zoeken, maar ook het verzamelen van informatie over het kind en over de omstandigheden van de vermissing.
Onderneem de volgende stappen:
•    Meld bij je naaste collega van de groep dat je een kind mist. Draag de zorg van de andere kinderen over aan je collega, zodat je je kunt richten op het vermiste kind.
•    Blijf kalm en denk helder na. Wanneer heb je het kind voor het laatst gezien? Wat was het kind aan het doen? Waar zou het mis kunnen zijn gegaan?
•    Bekijk eerst goed alle leef- en speelruimtes, gangen, slaapkamers en buitenruimte. Roep ondertussen het kind. Kijk op plaatsen waar kinderen zich kunnen verbergen. Het komt nogal eens voor dat een kind zich verstopt en dan in slaap valt. Als er tijdens de vermissing buiten werd gespeeld, kijk je goed waar het kind heen kan zijn gegaan. Is er een vijver in de buurt of dieren? Bedenk wat interessant kan zijn voor een kind.
•    Schakel meerdere collega’s in om te helpen zoeken. Zijn die er niet, vraag dan mensen in de omgeving. Ook eventueel ouders die op dat moment aanwezig zijn.
•    Een andere collega brengt de leidinggevende op de hoogte. Deze neemt contact op met de ouders en de directie.
•    Als het kind niet in het gebouw te vinden is, ga dan buiten zoeken. Neem als het kan een foto van het kind mee en een telefoon, zodat je bereikbaar bent.
•    Zoek buiten eerst op de plekken waar het kind gevaar zou kunnen oplopen. Bv. water, putten, verkeerswegen of parkeerplaatsen.
•    Vraag aan voorbijgangers of zij een kind hebben gezien.
•    Na 15 minuten zoeken bel je de politie.
•    Noteer de naam van de politiefunctionaris die je aan de telefoon gesproken hebt en de naam van de politiefunctionaris die als je contactpersoon is aangewezen.
Preventief beleid bij uitstapjes:

  •  Weet altijd uit je hoofd hoeveel kinderen er mee zijn. Doe dit door i.i.g. het bijhouden van een bezettingslijst. Zorg dat je de telefoonnummer van de ouders bij je hebt. Alle kinderen dragen tijdens een uitstapje een gekleurd hesje. Dit om de herkenbaarheid in bijv. een pretpark te vergroten. Ook dragen de kinderen de mobiele nummers van de leidsters die mee zijn bij zich, door middel van een broche of een armbandje. Op de gekleurde hesjes staat ook het nummer van het kinderdagverblijf.
    •    Maak voordat het uitstapje begint groepjes: welke kinderen horen bij welke leidster/volwassene? Zorg ervoor dat deze kinderen dit van te voren ook duidelijk weten. Elke leidster/volwassene heeft een bezettingslijstje met zijn of haar groepje kinderen erop.
    •    Instrueer de kinderen goed: WAAR zitten de leidsters, WAT is het eventuele verzamelpunt, WAAR ga je naartoe als je ons kwijt bent, spreek een volwassene aan om je te helpen.

Vermissing tijdens een uitstapje:
•    Meld bij je collega(‘s) dat je een kind mist. Draag de zorg van de andere kinderen over aan je collega, zodat je je kunt richten op het vermiste kind.
•    Blijf kalm en denk helder na. Wanneer heb je het kind voor het laatst gezien? Wat was het kind aan het doen? Waar zou het mis kunnen zijn gegaan?
•   Kijk eerst goed om je heen. Vraag eventueel andere kinderen of hun dit kind nog gezien hebben en waar dit was. Ga na of er gevaarlijke plekken in de buurt zijn (bijv. water, gevaarlijke wegen) en zoek daar als eerst.
•    Schakel meerdere collega’s in om te helpen zoeken. Zijn die er niet, vraag dan mensen in de omgeving.
•    Een andere collega brengt de leidinggevende op de hoogte. Deze neemt contact op met de ouders en de directie. De collega schakelt een medewerker van het (pret)park in om het kindje eventueel om te laten roepen en omstanders er attent op te maken.
•    Vraag aan voorbijgangers of zij een kind hebben gezien
•    Na 15 minuten zoeken bel je de politie
•    Noteer de naam van de politiefunctionaris die je aan de telefoon gesproken hebt en de naam van de politiefunctionaris die als je contactpersoon is aangewezen

