Versie: juli 2018

Inleiding

Kinderdagverblijf en Buitenschoolse opvang “Ons Dorpje”, gevestigd aan de Tussen meer 70 te Amsterdam, is in Januari 2010 geopend. Op de begane grond is het kinderdagverblijf gevestigd en de buitenschoolse opvang op de eerste verdieping.
De Buitenschoolse Opvang (BSO) van “Ons Dorpje” biedt plaats aan maximaal 43 kinderen in de leeftijd van 4 t/m 12 jaar. Deze kinderen worden opgevangen in 2 aparte groepen:

De SMURFEN-groep (4 t/m 7 jaar), maximaal 20 kinderen per dag
De SPONGEBOB-groep (8 t/m 12 jaar), maximaal 23 kinderen per dag
Elke groep heeft zijn eigen speelruimte, kapstok en zoveel als mogelijk dezelfde pedagogisch medewerkers.

Wij zijn, tijdens schooldagen geopend van maandag tot en met vrijdag van 13.30u-18.30u.
Tijdens de vakantie zijn wij geopend van 7.30u-18.30u.
De keuze voor opvang in de BSO is een keuze voor opvang in groepsverband. Kinderen leren daardoor al vroeg rekening met elkaar te houden. Willen de kinderen zich goed ontwikkelen dan moeten zij zich in de groep veilig en vertrouwd voelen en moet het kind de kans krijgen om een band op te bouwen met pedagogisch medewerker en groepsgenootjes. Door zoveel als mogelijk vaste pedagogisch medewerkers en een vast dagritme proberen wij dat te bereiken.

PERSONEEL

Al onze pedagogische beroepskrachten beschikken over het diploma sociaal pedagogisch werk niveau 3 en/ of 4 of zij hebben een andere relevante pedagogische mbo of hbo kwalificatie conform de CAO Kinderopvang. Tevens zijn zij in het bezit van een geldige verklaring omtrent gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële documentatie op het moment dat zij met hun werkzaamheden bij ons starten. Dit laatste geldt ook voor stagiaires, vrijwilligers en de directie.
Daarnaast is er altijd een volwassene in het pand aanwezig die in het bezit is van een geldig (kinder) EHBO diploma.

STAGIAIRES

Om aankomende beroepskrachten de kans te geven ervaring op te doen binnen de kinderopvang, bieden wij een leerwerkplek voor stagiaires. Er zijn twee verschillende leerroutes voor pedagogisch medewerkers: BOL en BBL. Alle activiteiten, werkzaamheden en ondersteuning van de stagiaires zullen gebeuren onder begeleiding van ervaren beroepskrachten.

UITGANGSPUNT

De ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van het kind.
De pedagogisch medewerkers van de BSO zijn medeopvoeders vanuit ons eigen pedagogisch plan. Ouders mogen verwachten dat zij goed geïnformeerd worden en dat zij met vragen, opmerkingen, wensen en klachten altijd bij het personeel of directie terecht kunnen.

ONTWIKKELING VAN KINDEREN

Elk kind heeft bij zijn geboorte een bepaalde aanleg en temperament meegekregen. Voor elk kind is die anders. Dit geeft het kind afhankelijk van zijn mogelijkheden en beperkingen, de mogelijkheid om zich te ontwikkelen. De wijze waarop dit gebeurd is erg afhankelijk van de omgeving en situatie waarin het kind opgroeit.

VRIJE TIJD

De BSO is een voorziening waar kinderen een deel van hun tijd doorbrengen. Tijd die ze anders thuis of op straat zouden doorbrengen.
Kenmerken van vrije tijd zijn:

1 Op school zijn de activiteiten doelgericht, maar in hun vrije tijd bepalen kinderen zelf wat zij doen en met wie. Kinderen hebben daarom, vooral in de vakantieperioden behoefte aan georganiseerde activiteiten.
2 Voor de kinderen is het belangrijker om tijdens het spelen in hun vrije tijd plezier te beleven dan wat ze daarbij leren.
3 De sociale contacten van de kinderen zijn belangrijker dan de activiteit; zij leren bij deze contacten spelenderwijs een aantal dingen die van invloed zijn op hun persoonlijkheidsontwikkeling.

VERLATEN STAMGROEP/UITSTAPJES

Er worden geregeld activiteiten buiten de BSO gehouden. Dit kan tijdens schooldagen in de middag naar de speeltuin of kinderboerderij, maar vooral tijdens de vrije dagen en vakanties. Tijdens de schoolvakanties worden er minimaal twee activiteiten per week buiten de BSO gepland. Dat varieert tot uitstapjes naar pretparken, kinderboerderij, bioscoop, zwemmen, theatervoorstellingen, dierentuin en activiteiten in het buurthuis. Bij uitstapjes gaan er altijd minimaal twee beroepskrachten mee. Indien het nodig is vragen wij extra begeleiders mee.

Bij elk uitstapje wordt er een planning gemaakt:
• Hoeveel en welke kinderen gaan mee?
• Welke (pedagogisch) medewerkers gaan mee?
• Wat gaan ze doen?
• Hoeveel en welke busjes zijn nodig?

Wat dient er meegenomen te worden:
• Lijst met namen van de kinderen die meegaan, incl. de ouderinformatie;
• Minimaal één mobiele telefoon. Het telefoonnummer hiervan wordt gegeven aan een achterblijvende pedagogische medewerker;
• EHBO-koffertje (niet noodzakelijk als we in de buurt zijn)
• Gekleurde hesjes/t-shirts voor de kinderen die meegaan.

