Foto Foto Foto Foto

Pedagogisch beleid kinderdagverblijf

In het pedagogisch beleidsplan laten wij zien welke keuzes wij hebben gemaakt en hoe en waarom wij gekomen zijn tot onze specifieke werkwijze.

Pedagogisch beleid

In het pedagogisch beleid gaat het over het hoe en waarom van het handelen van de leidsters met de kinderen.

De definitie hiervan is het volgende:

“Alle formele en informele afspraken die tezamen continuïteit en gelijkgerichtheid geven aan het handelen met betrekking tot de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen”.

Het gaat hierbij dus alleen om het handelen in de opvoeding, zoals: het begeleiden van kinderen in een veilige, sfeervolle en geborgen omgeving, waarin het kind zijn gevoelens kan uiten, leert andere kinderen te respecteren en het aanmoedigen van kinderen in hun ontwikkeling.

Pedagogische doelstelling

Door het kind naar een kinderdagverblijf te brengen kiest de ouder/verzorger voor opvang in een groep. Voor het kind betekent dit een andere omgeving met andere mogelijkheden dan in de thuissituatie. Voor kinderen is het kinderdagverblijf een plaats om elkaar te ontmoeten en te leren kennen, met elkaar te spelen, te eten en te slapen, om met elkaar rekening te houden en van elkaar te leren en ervaringen op te doen die anders zijn dan in de thuissituatie.

De ruimte in het kinderdagverblijf is speciaal voor kinderen ingericht en biedt vaak meer of andere mogelijkheden tot spelen dan de thuissituatie. In het kinderdagverblijf wordt gericht aandacht besteedt aan de individuele ontwikkeling van ieder kind: taal, creatief spel, het oefenen van vaardigheden, zelfstandigheid, het tonen van respect voor elkaar, het ontdekken van de eigen mogelijkheden en het omgaan met regels en grenzen. Het kinderdagverblijf biedt daardoor aan ouders een verbreding van de opvoedingssituatie.

Door deze verbreding van de opvoedingssituatie krijgen meer mensen dan alleen de ouders/verzorgers met het kind te maken. De ouders mogen van de leidsters een zekere ondersteuning bij de opvoeding verwachten. Ondersteuning in de zin van betrokkenheid bij het kind en indien ouders daaraan behoefte hebben, meedenken met de ouders inzake opvoedingsvragen. Dit meedenken krijgt gestalte in diverse overlegvormen  en is wederzijds; ook de leidster kan ondersteuning van de ouder nodig hebben. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kinderen tijdens hun afwezigheid goed verzorgd en begeleid worden en dat de ruimte waarin de kinderen verblijven aantrekkelijk, veilig en schoon is. Tevens mogen zij verwachten dat er zorgvuldig met hun kinderen wordt omgegaan; dat zij met vragen, opmerkingen, wensen en klachten terecht kunnen en dat zij voldoende geïnformeerd worden.

Samengevat betekent kinderopvang in een kinderdagverblijf: een opvoedingssituatie door meer verzorgers en een andere omgeving met andere mogelijkheden. Het wordt zo een aanvulling op de opvoedingsactiviteiten van de ouders/verzorgers.

Een kind moet zich kunnen ontplooien in een kinderdagverblijf. Kinderopvang in een kinderdagverblijf betekent meer dan “gezellig bezig zijn met kinderen”. Om een basis te leggen voor het pedagogisch beleid hebben we uitgangspunten geformuleerd. Deze uitgangspunten zijn een kader voor alle pedagogisch handelen en voor het leefklimaat in het kinderdagverblijf.

Uitgangspunten

  • Ieder kind heeft recht op respect. Dat wil zeggen dat het serieus wordt genomen en dat het kan rekenen op begrip en verdraagzaamheid.
  • Elk kind is een uniek individu en dient als zodanig te worden geaccepteerd en gewaardeerd.
  • Ieder kind heeft de behoefte en het recht zijn mogelijkheden te onderzoeken om zich te ontwikkelen tot een vrij en zelfstandig mens.
  • Om zich te kunnen ontwikkelen is het noodzakelijk dat een kind zich veilig en vertrouwd voelt en weet dat de leidster beschikbaar is wanneer het kind haar nodig heeft. Daardoor krijgt het kind zelfvertrouwen wat weer leidt tot het verlangen en zoeken naar nieuwe uitdagingen, naar een grotere zelfstandigheid.
  • Ieder kind heeft de behoefte en het recht op aandacht van een volwassene die in de behoeftes van het kind voorziet. Het kind heeft behoefte aan voeding, slaap, genegenheid en verzorging.
  • Ieder kind heeft individuele aandacht en zorg nodig, waarbij het belang van de groep als geheel niet uit  het oog verloren wordt. Het individu mag niet lijden onder de groep en de groep mag niet lijden onder het individu.
  • Door het oefenen in zelf doen groeit het zelfvertrouwen en zelfstandigheid maar wanneer dit niet lukt moet het kind op iemand kunnen terug vallen, iemand die het begrijpt en de kans krijgen het weer opnieuw te proberen.

De pedagogische doelstelling van kinderdagverblijf “Ons Dorpje”

Het creëren van een zoveel mogelijk huiselijke sfeer waarin de kinderen zich veilig en vertrouwd voelen. Het scheppen van een verantwoorde opvoedingssituatie waar ze zich kunnen ontwikkelen tot zelfstandige, evenwichtige en sociaal vaardige mensen. Die respect hebben voor zichzelf en elkaar en die de ruimte krijgen hun gevoelens te uiten.