Als het vermiste kind terecht is:

•    Informeer je de politie als deze ingeschakeld is
•    Informeer je alle betrokkenen die weten dat het kind vermist is
•    Ga na wat de reden van de vermissing was, zodat een herhaling voorkomen kan worden

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage) Protocol veilig vervoer

“Ons Dorpje” heeft een aantal busjes in haar bezit, die dienen voor het ophalen van kinderen uit school, of om kinderen te vervoeren tijdens een uitstapje. Ook wordt er incidenteel gebruikt gemaakt van personenauto(‘s), bijvoorbeeld van een leidster of ouder.
“Ons Dorpje” hecht uiteraard grote waarde aan de veiligheid van de kinderen en daarvoor is dit protocol opgesteld.

De regels met betrekking tot vervoer met een busje/personenauto:

  • De busjes/personenauto zijn altijd voorzien van (inzittenden-)verzekering
  • Kinderen tot 1.35m (+/- 8 jaar) zitten op een verhoging (zitje), in de veiligheidsriemen. Voor kinderen tussen 2 en 3 jaar vragen wij de ouder(s) om een autostoel.
  • Alle deuren zijn voorzien van kinderslot
  • Achter het stuur zit een pedagogisch medewerker met een rijbewijs en genoeg ervaring
  • Er worden niet meer kinderen vervoerd dan het aantal aanwezige stoelen
  • Er wordt altijd een lijst met namen van de aanwezige/op te halen kinderen meegenomen. Elke bestuurder van het busje/personenauto weet hoeveel en welke kinderen er in de bus/auto zitten.
  • Alle busjes/personenauto’s zijn gekeurd en goed onderhouden door een erkende autogarage
  • Tijdens het ophalen van kinderen worden er geen kinderen onbeheerd achter gelaten in de busjesVeilig in- en uitstappen:
  • Er wordt rustig gelopen van en naar de busjes/personenauto
  • Waar mogelijk loopt er één pedagogisch medewerker/volwassene voor en één achter de kinderen. Anders lopen de grootste kinderen vooraan, en de pedagogisch medewerker achteraan, samen met de kleinsten.
  • Oversteken gebeurt altijd op een zebrapad. De pedagogisch medewerker zorgt ervoor dat het verkeer stopt.
  • Alle kinderen stappen rustig in en uit de busjes/personenauto
  • De pedagogisch medewerker ziet erop toe dat de kleinsten op een stoelverhoger zitten, dat alle gordels juist zijn vast gemaakt en dat de deuren goed worden gesloten.

 

 

 

 

 

 

Bijlage) Hitteprotocol

Kinderen zijn kwetsbaar voor hitte. Het lichaam van kinderen reageert anders dan het lichaam van volwassenen, waardoor zij meer kans op gezondheidsklachten hebben.

De ideale binnentemperatuur ligt tussen de 18 °C en 22 °C. In de zomer mag de binnentemperatuur tot ongeveer 25 °C stijgen, maar liever niet hoger.
Dit hitteprotocol treedt in werking als de temperatuur binnen en/of buiten stijgt tot 26°C of hoger.

  • Maak gebruik van airconditioning; ramen en deuren dienen dan gesloten te blijven
  • Doe overdag zo min mogelijk verlichting aan
  • Gebruik monitors van computers en andere warmtebronnen zo min mogelijk
  • Doe de zonneschermen bij zonsopgang naar beneden en bij zonsondergang omhoog
  • Plan geen intensieve bewegingsactiviteiten.
  • Ventileer en lucht ’s avonds en ’s nachts het gebouw
  • Zet de ventilatie ’s nachts aan

Daarnaast volgen we de onderstaande tips zo veel mogelijk op bij warme zomerdagen:

    • Zorg dat kinderen eenvoudig toegang hebben tot schoon water en plan extra drinkmomenten. Het is belangrijk om te drinken voordat je dorst hebt.
    • Laat kinderen niet te lang in de zon spelen en smeer kinderen in met zonnebrandcrème (elke twee uur opnieuw).
    • Bij buitenactiviteiten of inspannende activiteiten, is het verstandig om het programma eventueel in te korten en voor extra drinkwater te zorgen.
  • Zoek verkoeling met waterspelletjes en/of zwembadjes.