Eenmaal buiten:
 De kinderen dienen rustig te wandelen, niet rennen en schreeuwen, en goed voor zich te kijken.
 De kinderen lopen twee-aan-twee, achter elkaar aan.
 Er loopt minimaal één (pedagogisch) medewerker voor de kinderen en één achter de kinderen.
 Vanaf de stoep wordt er rustig gewandeld naar de busjes.
 Eén (pedagogisch) medewerker zorgt er eventueel voor dat de kinderen veilig over kunnen steken door op het zebrapad te blijven staan.
 Aangekomen op plaats van bestemming: de (pedagogisch) medewerkers vertellen de kinderen duidelijk wat de bedoeling is, waar de eventuele verzamelplek is, dat er ook andere mensen zijn waar ze rekening mee dienen te houden, en wat ze wel en niet mogen doen.

PEDAGOGISCH MEDEWERKER/KIND RATIO

1 pedagogisch medewerker op 10 kinderen (4 t/m 12 jaar).
Afhankelijk van de soort activiteit gaat er eventueel extra begeleiding mee (bijvoorbeeld zwemmen behoeft meer begeleiding als een indoor speeltuin)

ONZE ROL IN DE VRIJE TIJD VAN KINDEREN

Afhankelijk van de leeftijd en de mogelijkheden van de kinderen heeft de pedagogisch medewerker een stimulerende en/of begeleidende rol.
In de leeftijdsgroep 4/5 jaar beperkt de rol van de pedagogisch medewerker zich in het aanbieden van speelgoed; activiteiten worden niet opgedrongen aan de kinderen.
De leeftijdsgroep vanaf 6/7 jaar heeft juist meer structuur nodig. Bij de oudste kinderen is het van belang dat de pedagogisch medewerker een luisterend oor bied als een kind dat nodig heeft, maar toch veelal op de achtergrond blijft.

HUISWERK OP DE BSO

Hoe ouder het kind wordt, hoe meer huiswerk het krijgt. In overleg met de ouder wordt bekeken in hoeverre wij de mogelijkheid kunnen bieden het kind al of niet onder begeleiding het huiswerk te laten maken.

OPVOEDING

De ontwikkeling van de kinderen wordt bepaald door een wisselwerking tussen individuele aanleg en omgevingsfactoren. Wij proberen de kinderen op zo een manier te stimuleren zodat ze weerbaar en zelfstandig worden met het uiteindelijke doel dat het kind actief kan deelnemen aan het maatschappelijke leven. Concreet betekent dit dat we de kinderen vrij en zelfstandig laten. Ook praten we met de kinderen en met de ouders hoe zij over bepaalde dingen denken.

TAAK VAN DE PEDAGOGISCH MEDEWERKER

Een BSO pedagogisch medewerker is veel minder een verzorgende leidster en veel meer een organiserende leidster. Zij is een gezellige leidster die met elk kind een relatie opbouwt. Kinderen in de BSO hebben behoefte aan gezelligheid, maar ook aan geheimen, eigen plekjes, elkaar en aan zelfstandigheid. De pedagogisch medewerkers maken vaak grapjes met de kinderen waardoor de vriendschappelijke band beter wordt en de kinderen het gevoel krijgen dat ze met alles naar hen kunnen stappen. Beroepskrachten worden pedagogisch ondersteund door de leidinggevende. De leidinggevende is vaak op de groep voor huiswerkbegeleiding en ondersteuning tijdens de maaltijden. Eens in de 3 maanden vind er een gezamenlijk werkoverleg plaats.

NORMEN EN WAARDEN

Normen: Dit zijn regels over hoe mensen zich in het algemeen moeten gedragen en wat ze juist niet mogen doen.
Waarden: Zijn heel persoonlijk. Het overbrengen van waarden en normen is een belangrijke factor van het opvoeden. De pedagogisch medewerkers hebben onderling een verschillende kijk op wat belangrijke dingen zijn in het leven. De één is gelovig en heeft vanuit dit geloof haar normen en waarden, de ander heeft vanuit maatschappelijke stromingen haar opvatting over wat er wel en niet goed is. Dit maakt het niet eenvoudig om de kinderen eenduidige normen en waarden over te brengen. Daarom is het belangrijk om over een aantal zaken afspraken te maken over wat je belangrijk vindt om aan de kinderen over te dragen.
Concreet betekent dit dat wij samen overleggen hoe we de kinderen het beste de normen en waarden kunnen aanleren. Dit doen we door samen met de ouders te kijken wat zij belangrijk vinden en of wij op dezelfde lijn zitten.

Schelden/Vloeken
Dit is absoluut verboden. Het kan voorkomen dat een kind tijdens het spelen een scheldwoord laat ontglippen. Het kind wordt hierop direct aangesproken. Schelden tegen de leiding wordt direct gestraft. Bewust schelden tegen een ander kind wordt ook direct gestraft. In beide gevallen wordt dit gemeld aan de ouder als deze het kind komt ophalen.

DISCRIMINATIE

Discriminatie is een sociaal onrecht. Wij geloven dat vooroordelen, discriminerende uitingen en gedragingen, al dan niet bewust, een desastreuze invloed hebben op het leefklimaat binnen de gehele samenleving.
Wij zullen ons inzetten om alle vormen van vooroordelen en discriminatie op de Buitenschoolse opvang te bestrijden.
Binnen de BSO ligt in dit opzicht een belangrijke pedagogische taak. In onze opvoedingsstijl; de overdracht van normen en waarden naar de ons toevertrouwde kinderen komt deze mening als vanzelfsprekend tot uiting.