De ontwikkeling van het kind van 0 t/m 4 jaar

Een pasgeboren baby is totaal afhankelijk van anderen, maar binnen vier jaar kan het kind zich zelfstandig voortbewegen, leert het begrippen en regels, leert het spreken en samen met andere spelen, tanden poetsen en zichzelf aan-en uitkleden.

Het kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen tempo. Elk kind heeft zijn eigen capaciteiten, intelligentie en temperament. Daarnaast speelt de situatie waarin het kind opgroeit en de mensen waarmee het kind te maken krijgt een belangrijke rol in de manier waarop het kind zich ontwikkelt.

In het kinderdagverblijf kan de leidster voor een zodanige sfeer in de groep zorgen dat het kind zich op zijn gemak voelt en zo positief de ontwikkeling beïnvloed.

Ieder kind heeft in een positieve sfeer de behoefte en nieuwsgierigheid om zijn eigen vermogens te gebruiken en te vergroten.

Het kind wil zaken en situaties onderzoeken en zich zo ontwikkelen tot een zelfstandig mens.

In eerste instantie kan een baby alleen maar liggen maar gaandeweg leert de baby zijn bewegingen steeds beter te beheersen, hij zal zich uiteindelijk kunnen omdraaien, grijpen, zitten, zich optrekken, kruipen en lopen.

In eerste instantie zwaait hij wat ongericht om uiteindelijk doelbewust naar voorwerpen te grijpen. De zintuiglijke ontwikkeling is in volle gang. Geluiden, kleuren en vormen zijn prikkels die uitnodigen tot onderzoek. Baby’s zijn steeds bezig met het betasten en beproeven van voorwerpen, ze kijken en luisteren geboeid en reageren sterk op prikkels van buitenaf.

Naarmate de baby ouder wordt en kan kruipen gaat hij de omgeving nader onderzoeken. Het kind krijgt een beginnend besef van oorzaak en gevolg.

De taalontwikkeling is een heel belangrijk onderdeel van de totale ontwikkeling, dit is de belangrijkste communicatiemogelijkheid. Gevoelens, ervaringen, feiten en situaties benoemen en onder woorden brengen maakt begrijpen en herinneren mogelijk.

De leefwereld wordt daardoor geordend en veilig. De leidsters zorgen voor variatie in prikkels en weten de hoeveelheid prikkels te doseren. Het spelmateriaal en de inrichting is vooral gericht op zintuiglijk plezier. Materiaal om naar te kijken en te luisteren, in beweging te zetten, te betasten en te beproeven.

Kinderen worden regelmatig in de box of op een speelkleed gelegd, zowel op de buik als op de rug, om de spieren in de rug en nek te ontwikkelen en om veilig te kunnen rollen.

Het allermooiste speelgoed voor de baby is de mens. De stem, de ogen en het gezicht van de leidster spelen een belangrijke rol bij de taalverwerving. De leidster zal tijdens de verzorgende werkzaamheden naar het kind kijken. Door te reageren op de baby en de baby op de leidster te laten reageren wordt het kind gestimuleerd tot communicatie. Praten tegen het kind en benoemen wat het kind ziet is bevorderend voor de taalontwikkeling.

Het gebruik van een radio zal beperkt blijven omdat kleine kinderen nog geen geluiden kunnen selecteren. Een radio kan een storende factor zijn bij een gesprek tussen leidster en kind.

Lichamelijk contact is spel voor de baby: knuffelen, aaien en wiegen is uitermate belangrijk voor zijn welzijn en ontwikkeling. De leidster zal ingaan op uitingen en gevoelens zowel verbaal als non-verbaal, zodat de baby een gevoel van veiligheid en vertrouwen ontwikkelt.

Na verloop van tijd zal de baby onderscheid maken tussen bekenden en onbekenden en uiteindelijk een éénkennigheidfase ondergaan. Maar de interesse in de andere kinderen zal toenemen. De baby’s lachen en brabbelen naar elkaar. De leidster zal dit contact stimuleren door baby’s in elkaars nabijheid te brengen, bijvoorbeeld in een wipstoeltje. Bij het slapen liggen de kinderen in een bedje zoveel mogelijk op een vaste plaats.

Als het kind kan lopen wordt de bereikbare omgeving van het kind groter en biedt meer mogelijkheden. Ieder kind heeft grote behoefte aan beweging, wat ook heel belangrijk is voor het kind. Het kind ontwikkelt zich spelende verder door het vastpakken van voorwerpen.

Het kind zal steeds gedetailleerder dingen zien, horen, proeven en voelen. Langzaamaan leert het kind kleuren, maten, vormen en begrippen.

Het kan zich een voorstelling maken van bepaalde zaken, maakt plannetjes en voert ze uit.

Vanaf het derde jaar wordt het hoe en waarom van de dingen belangrijk voor het kind. De fantasie ontwikkelt zich zo dat werkelijkheid en fantasie wel eens verward worden.

De dreumes begrijpt veel meer dan hij kan zeggen met woorden. Het zelfbewustzijn groeit en het “ik-besef” wordt ontwikkelt. Het kind kan ‘nee’ moeilijk accepteren; het kind wordt opstandig. Hij heeft deze fase nodig om zelfbesef en wilskracht te ontwikkelen en zijn grenzen te ervaren. Wanneer ook het “jij-besef” ontstaat leert het kind geleidelijk aan rekening te houden met anderen omdat hij zich gaat realiseren dat anderen ook behoeften hebben.

De meeste peuters kunnen vanaf drie jaar redelijk verwoorden wat zij willen en kunnen. Het contact met de groepsgenootjes groeit, de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid worden groter.

De kinderen krijgen voldoende ruimte en gelegenheid om zowel binnen als buiten hun grove motoriek te ontwikkelen. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de fijne motoriek door het aanbieden van bepaald materiaal.

Zo is het vasthouden van een potloodje of een kinderschaartje, het verven met de handen of een kwastje en het spelen met klei of zand bevorderlijk voor de motoriek.

Het kind leert het verloop van de dag kennen door de vaste dagindeling, het leert de regels te begrijpen, de leidsters zullen de vragen van het kind naar het “hoe” en “ waarom” zoveel mogelijk duidelijk beantwoorden. Daardoor leert het kind situaties en de wereld om zich heen kennen en begrijpen. Het houden van gesprekjes, vertellen, voorlezen, boekjes bekijken en liedjes zingen behoort tot de dagelijkse bezigheden  van de leidsters. Omdat kinderen veel leren door imitatie wordt door de leidsters in correcte en begrijpende taal gesproken. Verkeerd uitgesproken woorden worden op speelse manier verbeterd.

De dreumesen beleven veel plezier aan elkaars aanwezigheid maar spelen voornamelijk voor zichzelf. De leidster stimuleert dit plezier in het samen zijn bijvoorbeeld door aan tafel samen liedjes te zingen voor het eten.

Wanneer ook het “jij-besef” ontstaat kan het spelen zich ontwikkelen van naast elkaar tot met elkaar.

De kinderen gaan meer met hun fantasie aan de gang. Hun spel wordt ingewikkelder en krijgt steeds meer een bedoeling. De behoefte aan de vertrouwde leidster schuift steeds meer naar de achtergrond. De wetenschap dat zij aanwezig is en beschikbaar is wanneer het nodig is, geeft het kind voldoende vertrouwen om zelfstandig te spelen en te ondernemen. Ze worden gerespecteerd en gestimuleerd in hun zelfstandigheid. Maar vergeten niet dat zij ook behoefte hebben aan een knuffel of aai over de bol.

Naast het vrije spel wat belangrijk is en waar dagelijks tijd en ruimte voor is, worden er in de groep gerichte activiteiten ondernomen. Vaak met een doel zoals kennismaking met materiaal, iets maken of samenwerking. De leidsters weten welke activiteiten aansluiten bij het ontwikkelingsniveau, de interesse en mogelijkheden van het kind.

Het kind is een individu en heeft behoefte aan de momenten van alleen zijn en momenten van samen zijn. Die gelegenheid krijgt het voldoende. Een kind wordt niet gedwongen om deel te nemen aan een bepaalde activiteit. De leidster kan het kind wel aanmoedigen tot deelname aan het spel of de activiteit en het daarbij ondersteunen.

De leidster zal het kind ondersteunen door het te helpen zelf te doen of het samen nog eens proberen.

Sociale veiligheid

We vinden het erg belangrijk in de groep een sfeer te creëren van veiligheid en vertrouwen. Elk kind mag er zijn en hoort erbij. We proberen het ‘samen spelen en samen delen’ te stimuleren door gezamenlijke activiteiten te ondernemen zoals met z’n allen naar de speeltuin of naar buiten. Maar ook doen we activiteiten met maar een paar kinderen tegelijk, zoals verven, naar de bakker of het konijntje voeren. Het is fijn je even speciaal te voelen. Tijdens de rustige momenten dat we aan tafel zitten, komen er bij de kinderen hele gesprekken los. We letten erop dat iedereen die wat wil vertellen ook de kans krijgt, en dat de kinderen naar elkaar luisteren. Verlegen kinderen proberen we door wat vragen te stellen bij het gesprek te betrekken. Verder stimuleren we de kinderen bijvoorbeeld om samen een toren te bouwen of met de treinbaan te spelen. Maar ook proberen we de kinderen juist te leren hun eigen grens aan te geven en voor jezelf op te komen als ze ondergesneeuwd worden door mondigere kinderen.

Sociale competenties

Een kinderdagverblijf biedt een optimale gelegenheid voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Gedurende de hele dag doen zich situaties voor waarin kinderen samen spelen, samen delen en samen conflicten proberen op te lossen. De leidsters zullen de kinderen hier zoveel mogelijk in begeleiden. Ze doen dit allereerst door zelf het goede voorbeeld te geven; maar ook door het gedrag van de kinderen te benoemen, het invoelingsvermogen te stimuleren en de kinderen waar nodig bij te sturen. Onder andere de volgende vaardigheden hebben onze aandacht:

  • Leren samen te spelen en te delen
  • Leren elkaar te helpen
  • Leren luisteren naar elkaar
  • Leren op te ruimen en zuinig te zijn op eigen spullen en die van anderen
  • Als kinderen elkaar pijn doen of ruzie maken, het samen uitpraten en het weer goed maken
  • Respect hebben voor elkaar maar ook voor jezelf durven opkomen
  • Bepaalde grenzen en sociale regels leren in verschillende situaties, ze accepteren en nakomen
  • Leren banden op te bouwen met kinderen en volwassenen

Persoonlijke competenties

De persoonlijke competenties hebben we opgedeeld in de cognitieve ontwikkeling, de emotionele ontwikkeling en de motorische ontwikkeling.