STRAFFEN

Het is af en toe nodig om kinderen te corrigeren. De pedagogisch medewerker moet telkens een bewuste afweging maken of zij het gedrag zal negeren, een alternatieve oplossing zal zoeken of dat zij het gedrag zal corrigeren. Vaak werkt het negeren van negatief gedrag, gekoppeld aan het belonen van positief gedrag het beste. Belonen of straffen heeft minder effect als er veel tijd is verstreken tussen de daad en de beloning of straf.
De straf heeft altijd een duidelijk verband met datgene wat gebeurd is. Deze vindt snel na de ‘overtreding’ plaats zodat er een verband bestaat tussen de daad en de straf. De duur van de straf zal binnen de tijdsbeleving van het kind passen.
De pedagogisch medewerker is consequent. Indien zij een kind waarschuwt, moet zij ervoor zorgen dat als het gedrag niet verandert de straf wordt uitgevoerd. Dit betekent dat de aangekondigde straf uitvoerbaar moet zijn.
Conflict tussen twee kinderen lossen wij op door allebei de kinderen daarop aan te spreken.
Wij vragen ook wat er precies gebeurd is en geven de kinderen de kans om hun verhaal te doen. Daarna laten we de kinderen hun excuses aan elkaar aanbieden. Er wordt gestraft wanneer een kind bv. een ander kind geslagen heeft. De straf houdt in dat het kind, afhankelijk van de leeftijd, minstens 4 minuten en maximaal 12 minuten, rustig op de bank moet zitten.

De groepsleiding moet een klimaat scheppen waarin elk kind:
1. zich veilig voelt;
2. zich thuis voelt;
3. in zijn of haar ontwikkeling wordt gestimuleerd.

VEILIGHEID

1. Door de basisgroepen met zo veel als mogelijk vaste pedagogisch medewerkers, proberen wij ervoor te zorgen dat er vaste vertrouwde personen aanwezig zijn waar het kind zich aan kan hechten,
2. Heel belangrijk is het zelfvertrouwen van het kind. Door het tonen van respect voor het kind en de eigen inbreng van het kind, kan het zelfvertrouwen vergroot worden,
3. We handhaven een consequente regelgeving en naleving daarvan, dat betekent dat wij ingrijpen als een kind gevaarlijke toeren uithaalt die een gevaar voor zichzelf en anderen vormt.
4. De pedagogisch medewerker dient zich emotioneel betrokken te voelen bij de kinderen. Hierbij wordt dan ook een band van vertrouwen van het kind naar de pedagogisch medewerker toe opgewekt. Dit doen we door goed naar het kind te luisteren en het kind te laten weten dat je hem of haar begrijpt. Door veel te vragen tijdens het praten bijv. wat heeft je verdriet gedaan of hoe voel je je, geven wij het kind het gevoel dat wij geïnteresseerd zijn.
5. Een vast dagritme zoals bv. bij binnenkomst toiletbezoek en/of handen wassen en aan tafel. Na het eten gezamenlijk de tafel afruimen. Daarna wordt met de kinderen overlegd welke activiteiten er gedaan zullen worden.

THUIS VOELEN

Dit gevoel geven wij de kinderen door actief te luisteren naar het kind, serieus ingaan op wat een kind zegt en gehoor geven aan de wensen van het kind.
Wij proberen zoveel mogelijk aandacht te hebben voor het individuele kind. Per kind wordt ook gekeken wat het wil gaan doen.
Er zijn vaste ritmes zoals eten en drinken. Als de kinderen er zin in hebben mogen ze mee helpen met de tafel dekken of afruimen. Wij vragen eerst wie er mee wil helpen. Het is bij ons een regel dat elk kind aan de beurt moet komen en dat elk kind zijn eigen bord en beker moet afruimen. Zo creëren wij een thuisgevoel omdat dit ook vaak thuis gebeurt.

PERSOONLIJKE COMPETENTIES

ZELFSTANDIGHEID

Zelfstandigheid is het vermogen om voor jezelf te kunnen zorgen zonder directe hulp van anderen. Om op te groeien tot een volledig zelfstandig mens moet een kind zich onafhankelijk durven en kunnen opstellen. Hij of zij weet zelf wat het kan en waar het zich verantwoordelijk over voelt. Een kind dat leert goed voor zichzelf te zorgen ontwikkelt zijn zelfstandigheid.
Daarom stimuleren wij de kinderen om zo goed mogelijk voor zichzelf te zorgen.
Dit doen wij door:
– Het kind zelf naar het toilet te laten gaan. (4-jarigen worden nog wel begeleid hierin)
– Na het eten zelf bordjes en bekers naar het aanrecht brengen
– Het kind te laten helpen met afwassen en afdrogen en de tafel schoon te maken.
Er worden elke dag 2 kinderen uitgekozen. Uiteraard niet elke dag dezelfde kinderen.

HET STIMULEREN VAN DE ONTWIKKELING

Om de kinderen zich op alle aspecten van hun ontwikkeling te kunnen laten ontplooien, gaan we uit van de activiteiten die de kinderen zelf aangeven. We bieden vaak een activiteiten aan, maar het kind beslist zelf of hij of zij mee wil doen. Verder bieden wij voldoende afwisselend spelmateriaal en activiteiten waarmee kinderen samen of individueel kunnen spelen. De kinderen mogen zelf kiezen welk spel ze willen doen, maar wanneer er een groepsactiviteit gedaan wordt, dan is het wel de regel dat iedereen meedoet omdat dat goed is voor de sociale ontwikkeling. We leggen de kinderen dan ook uit waarom het niet netjes is om niet mee te doen en waarom het leuk is om wel mee te doen.

Wij richten ons voornamelijk op de volgende ontwikkelingsgebieden:
1. Sociale ontwikkeling
2. Emotionele ontwikkeling

SOCIALE ONTWIKKELING

Sociale ontwikkeling is het proces waarbij een kind in toenemende mate zelfstandig gaat deelnemen aan de omgang, gewoonten en waarden die gebruikelijk zijn binnen de omgeving waartoe het behoord. Wij hebben ook materiaal voor de sociale ontwikkeling. Bij jonge kinderen is dat bijvoorbeeld de poppenhoek. Natuurlijk hebben we op de groep gezelschapsspelletjes op het niveau van alle kinderen. Om zich sociaal te kunnen ontwikkelen moet het kind zich bewust zijn van de aanwezigheid van andere kinderen en leiding. In de praktijk betekent dit dat we de grotere kinderen vaak met de kleinere laten spelen. De grotere kinderen lezen zelf een boekje voor of helpen de kleinere kinderen met lezen, rekenen, etc, uiteraard onder begeleiding van een pedagogisch medewerker.
De volgende activiteiten doen wij in de verschillende groepen:

– Knippen en plakken
– Verven
– Puzzelen
– Kleien
– Lezen
– Filmpje kijken (meestal op woensdagmiddag)

Overige activiteiten zoals spelletjes op de playstation, Wii of computer, doen de kinderen alleen of met z’n tweeën. Hiervoor is de regel dat een kind niet langer dan 20 minuten achter de playstation, of computer is. Op de Wii worden er meestal samen met de Pedagogisch medewerkers spelletjes gedaan. Tevens wordt er ook opgelet dat kinderen niet alleen achter de playstation of computer willen. Op de computer zit een wachtwoord en zijn niet alle sites toegankelijk. De kinderen worden gestimuleerd om ook activiteiten te doen, zoals gezelschapsspellen. (Mens erger je niet, Ganzenbord, etc)

EMOTIONELE ONTWIKKELING

Een kind moet nog leren welke emoties een bepaalde situatie kan oproepen. Het is belangrijk dat een kind zijn behoeftes en verlangens kenbaar durft te maken.
We begeleiden de kinderen bij allerlei emoties en helpen de kinderen ze te benoemen.
Wij richten ons op de volgende emoties:
• Als een nieuw kind het eng vindt om in een groep onbekende kinderen zijn/haar weg te vinden;
• Emoties die voortkomen uit problemen in de privé situatie; kinderen kunnen dan bij de pedagogisch medewerker hun verhaal kwijt;
• Ruzies;
• Teleurstellingen wanneer het ene kind niet wilt spelen wat het andere kind voorstelt.

Wij laten die kinderen zoveel mogelijk hierin hun eigen weg vinden, maar bieden steun zodra een kind hulp zoekt of wanneer we denken dat een kind met zijn emoties geen raad weet.

BIJZONDERHEDEN OF PROBLEMEN IN DE ONTWIKKELING

Alle kinderen zijn uniek en ontwikkelen zich op hun eigen manier, in hun eigen tempo. Maar als een kindje zich zodanig anders, langzamer of sneller ontwikkeld dan zijn of haar leeftijdsgenootjes, kan het zijn dat er hulp van buiten af nodig is. Het kindje zal misschien net wat meer, extra of speciale aandacht nodig hebben, die wij als BSO niet altijd kunnen bieden. Dit zien wij absoluut niet als een probleem, maar juist een manier om het kindje te helpen, en zo communiceren wij het ook ten alle tijden naar de ouder/verzorger.
Als ouders naar ons (pedagogische medewerker of leidinggevende) toekomen met vragen of problemen in de opvoeding of ontwikkeling, gaat een vaste pedagogisch medewerker een gesprek aan met de ouder(s). Hierin wordt besproken of de pedagogisch medewerkers hier ook tegenaan lopen, en wat een oplossing hiervoor zou kunnen zijn. Pedagogisch medewerkers kunnen de ouder(s) altijd doorverwijzen naar het Ouder- en Kind Team Osdorp, of onze Ouder- en Kindadviseur. De contactgegevens staan in de sociale kaart van de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”.

Ook kan het zijn dat de pedagogisch medewerkers eventueel afwijkend gedrag of problemen in de ontwikkeling constateren. Zij observeren het kindje een aantal keer, en maken daar een verslag van. Ook bespreken zij het met de naaste collega’s en met de leidinggevende. Hiervoor wordt z.s.m. een groepsoverleg gepland. De leidinggevende biedt de ondersteuning aan de pedagogisch medewerkers en begeleidt het proces. Ook zal zij 3x 20 minuten het kindje komen observeren en hier verslag van doen. Zij bepaald dan uiteindelijk of hulp van buitenaf wenselijk is.
Als hulp van buiten af wenselijk is, schakelt de leidinggevende de ouders in en plant een gesprek, samen met een vaste pedagogisch medewerker van de groep van het betreffende kindje. In dit gesprek wordt besproken waar de pedagogisch medewerkers tegenaan lopen, wat zij geconstateerd hebben, hoe de ouders dit ervaren en het advies van het inschakelen van hulp van buitenaf.
Hulp van buitenaf kan enkel en alleen maar met toestemming van de ouder(s)!!!
De leidinggevende kan om advies vragen bij de Ouder- en Kindadviseur.
Als BSO “Ons Dorpje” hebben wij een vaste adviseur waar regelmatig contact mee is. Zij kan advies geven of ons eventueel doorverwijzen naar een andere instantie.
Ook kan Okido ingeschakeld worden: een medewerker van Okido kan komen om het kindje te observeren en vanuit hun standpunt een eventueel verder advies uit te brengen. Dit kan zijn extra individuele aandacht d.m.v. een extra pedagogisch medewerker op de groep, of thuis extra ondersteuning.