Cognitieve ontwikkeling

Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en niveau. Uitgaande van de mogelijkheden van elk individueel kind worden spelmateriaal en activiteiten aangeboden die een beroep doen op de cognitieve ontwikkeling. Wij vinden het belangrijk de kinderen de mogelijkheid te bieden zelf hun omgeving te exploreren en de mogelijkheden van diverse materialen te ontdekken. In het uiteindelijke resultaat van de activiteiten zal de individuele creatieve inbreng van elk kind een grote rol spelen.

Emotionele ontwikkeling

Wij vinden het belangrijk dat het kind zijn emoties kan uiten. Daarom proberen we op de groep een sfeer te scheppen van veiligheid en geborgenheid en leren de kinderen respect te hebben voor elkaars gevoelens. Door erover te praten proberen we de emotie van het kind een plek te geven. De wat oudere kinderen stimuleren we hun emoties te verwoorden. We proberen er bijvoorbeeld achter te komen waarom een kind boos of verdrietig is en zoeken dan samen naar een oplossing. Soms zal het kind het willen uitpraten, een andere keer wil het gewoon zijn boosheid uiten, even alleen zijn, of juist persoonlijke aandacht. Ons uitgangspunt hierbij is dat we per moment en per kind bekijken hoe we op een goede wijze op de emoties van het kind kunnen reageren.
 

Motorische ontwikkeling

Grove motoriek
Gedurende het eerste levensjaar ontwikkelt het kind zich zeer snel en is de motorische ontwikkeling van maand tot maand te volgen. Het kind beschikt nog vrijwel uitsluitend over een grove motoriek. Deze bestaat onder andere uit zwaaien, kruipen en gaan staan. De leidsters stimuleren de motorische ontwikkeling met name door het aanbod van divers, op het kind afgestemd spelmateriaal. Zoals; een rammelaar, babyschommel, loopkar, en voor de ouderen kinderen een glijbaan, schommel, de trap opklimmen, etc. Ook wordt tijdens het buitenspelen en in zang- en dansspelletjes aandacht besteed aan de grove motoriek

Fijne motoriek
De fijne motoriek bestaat uit kleine bewegingen die je met je handen en vingers maakt. De fijne motoriek wordt gestimuleerd door met kinderen te knutselen, tekenen, puzzelen, in de tuin te werken en te bouwen met constructiematerialen en dergelijke.
Verder proberen we de kinderen in de dagelijkse dingen als eten en aankleden steeds meer zelfstandigheid mee te geven.

Overdracht van normen en waarden

Om de kinderen bepaalde normen en waarden mee te geven die in onze samenleving belangrijk worden gevonden, is het ten eerste belangrijk zelf als leidster het goede voorbeeld te geven. Kinderen leren op jonge leeftijd vooral door het in zich opnemen van wat er in de wereld om hen heen gebeurt. Leidsters zijn zich erg bewust van hun voorbeeldfunctie, en naast dat ze letten op hun tafelmanieren of omgangsvormen, staat voorop het kind en collega’s te behandelen zoals je zelf ook het liefst behandeld zou willen worden. Normen en waarden die wij belangrijk vinden zijn onder andere: niet vloeken, het vragen als je iets wilt hebben, opruimen na het spelen, tafelmanieren (eerst de korstjes opeten, aan tafel blijven zitten en met de mond dicht eten), niet slaan of schoppen en je excuses aanbieden of een kusje/handje geven om het weer goed te maken als er iets vervelends gebeurd.

Corrigeren en belonen
De leidster begeleidt een kind door niet meer en niet minder te verwachten dan het kind qua ontwikkelingsniveau aankan. Het is voor een kind belangrijk om te weten waar de grenzen liggen. Dit kan het kind leren door het vriendelijke, duidelijke en consequente optreden van een leidster.

Het positief benaderen, het prijzen van gewenst gedrag van het is erg belangrijk. Wij corrigeren de kinderen en spreken niet echt van straffen. De leidster keurt gedrag af wanneer het belang van de andere groepsgenootjes in het gedrang komt. Het gedrag wordt hierbij afgekeurd, niet het kind zelf.

Wij corrigeren ongewenst gedrag consequent, dus niet de éne keer wel en de andere keer niet. We laten ook duidelijk merken dat de ´straf´ over is, een ´straf´ heeft een begin en een eind.

Groepsvorming

De keuze voor kinderopvang in een kinderdagverblijf is een keuze voor opvang van het kind in groepsverband. Kinderen leren hierdoor al vroeg en in zekere mate rekening met elkaar te houden. Om zich te kunnen ontwikkelen is het een voorwaarde dat de kinderen zich in de groep veilig en vertrouwd voelen. Het kind moet de kans krijgen om een band op te bouwen met de leidsters en de groepsgenootjes.

Die gelegenheid scheppen wij door zorg te dragen voor stabiliteit en continuïteit in de groep.

Dit laatste wordt bevorderd door:

  • Vaste leidsters;
  • Vast dagritme;
  • Een minimale plaatsingstermijn van 6 maanden (uitzondering in overleg)
  • Minimaal plaatsing 2 dagen

Groepsindeling

Kinderdagverblijf “Ons Dorpje” werkt bij voorkeur met de volgende groepsindeling:

  • Een babygroep tot ca. 18 maanden
  • Een dreumesgroep vanaf ca. 18 maanden tot  2½  jaar
  • Een peutergroep vanaf ca. 2½  jaar tot 4 jaar.