PROBLEMEN IN DE THUISSITUATIE

Het kan voorkomen dat een kind afwijkend gedrag vertoond door gebeurtenissen of situaties in de privésfeer. Ouders vertellen niet altijd alles en kinderen zijn daar vaak te klein voor. Als pedagogisch medewerkers een vermoeden hebben van huiselijk geweld, verwaarlozing of misbruik, zijn zij verplicht de stappen te volgen van de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”. Bij elk vermoeden moet direct de aandachtsfunctionaris/leidinggevende op de hoogte worden gesteld. Zij begeleidt het proces en biedt de ondersteuning aan de pedagogisch medewerkers bij elke te nemen stap. Ook wordt alles geregistreerd.
De “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling” ligt op de groep en is inzage hierin is altijd mogelijk.
Meer hierover vindt u in het veiligheids- en gezondheidsbeleid.

KINDERSEKSUALITEIT

Seksueel gedrag is niet anders dan vroeger. Het is meer gewoon, meer acceptabel. TV (o.a. videoclips) is hierop van invloed. Er is veel meer bloot, ‘sexy’ wordt meer gebruikt.
De pedagogisch medewerkers letten op waar kinderen naar kijken en adviseren de ouders dit thuis ook te doen. Bij onacceptabel seksueel gedrag leggen wij uit dat dit op de opvang niet kan. Als pedagogisch medewerker moet je in ieder geval geen waardeoordeel geven; niet zeggen dat iets goed, slecht of fout is. Dit kan je net zo leren als bijv. zindelijkheid of beleefdheidsnormen. In ieder geval moet de pedagogisch medewerker er niet boos om worden. Het kind kan zich dan gaan schamen. Het is belangrijk om er geen taboe van te maken.

GROEPSVORMING

Conform de normen van de Wet Kinderopvang wordt vastgesteld hoeveel kinderen in een groep geplaatst kunnen worden. Dit is afhankelijk van het aantal vierkante meters vloeroppervlakte; volgens de normen van de verordening kinderopvang komt dit voor BSO “Ons Dorpje” neer op
43 kinderen in totaal.

Het pedagogisch medewerker – kind ratio (bkr) op de BSO is:

• 1 beroepskracht per 10 aanwezige kinderen van 4 t/m 12 jaar

BSO “Ons Dorpje” heeft 2 groepen:
De SMURFEN-groep (4 t/m 7 jaar), maximaal 20 kinderen per dag in een ruimte van 73,4m2,-
2 pedagogisch medewerkers
De SPONGEBOB-groep (8 t/m 12 jaar), maximaal 23 kinderen per dag in een ruimte van 81,3m2- 3 pedagogisch medewerkers of 2 pedagogisch medewerkers en een volwassene.
Elke groep heeft zijn eigen speelruimte, kapstok en zo veel als mogelijk vaste pedagogisch medewerkers. Hier kan incidenteel voorkomen dat er geen vaste pedagogisch medewerkers aanwezig zijn door bijvoorbeeld ziekte of onverwachte studiedagen. Van de wettelijke eisen met betrekking tot het inzetten van gediplomeerde pedagogisch medewerkers en het vastgestelde kind-leidsterratio, wordt niet afgeweken.

De groepen kunnen samengevoegd worden op de volgende momenten:
In vakantieperiodes en op studie-/vrije dagen voor 9.30u op de Smurfengroep.
In vakantieperiodes en op studie-/vrije dagen na 16.30u op de Spongebobgroep.
In vakantieperiodes en op studie-/vrij dagen als er over de gehele dag weinig kinderen zijn; op de Spongebobgroep.
In vakantieperiodes en op studie-/vrije dagen tijdens binnenactiviteiten; op de Smurfengroep.
Op de momenten dat de kinderen opgehaald worden van school, afgezet worden en nog niet al de leidsters binnen zijn. Ze worden dan gezamenlijk opgevangen op de Spongebobgroep.

Alle kinderen weten te alle tijden tot welke basisgroep zij behoren en de ouders zijn op de hoogte van het samenvoegen van de groepen op bovenstaande momenten.

DOORSTROMEN NAAR DE VOLGENDE GROEP

De overgang naar de volgende groep kan voor het kind een ingrijpende gebeurtenis zijn. De overgang wordt daarom met zorg gepland en het kind wordt zorgvuldig begeleid.
De leiding neemt de beslissing om het kind naar de volgende groep te laten overgaan.
Zij nemen daarbij de volgende punten in overweging:

• Is het kind qua ontwikkelingsniveau toe om door te gaan naar de andere groep? Heeft het kind behoefte aan een nieuwe uitdaging en zou het zich goed staande kunnen houden tussen de wat oudere kinderen?
In principe zal het kind overgaan naar de volgende groep als het 7 jaar wordt. Echter, sommige kinderen zijn al eerder toe aan nieuwe uitdagingen en oudere groepsgenootjes. In overleg met elkaar en de ouders kan worden besloten om het kind al eerder over te plaatsen naar de grotere groep.
• Is er plaats in de volgende groep?
• Kunnen er eventueel andere kinderen mee overgaan, zodat het gewenningsproces
vergemakkelijkt wordt.

Voor de doorstroming wordt er enkele malen proefgedraaid zodat het kind langzaam kan wennen aan de andere groep. Er wordt gekeken naar de behoefte van het kind; sommigen zijn al snel gewend, bij anderen duurt het wat langer.

MENTOR

Ieder kind krijgt een mentor toegewezen. De mentor is een pedagogisch medewerker die werkt op de groep van het kind. De mentor is het aanspreekpunt voor de ouders om de ontwikkeling en het welbevinden van het kind te bespreken.
Om de ontwikkeling van het kind te kunnen volgen, moet de mentor het kind echt kennen. Daarom is de mentor direct betrokken bij de opvang en ontwikkeling van het kind. De mentor is één van de pedagogisch medewerkers van de groep waarin het kind geplaatst is. De ouders worden tijdens het intakegesprek op de hoogte gebracht wie de mentor van hun kind is. Eventueel vervult de mentor ook een rol in het contact met andere professionals (met toestemming van de ouders).
RUILEN/EXTRA OPVANGDAGEN

Als de ouder/verzorger één of meerdere dagen extra opvang wenst, of wilt ruilen, dient dit minimaal twee weken van tevoren schriftelijk aan te worden gegeven, door middel van een ‘aanvraagformulieren extra dag en/of ruildag’. Afhankelijk van de bezetting en het aantal pedagogisch medewerkers op die dag zullen wij dan kijken of dit mogelijk is, en dan ontvangt ouder/verzorger het aanvraagformulier ingevuld terug. Mocht er dringend een extra-/ruildag nodig zijn dan kan er altijd telefonisch contact opgenomen worden met een leidinggevende. Ruilen of extra dagen is alleen mogelijk als de bezettingsgraad het toelaat. Wij kiezen hiervoor in het belang van het kind.
Voor de extra dagen ontvangt u naderhand een aparte factuur.
Er mag niet geruild worden met nationale feestdagen of dagen waarop de BSO is gesloten. Deze sluitingsdagen worden per jaar, vooraf, al afgetrokken van het totaal aantal dagen per jaar. Er wordt dus voor deze dagen niet betaald.

3-UURS REGELING

Het is toegestaan om op bepaalde momenten af te wijken van het pedagogisch medewerker/kindratio (bkr). Dit doen wij op de volgende tijden:
– Op reguliere schooldagen mogen wij maximaal een half uur afwijken van het bkr namelijk tussen 14.30u en 15.45u
– Op vakantiedagen mogen wij maximaal 3 uur afwijken van het bkr namelijk voor 9.30u en na 16.30u (niet langer duren dan anderhalf uur aaneengesloten) en tussen 12.30u en 15.00u (niet langer duren dan anderhalf uur aaneengesloten). Om dit te controleren wordt tijdens deze dagen de tijd van brengen en ophalen genoteerd op de bezettingslijst en wordt dagelijks de tijden van pauzes genoteerd in de agenda.

MAALTIJDEN

Het gebruik van de maaltijden en tussendoortjes is een gezamenlijke activiteit. Het gaat niet alleen om het eten en drinken, maar om het contact met elkaar. De sfeer van het gezellig samen zijn en een rustmoment op de dag.
Het eten en drinken dient niet aan de kinderen opgedrongen te worden; eten moet iets leuks blijven en de kinderen worden positief benaderd.
Wanneer de kinderen andere voeding gebruiken of een dieetvoeding moeten dan wordt er van te voren overlegd of de BSO de voeding aanschaft of dat de ouder het zelf moet meenemen.
Op de BSO wordt er op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag warme maaltijden verzorgd.
De maandag is brooddag. De maaltijden worden bereid en verzorgd volgens onze Hygiënecode Kinderopvang Ons Dorpje/Beleid bereiden en bewaren (warme) maaltijden.
De warme maaltijden worden altijd op een bord met bestek gegeven. De kinderen eten op de BSO absoluut niet met de hand. Ook al is het kind dit thuis gewend. De broodmaaltijden worden ook op een bord gegeven.

TRAKTEREN

Een kind krijgt jaarlijks nogal wat traktaties aangeboden; bij verjaardagen of als iemand afscheid neemt. Wij adviseren om niet al te veel snoepgoed te gebruiken als traktatie voor uw kind maar op zoek te gaan naar leuke, gezonde traktaties of iets hartigs.
De pedagogisch medewerker streeft ernaar om een kind met een dieetvoeding ook mee te laten genieten door een aangepaste traktatie aan te bieden.

FEESTJE VIEREN

Op onze BSO wordt aandacht besteed aan feestdagen zoals Sinterklaas, Kerstmis, Suikerfeest en Pasen.
Omdat er op “Ons Dorpje” verschillende culturen samen komen, willen wij feestdagen die vanuit andere culturen gevierd worden ook aandacht geven, zoals bijv. het Suikerfeest. Daarnaast worden verjaardagen en afscheidsfeesten van kinderen tot een bijzondere gebeurtenis gemaakt. Er wordt gezongen en getrakteerd.
Wanneer een kind bijna jarig is, wordt er met de ouders overlegd wat de bedoeling is; willen ze de verjaardag van hun kind wel of niet vieren op “Ons Dorpje”? En wanneer? Ouders zijn niet verplicht om de verjaardag van hun kind op de opvang te vieren of te trakteren. Ouders zijn ook niet verplicht om de pedagogisch medewerkers te trakteren.
Geef de datum door aan je naaste collega’s, zodat ook hun weten wanneer er een verjaardag gevierd wordt.
De pedagogisch medewerkers van de betreffende groep zorgen ervoor dat alle voorbereidingen voor de verjaardag worden getroffen.

Wanneer een kind zijn of haar verjaardag viert op “Ons Dorpje”, dient het volgende te gebeuren:
• Aanplakbiljet bij de voordeur
• Een cadeautje inpakken

TV-KIJKEN
Per week wordt er in totaal maximaal 45 minuten televisie gekeken. Vaak op het eind van de dag, vanaf 17.30 uur, tijdens het nuttigen van een koekje en sapje (laatste eetmoment).
Alleen tijdens vakantie’s met slecht weer wordt hier vanaf geweken en wordt er regelmatig een kinderfilm gekeken.

BELEID NIET-AANGRENZENDE BUITENRUIMTE

Naast de buitenruimte welke aangrenzend is aan het pand van de BSO, kunnen wij ook spelen in het park aan de overkant. Dit geldt voor zowel de SMURFEN-groep als de SPONGEBOB-groep.
In het park worden spelletjes gedaan, gevoetbald, estafettes uitgezet of ze gaan er picknicken. Er kan ook speelgoed als skates, springtouwen, etc. worden meegenomen vanuit de opvang.