Een horizontale groepsindeling
We hebben voor horizontale groepen gekozen (dit betekent groepen bestaande uit kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd), om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten bij het kind en de ontwikkelingsfase waarin het zich bevindt. Op deze manier kan de ruimte op het kind worden afgestemd, het speelgoed en de persoonlijke kwaliteiten van de leidsters. Maar ook kan bijvoorbeeld voor de baby’s een optimale veiligheid gegarandeerd worden, terwijl de peuters niet onnodig afgeremd hoeven te worden in hun spel.

Groepsgrootte

Het aantal kinderen in een groep is afhankelijk van de volgende factoren: de leeftijd van de kinderen en de beschikbare ruimte in het kinderdagverblijf

Er is vastgelegd hoeveel kinderen in een groep geplaatst kunnen worden en hoeveel vierkante meters vloeroppervlakte per kind beschikbaar moet zijn.

Op kinderdagverblijf “Ons Dorpje” komt dit neer op:

  • 9 kinderen op de babygroep
  • 11 kinderen op de dreumesgroep
  • 14 kinderen op de peutergroep

Doorstromen naar een andere groep

De overgang naar de dreumes- of peutergroep is voor het kind een ingrijpende gebeurtenis. De overgang wordt daarom met zorg gepland en het kind zorgvuldig begeleidt.
De leiding neemt de beslissing in overleg met de ouders/verzorgers om een kind naar de andere groep te laten overgaan.
Zij nemen daarbij de volgende punten in overweging:

  • Is het kind qua ontwikkelingsniveau toe om door te gaan naar de andere groep, heeft het behoefte aan een nieuwe uitdaging en zou het zich goed staande kunnen houden tussen de wat oudere kinderen?
  • Is er plaats in de volgende groep?
  • Kunnen er eventueel andere kinderen mee overgaan, zodat het gewenningsproces vergemakkelijkt wordt?

Voor de doorstroming wordt er enkele malen proefgedraaid zodat het kind langzaamaan kan wennen aan de andere groep. Voordat een kind naar de andere groep overgaat vindt er eerst een gesprekje plaats tussen de leidster en de ouders/verzorgers waarin gesproken wordt over hoe het kind functioneert op zijn huidige groep en wat men mag verwachten van de nieuwe groep en de leidsters.
 

Taal, spelen en Piramide

Veel kinderen op het dagverblijf leren van huis uit meerdere talen spreken en hebben een verschillende culturele achtergrond. Ouders willen het beste voor hun kind, ook als ze straks naar school gaan.
“Ons Dorpje” hanteert mede om deze reden de Piramide methode.
Piramide is een werkwijze waarin bij de activiteiten voor de kinderen gewerkt wordt met thema’s en er systematische aandacht is voor alle ontwikkelingsaspecten voor kinderen van 2 tot 6 jaar. Bij “Ons Dorpje” wordt ervoor gekozen om dat op een speelse manier te doen, waarbij vooral activiteiten en onderdelen die voor de peuters van belang zijn zullen worden uitgevoerd. Dit gebeurt niet op een ‘schoolse manier’ , maar door middel van veel spelactiviteiten met de kinderen rondom thema’s. Daarbij is er aandacht voor de meertalige ontwikkeling van de kinderen door met activiteiten, boekjes, gesprekjes en spelletjes de taalontwikkeling op een speelse manier te stimuleren. Ook de inrichting van de peutergroep zal er zo uit gaan zien dat er in alle ‘hoeken’ met de thema’s gespeeld kan worden.
De desbetreffende leidsters volgen hiervoor een speciale training.

 

Tv-kijken

Op de peutergroep is een televisie aanwezig, en deze wordt soms gebruikt op een rustig moment, of in samenhang met een thema. De kinderen moeten geen televisie kijken, ze mogen ook een andere rustige activiteit doen, bijv. een boekje lezen.
De kinderen worden bij elkaar in een kring of op de banken gezet zodat de activiteit sociaal blijft. Achteraf wordt er over gesproken met de kinderen, bijvoorbeeld: waar ging het over, wat heb je gezien, etc.

Peuters kijken bijvoorbeeld naar:

  • Sesamstraat
  • Pippi Langkous
  • Bob de bouwer
  • Dora
  • Disney films (mits deze geschikt zijn voor deze leeftijd)

Per week wordt er maximaal 2x 20 minuten televisie gekeken.
Hier wordt niet vanaf geweken; te lang tv-kijken is niet goed voor de kinderen, en bovendien verliezen de kinderen van deze leeftijd snel hun aandacht.

 

Dagindeling

De kinderen kunnen maximaal 11  uur per dag opgevangen worden in ons kinderdagverblijf.
De openingstijden liggen tussen 7.30 uur en 18.30 uur.

Dagritme baby´s

Op de babygroep wordt zoveel mogelijk het eigen ritme van de baby aangehouden wat betreft de voeding, het slapen en het verschonen. Uiteraard moeten wij ook rekening houden met de schema´s van de andere baby´s. Het is belangrijk dat het kinderdagverblijfritme niet teveel afwijkt van het thuisritme.

Het verzorgen van de baby´s neemt een groot deel van de dag in beslag. Zo gaat het bij het voeden om meer dan alleen het toedienen van voedsel en bij het verschonen om meer dan een schone luier. Het spel met de handjes, voetjes en het gezicht biedt de baby veiligheid en vertrouwen.

Gaan baby´s over naar vaster voedsel dan eten zij rond 9.30 uur gezamenlijk een fruithap en om 11.30 een boterham.

Zo wordt er langzaam naar het dagritme van de dreumes- en peutergroep toe gewerkt.

Dagritme dreumes- en peutergroep

Het dagritme dat dient als leidraad voor de dag ziet er als volgt uit:

07.30 uur - 09.30 uur
09.30 uur - 10.00 uur
10.00 uur - 10.15 uur
10.15 uur - 11.15 uur
11.15 uur - 11.30 uur
11.30 uur - 12.15 uur
12.15 uur - 12.30 uur
12.30 uur - 15.00 uur
14.30 uur - 15.00 uur
14.30 uur - 15.00 uur
15.15 uur - 16.00 uur
16.00 uur - 16.30 uur
16.30 uur - 16.45 uur
16.30 uur - 18.30 uur
De kinderen worden verwacht. Voor de ouders is er gelegenheid een praatje te maken. Vrij spel voor de kinderen.
Samen aan tafel om fruit te eten en wat te drinken. Er is gelegenheid voor een verhaaltje of een liedje.
Verschonen, plassen en handen wassen.
De kinderen gaan vrij spelen (binnen of buiten) of gaan een gerichte activiteit doen (maximaal 1/2 uur aaneengesloten)
Samen opruimen en de handen wassen.
Samen aan tafel voor de broodmaaltijd/warme maaltijd.
Voorbereiden op het middagslaapje; tandenpoetsen, naar het toilet, verschonen.
Slaapuurtje. De leiding treft voorbereiding voor de middag en de ochtend.
De kinderen worden gewekt. Verschonen en naar het toilet gaan.
De kinderen krijgen een sapje en een hapje (biscuittje of soepstengel).
De kinderen gaan vrij spelen (binnen of buiten) of gaan activiteit doen.
Samen aan tafel voor een cracker en een sapje.
Verschonen, plassen en snoetjes poetsen.
De kinderen worden opgehaald. Voor de ouders/verzorgers is er tijd en gelegenheid voor een praatje.

Maaltijden

Het gebruik van de maaltijden en tussendoortjes is een gezamenlijke activiteit. Het gaat niet alleen om het eten en drinken maar om het contact met elkaar. De sfeer van het gezellig samen zijn en een rustmoment op de dag.
Het eten en drinken dient niet aan de kinderen opgedrongen te worden, eten moet iets leuks blijven, de kinderen worden positief benadert.

Het kinderdagverblijf biedt een basispakket aan voeding aan. Dit bestaat uit:

  1. Nutrilon, Friso
  2. karnemelk, melk, yoghurt /vla
  3. limonade, roosvicee, diksap , appelsap
  4. crackers, soepstengels, rijstewafels, ontbijtkoek
  5. fruit
  6. bruin brood
  7. hartig beleg (smeerkaas/worst, kaas, vleeswaar)
  8. zoet beleg (appelstroop, kokosbrood, pindakaas)
  9. pap (nutrix groeiontbijt, volkoren, bambix)
  10. 2x per week een warme maaltijd; groente-aardappel/pasta/rijst-vis/vlees (altijd halal)

Wanneer de kinderen andere voeding gebruiken, bijvoorbeeld dieetvoeding, dan wordt er vooraf overlegt of het kinderdagverblijf de voeding aanschaft of dat de ouder het zelf moet meenemen.

Het wennen

Voor het kind is het heel belangrijk dat het de leidsters leert kennen. De stap van thuis naar het kinderdagverblijf is voor zowel de ouders als het kind een belangrijke gebeurtenis. Het is fijn dat beide partijen van elkaar weten op welke manier we met uw kind omgaan.

Op kinderdagverblijf “Ons Dorpje” komen de kinderen minimaal 4 wennen, een lange periode wennen is belangrijk omdat:

  • Het kind vertrouwt raakt met de nieuwe omgeving, de groepsruimte, het kinderdagverblijf, de leidsters, de groepsgenootjes, enz.
  • De ouders vertrouwd raken met de nieuwe situatie en een goede verstandhouding met de leidsters kunnen ontwikkelen.
  • De zaken zoals voedingsschema´s, slaapritmen en omgang met het kind, thuis en in het kinderdagverblijf op elkaar afgestemd worden.

Wenschema:

De baby’s komen vanaf 10.00u wennen, de dreumesen en peuters vanaf 9.30u.

  • Dag 1: Op deze dag vindt het intake-gesprek met de leidsters plaats. De ouder/verzorgers blijft er 20 min. bij en vult dan een aantal formulieren in. Ook vertellen de leidsters hoe het er op de groep aan toe gaat.
    Na deze 20 min. blijft het kind één uur wennen; de ouder/verzorger blijft er dan niet bij.
  • Dag 2: Het kindje blijft vandaag langer, namelijk twee uurtjes.   De ouder/verzorger mag er het eerste kwartier bijblijven.
  • Dag 3: Het kind komt vandaag een ochtend wennen. Ook blijft het kindje dan bij ons eten. De ouder/verzorger mag er de eerste 10 min. bij blijven.
    Het kind kan tussen 12.00u en 12.30u weer opgehaald worden.
  • Dag 4: Dit is in principe de laatste wendag. Vandaag blijft het kindje ook slapen, en moet hij/zij om 15.00u weer worden opgehaald. De ouder/verzorger blijft er in principe niet bij, het is de bedoeling dat het kind alleen gebracht wordt.

 

Omgaan met...