• De kinderen van 4 t/m 6 jaar (Smurfengroep) dienen gekleurde hesjes te dragen tijdens het buiten spelen op de niet-aangrenzende buitenruimte.
• Bij vertrekken naar/verlaten van de niet-aangrenzende buitenruimte (het park aan de overkant) dienen de kinderen hand in hand, in een nette rij te gaan staan. Dit uiteraard onder begeleiding van minimaal twee (pedagogisch) medewerkers. Dit wordt ze van te voren als verteld.
• Ook een (bezettings-)lijst met alle kinderen die mee gaan moet mee, en minimaal één mobiele telefoon.
• Er wordt rustig gelopen, er wordt absoluut niet gerend. Goed kijken waar je loopt.
• Kinderen die zich niet aan deze regels houden worden direct gecorrigeerd. Er moet een drukke weg worden over gestoken dus veiligheid boven alles.
• Er loopt één (pedagogisch) medewerker voor de kinderen en één er achter. Zo mogelijk nog één (volwassene) in het midden.
• Bij het oversteken van de weg/het fietspad houdt een (pedagogisch) medewerker de weg vrij, zodat alle kinderen veilig kunnen oversteken
• De (pedagogisch) medewerkers geven altijd het goede voorbeeld met betrekking tot verkeersregels
• Bij het aankomen in het park wordt er aan de kinderen duidelijk gemaakt waar ze mogen spelen en dat ze de afgezette ruimte niet af mogen. De ruimte(s) wordt/worden afgezet met pionnen.
• De afgezette ruimte(s) bevinden zich zo ver mogelijk van in- en uitgangen van het park en het water
• Er moet bij het buiten spelen ALTIJD toezicht zijn op de GEHELE speelplaats.

Teruglopen naar de BSO verloopt hetzelfde als de heenweg. het verlengde en in et kinderdagverblijf is een
ZIEKTE VAN HET KIND

Een kind dat ziek is hoort thuis te blijven. Een ziek kind heeft behoefte aan rust en zal op de BSO niet de aandacht kunnen krijgen die het op dat moment nodig heeft.

Onder ziek verstaan we onder andere het volgende:
• koorts, temperatuur van 38 °C of hoger
• besmettelijke kinderziekten zoals mazelen, waterpokken (vochtige blaasjes), bof, rode hond, ernstige diarree en dergelijke.

Wij handelen volgens de richtlijnen van het GGD. Deze zijn aanwezig op de BSO en kunt u te allen tijde inzien.
Mocht het kind op de BSO ziek worden, dan zullen de ouders hiervan direct op de hoogte gesteld worden. Het kind dient dan te worden opgehaald.
Het is belangrijk dat de leiding op de hoogte wordt gesteld wanneer een kind in het weekend ziek is geweest, zodat wij hier rekening mee kunnen houden.

VEILIGHEID EN HYGIËNE

Veiligheid en hygiëne is een zeer belangrijk punt. Ouders/verzorgers moeten hun kinderen met een gerust hart achter kunnen laten op de buitenschoolse opvang.
Vanaf 1 januari 2018 moet ieder kinderverblijf een eigen veiligheids- en gezondheidsbeleid maken. We zorgen ervoor dat deze altijd actueel is en tussentijds wordt bijgewerkt.

OPHALEN VAN SCHOOL

Kinderopvang “Ons Dorpje” regelt het vervoer van school naar de BSO op de reguliere schooldagen, schoollocaties en schooltijden zoals die in de intake met de ouders zijn vastgesteld.
Als er wijzigingen zijn dienen deze door de ouders tijdig aan ons te worden doorgegeven.
Het vervoer is bij het BSO-tarief inbegrepen.
Hoe is het vervoer geregeld?
Ophalen gebeurt in een busje van Kinderopvang “Ons Dorpje”, of lopend, afhankelijk van de ligging van de school.
Bij lopend ophalen:
Dit gebeurt alleen bij scholen in de directe omgeving. Een loopafstand tot 10 minuten vinden wij redelijk voor kinderen vanaf vier jaar.
Er zal minimaal één pedagogisch medewerker zijn op 7 lopende kinderen.
Bij meer kinderen (tot 10) loopt er nog een volwassene mee.
De kinderen dienen zich onderweg aan de regels te houden. Dat wil zeggen: twee aan twee lopend, niet rennen en goed luisteren naar de pedagogisch medewerker.
De grootste kinderen vooraan en de kleinsten aan de hand van de medewerkers.
Bij ophalen met één van de busjes van “Ons Dorpje”:
Alle busjes (één maal 7-persoons en twee maal 9-persoons) van BSO “Ons Dorpje” zijn voorzien van:
• inzittendenverzekering
• gordels
• zitverhogers voor de kleinsten (< 1.35m)
• kinderslot op alle deuren
Er worden niet meer kinderen vervoerd dan het aanwezige aantal stoelen in het busje.
Wij streven ernaar zoveel mogelijk dezelfde pedagogisch medewerkers dezelfde routes te laten rijden. De pedagogisch medewerkers hebben voor iedere dag een lijst waarop de kinderen vermeld staan die er opgehaald dienen te worden. Zodra de kinderen er zijn worden deze afgevinkt op de lijst.
Wij halen kinderen van o.a. de volgende basisscholen:
– De Ichttus
– De Osdorpse Montessori
– De Horizon/Brenner
– De punt
– Atlantis
– ’t Bovenland
– Burgemeester Amersfoort
– De Globe/Johannes (De kikker)

Zodra de pedagogisch medewerkers met de eerste kinderen zijn gearriveerd bij de BSO worden ze naar binnen begeleid en gaan ze vrijwel direct naar hun eigen groep. De kinderen die binnen zijn worden afgevinkt. Er blijft op elke groep één pedagogisch medewerker met maximaal 10 kinderen, terwijl de overige pedagogisch medewerkers de rest van de kinderen ophalen.