Zindelijk worden
Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen  tempo. Dit geldt ook voor het zindelijk worden. Een kind wordt zindelijk als het daar zelf aan toe is. Op de peutergroep wordt een begin gemaakt met het zindelijk worden. De kinderen worden gestimuleerd omdat ze elkaar op het potje of naar de wc zien gaan.
Het zindelijk maken gebeurt met een zachte hand, dwang helpt niet of zelfs averechts.
De leidster is alert op de reactie van het kind en zal regelmatig voorstellen om op het potje te gaan.
Het weglaten van de luier gebeurt alleen na overleg met de ouders.

Trakteren
Een kind krijgt jaarlijks nogal wat traktaties aangeboden, bij verjaardagen of als iemand afscheid neemt. Wij adviseren om niet al te veel snoepgoed te gebruiken als traktatie voor uw kind maar op zoek te gaan naar leuke, gezonde traktaties of iets hartigs.

De leidster streeft ernaar om een kind met een dieetvoeding ook mee te laten genieten door een aangepaste traktatie aan te bieden.

Feest vieren
In ons kinderdagverblijf wordt aandacht besteed aan feestdagen zoals Sinterklaas, Kerstmis en Pasen. omdat er op Ons Dorpje verschillende culturen samen komen, willen wij feestdagen die vanuit andere culturen gevierd worden ook aandacht geven, zoals bijv. het suikerfeest. Daarnaast worden verjaardagen en afscheidsfeesten van kinderen tot een bijzondere gebeurtenis gemaakt. Er wordt gezongen en getrakteerd. De jarige krijgt een mooie feestmuts op.
Omdat het feest vieren vaste programma onderdelen heeft zal het al snel voor ieder kind een vertrouwd gebeuren zijn.

Spenen en knuffels
Een speen of een knuffel kan voor een kind erg belangrijk, een hulpmiddel bij het slapen gaan of troost bij verdriet. Het kind leert bij ons om bij binnenkomst de speen of knuffel in het mandje of de tas te leggen tot dat het tijd is om naar bed te gaan.

Zo wordt het kind niet belemmerd in zijn spel of taalontwikkeling. Mocht het kind behoefte hebben aan troost bij verdriet dan heeft de leidster de speen of knuffel bij de hand.

Slapen

Op de babygroep hebben de kinderen vooral een eigen ritme wat betreft slapen. Op de dreumes- en peutergroep slapen de kinderen tussen 12.30u en 14.45u. De peuters liggen op strechers, onder een dekentje. Ze krijgen eventueel een speen en/of knuffel mee. Kinderen slapen bij “Ons Dorpje” tot zij 3,5 jaar zijn; daarna willen wij ze voorbereiden op de basisschool, en dus niet meer laten slapen.

Er blijft iemand bij de kinderen in de slaapkamer totdat iedereen slaapt. Daarna wordt er regelmatig gekeken  in de slaapkamer. Kinderen die huilen worden uit bed gehaald, of zij worden gesust in bed, tot ze slapen.

Kinderen onder de 2 jaar mogen niet op de buik in bed worden gelegd. Dit in verband met een vergroot risico op wiegedood.

Leg de baby altijd op de rug te slapen.
Het veiligst slaapt een baby op de rug. Uit zijligging rolt een baby al na een paar weken gemakkelijk op de buik. Leg een baby nooit op de buik te slapen. Niet één keer. Ook niet om te troosten. Soms is er een reden om van dit advies af te wijken. Doe dat alleen in overleg met ouders!
Het is wel goed om het kindje regelmatig op de buik te leggen als het wakker is en er iemand op let. De baby enkele malen per dag een kwartiertje laten ontdekken en oefenen bevordert de motorische ontwikkeling.
Als een oudere en gezonde baby (1+) zich eenmaal vlot om en om kan draaien, en bij het slapen zelf kiest voor buikligging is het niet zinvol daar tegenin te blijven gaan. Let er dan wel extra op dat het bedje veilig is.

Voorkom dat de baby te warm ligt.
Dekentjes zijn vaak te warm en daardoor riskant voor kinderen tot twee jaar. Bovendien liggen ze los, waardoor een kind er gemakkelijk onder kan geraken.
Leg kinderen tot twee jaar daarom altijd in een slaapzak!
Kleed ook de baby niet te warm. Let op jezelf: als jij het benauwd krijgt, geldt dat ook voor een baby. Een zwetende baby is foute boel. Let altijd op het weer, de kamertemperatuur, warme zon, de kachel, etc.

Let op rust en regelmaat.
Baby's zijn gevoelig voor verstoring van rust en regelmaat. Bijv. een drukke omgeving, verandering van omgeving, veel geluiden, brengen een zuigeling gemakkelijk van slag. Een verstoorde slaap kan het gevolg zijn. Dit geldt in bijzondere mate voor zogenaamde huilbaby's. Beperk onrustige situaties in het eerste levensjaar.

Brengen en halen
Bij het brengen is er gelegenheid voor de ouders/verzorgers en het kind om te wennen en samen bijvoorbeeld een puzzeltje te maken. Het brengen is een belangrijk punt van de dag. Het kind zal afscheid moeten nemen van de ouder/verzorger en dit kan voor sommige kinderen heel moeilijk zijn. De leidster zal het kind overnemen bij het weggaan van de ouder/verzorger en dan gaan ze samen zwaaien. De leidster zal het kind afleiden met spel waardoor het kind het verdriet snel vergeet.

De momenten van brengen en halen geven gelegenheid tot het uitwisselen van informatie en vragen aangaande het kind tussen ouder/verzorger en de leidster.
Het is van belang de breng- en haaltijden in acht te nemen in verband met het dagritme.
In overleg met de leiding kan hier een enkele keer een uitzondering op gemaakt worden.

Ziekte van het kind
Een kind dat ziek is hoort thuis te blijven, dit voor de veiligheid van uw kind en die van de anderen. Een ziek kind heeft behoefte aan rust en zal op het kinderdagverblijf niet da aandacht kunnen krijgen die het op dat moment nodig heeft.

Onder ziek verstaan we het volgende:

  • Koorts, temperatuur van 38 C of hoger
  • Besmettelijke kinderziekten zoals mazelen, waterpokken, bof, rode hond, ernstige diaree en dergelijke

Mocht het kind in het kinderdagverblijf ziek worden, dan zullen de ouders hiervan direct op de hoogte gesteld worden. Het kind dient dan te worden opgehaald.
Het is belangrijk dat de leiding op de hoogte wordt gesteld wanneer een kind in het weekend ziek is geweest, zodat wij hier rekening mee kunnen houden.

Medisch handelen

Leidsters geven in principe geen medicijnen aan de kinderen, mits er een toestemmingsformulier is ingevuld door de ouder(s).

  • Kinderen krijgen geen paracetamol/zetpillen toegediend zonder medische indicatie.
  • Als kinderen toch medicijnen toegediend moeten krijgen, dienen de ouders/verzorgers hiervoor schriftelijke toestemming te geven.
  • De leidsters zorgen ervoor dat zij precies weten hoe de medicatie moet worden toegediend. 
  • Medicatie toedienen gebeurt niet door stagiaires.
  • Medicatie toedienen gebeurt
  • met schone handen in een schone omgeving.
  • Gun het kind wat privacy als het daar behoefte aan heeft (bijv, het geven van zetpillen)
  • Bij het anaal opnemen van de koorts wordt ervoor gezorgd dat de thermometer voor én na het gebruik schoongemaakt met alcohol.
  • Draag bij wondverzorging altijd hygiënische handschoentjes, en gooi deze na het gebruik direct weg.

 

 

Veiligheid en hygiëne

Veiligheid en hygiëne is voor ons een zeer belangrijk punt. Ouders/verzorgers moeten hun kinderen met een gerust hart achter kunnen laten op het kinderdagverblijf.

Daarom gelden bij ons de volgende regels:

  • Roken is verboden;
  • Alle kinderen hebben hun eigen tandenborstel;
  • Kinderen slapen zoveel mogelijk in een ´eigen´ bedje;
  • Bedden worden 1 keer per week verschoond, zonodig vaker. Hoeslaken aan beide zijden van het matras als het bedje door twee kindjes gebruikt wordt. . 
  • De baby´s hebben een eigen fles, de spenen worden iedere dag gereinigd en om de 6 weken vervangen;
  • De leidsters doen 's ochtend bij binnenkomst direct de ventilatie aan/raampjes open.
  • Handdoeken, theedoeken en vaatdoeken worden dagelijks gewassen;
  • Regelmatige verschoning en handen wassen voor en na het eten en na het gebruik van het toilet;
  • De vloeren en toiletten worden dagelijks gereinigd.
  • De schoonmaakwerkzaaheden op de groep worden uitgevoerd nadat de kinderen op bed liggen. Ook de stagiaires helpen hierbij. De beroepskracht mag hier niet langer dan 30 min. mee bezig zijn.

De leiding van het kinderdagverblijf is zich bewust van het belang van de hygiëne.
Mede door de jaarlijkse risico inventarisatie blijft Ons Dorpje alert op alles in en rondom het kinderdagverblijf.
De risico inventarisatie bevat alle risico’s met betrekking tot gezondheid en veiligheid. Dit wordt getoetst door de Inspectie.

Oudercontacten

De ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van hun kinderen. Deze zorg wordt gedurende de tijd dat het kind op het kinderdagverblijf is door de leiding overgenomen. Het is van belang dat de ouder/verzorger de gelegenheid krijgt om zijn wensen met betrekking tot de verzorging van het kind over te dragen aan de leidster. De leidster dient de gelegenheid te krijgen om de ouder/verzorger te informeren over de tijd dat het kind in het kinderdagverblijf is.

De ouders/verzorgers kunnen er van verzekerd zijn dat er zorgvuldig om wordt gegaan met persoonlijke gegevens. Leidsters zullen voorzichtig omgaan met informatie over kinderen in hun contacten met andere ouders/verzorgers.

Wanneer een kind op kinderdagverblijf “Ons Dorpje” komt krijgen zij een schriftje. Het is de bedoeling dat zowel de ouders/verzorgers als de leidsters, de keren dat uw kind op het kinderdagverblijf is, hier iets in schrijft. Op de babygroep zal het veelal gaan om de eet,- en slaaptijden. Hoe ouder de kinderen worden, hoe meer er geschreven gaat worden over het spel/ontwikkeling van de kinderen.

Opzeggen

De opzegtermijn  bedraagt twee kalendermaanden. Opzegging van het contract kan alleen schriftelijk en rechtstreeks via onze intermediair Kind ABC.

Klachtenregeling

Ouders/verzorgers kunnen zich met klachten direct wenden tot de leidsters. Mochten zij deze niet kunnen oplossen dan zal het doorgespeeld worden naar het management. Wij gaan serieus om met uw klachten en zullen altijd proberen om een goede oplossing voor alle betrokken partijen te zoeken.

Kinderdagverblijf Ons Dorpje is aangesloten bij SKK (Stichting Klachtencommissie Kinderopvang).

Website by MoreLev