OUDERCONTACTEN

De ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van hun kinderen. Deze zorg wordt gedurende de tijd dat het kind op de BSO is door de leiding overgenomen. Het is van belang dat de ouder/verzorger de gelegenheid krijgt om zijn wensen met betrekking tot de verzorging van het kind over te dragen aan de pedagogisch medewerker. Deze dient de gelegenheid te krijgen om de ouder/verzorger te informeren over de tijd dat het kind op de BSO is.

De ouders/verzorgers kunnen er van verzekerd zijn dat er zorgvuldig om wordt gegaan met persoonlijke gegevens, en dat deze niet aan derden worden gegeven. Pedagogisch medewerkers zullen voorzichtig omgaan met informatie over kinderen in hun contacten met andere ouders/verzorgers.
“Ons Dorpje” organiseert 1 keer per jaar een ouderavond met verschillende thema’s

VERTROUWENSPERSOON

Voor KDV & BSO Ons Dorpje is een vertrouwenspersoon aangesteld. Wij bieden hiermee de mogelijkheid om op vertrouwelijke basis te spreken over zaken waarbij u het gevoel heeft niet terecht te kunnen bij de medewerkers, leidinggevende of directie van deze organisatie. De vertrouwenspersoon is onafhankelijk.
Naam: Wendy Withuis. Wendy zit in de OC van KDV & BSO Ons Dorpje en heeft 3 kinderen op Ons Dorpje. e-mail: wendy.withuis@gmail.com

OPZEGGEN

De opzegtermijn bedraagt één kalendermaand.
Opzegging van het contract kan alleen schriftelijk of via de email.

OUDERCOMMISSIE
KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer BV heeft een oudercommissie. De oudercommissie is noodzakelijk zodat ouders ook inspraak hebben op de handelswijze van de kinderopvang. De oudercommissie behartigd de belangen van de kinderen en hun ouders zo goed mogelijk. Er wordt 3 à 4 keer per jaar vergaderd, meestal samen met de directie, maar ook zelfstandig. In de wet kinderopvang heeft de oudercommissie adviesrecht gekregen op belangrijke punten zoals bijvoorbeeld het pedagogisch beleid, voedingsbeleid, openingstijden, en veiligheid en gezondheid. Daarnaast kunnen er onderwerpen worden aangebracht door de ouders.

INTERNE KLACHTENREGELING

Als een ouder een klacht heeft gaat de directie van “Ons Dorpje” er van uit dat deze zo spoedig mogelijk met de betrokkene besproken wordt. Het aanspreekpunt is daarmee in beginsel de medewerkster op de groep. Mocht dit niet leiden tot een oplossing, dan kan de klacht worden besproken met de directie. Leidt dit ook niet tot een bevredigende oplossing, dan kan een klacht ingediend worden.
Een klacht dient schriftelijk of digitaal te worden ingediend. De klacht dient binnen een redelijke termijn na ontstaan van de klacht ingediend te zijn, waarbij 2 maanden als redelijk wordt gezien. De klacht wordt voorzien van dagtekening, naam en adres van de klager, eventueel de naam van de medewerkster op wie de klacht betrekking heeft, de locatie en de groep plus een omschrijving van de klacht.
Mocht de klacht een vermoeden van kindermishandeling betreffen, dan treedt de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in werking. Deze klachtenprocedure wordt daarmee afgesloten.

BEHANDELING KLACHT

De klachtenfunctionaris (Wendy Withuis: wendy.withuis@gmail.com) draagt zorg voor de inhoudelijke behandeling en registratie van de klacht. Zij bevestigt schriftelijk de ontvangst van de klacht aan de ouder, legt het voor aan de directie en houdt de klager op de hoogte van de voortgang van de behandeling van de klacht.
Afhankelijk van de aard en inhoud van de klacht wordt een onderzoek ingesteld.
Indien de klacht gedragingen van een medewerkster betreft, wordt deze medewerkster in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk te reageren.
De klachtenfunctionaris bewaakt de procedure en termijn van afhandeling. De klacht wordt zo spoedig mogelijk afgehandeld, tenzij er omstandigheden zijn die dit belemmeren. In dat geval brengt de klachtenfunctionaris de klager hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. De klacht wordt in ieder geval binnen een termijn van 6 weken afgehandeld.
De klager ontvangt een schriftelijk en gemotiveerd oordeel over de klacht, inclusief concrete termijnen waarbinnen eventuele maatregelen zullen zijn gerealiseerd.

EXTERN KLACHTENREGLEMENT

Als de interne klachtafhandeling niet leidt tot een bevredigende oplossing of uitkomst, dan heeft de ouder de mogelijkheid zich te wenden tot de Geschillencommissie:
www.degeschillencommissie.nl
070 – 310 53 10
De ouder kan zich rechtstreeks wenden tot de Geschillencommissie indien van de ouder redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden een klacht bij de houder indient. Ook als de klacht niet binnen zes weken tot afhandeling heeft geleid, kan de klacht worden voorgelegd aan de Geschillencommissie.
De klacht dient binnen 12 maanden, na het indienen van de klacht bij “Ons Dorpje” aanhangig gemaakt te zijn bij de Geschillencommissie.
OVERZICHT KLACHTEN

KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer BV krijgt jaarlijks een overzicht van de klachten die zijn ingediend.
In 2017 zijn er geen klachten ingediend.