Foto Foto Foto Foto

Pedagogisch beleid naschoolse opvang

Inleiding

Voor u ligt het beleidsplan van Ons Dorpje. Een beleidsplan moet mee met de ontwikkelingen en is dus nooit af. Steeds zal er weer wat aan toe gevoegd moeten worden. Een belangrijk onderdeel van het beleidsplan is het pedagogisch beleid. Hierin laten wij zien hoe wij denken over opvoeding en ontwikkeling van kinderen.

Uitgangspunt

De ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van het kind. De leidsters van de NSO zijn medeopvoeders vanuit ons eigen pedagogisch plan.

 

Achterwacht Regeling

Op de BSO openen ten alle tijden 2 leidsters om 13.30 uur.  In de vakantieperiodes openen eveneens 2  leidster om 7.30 uur. In geval van nood dient 1 van de 2 leidsters van het KDV op de begane grond als achterwacht of een leidster van de andere 2 filialen.
Om 18.30 uur wordt er ook door  2 leidsters afgesloten.
In de avond dienen de leidsters op de BSO als achterwacht voor het Kinderdagverblijf en omgekeerd.

 Ontwikkeling van de kinderen

Elk kind heeft bij zijn geboorte een bepaalde aanleg en temperament meegekregen. Voor elk kind is die anders. Dit geeft het kind afhankelijk van zijn mogelijkheden en beperkingen, de mogelijkheid om zich te ontwikkelen. De wijze waarop dit gebeurd is erg afhankelijk van de omgeving en situatie waarin het kind opgroeit.

Vrij tijd

De NSO is een voorziening waar kinderen een deel van hun tijd doorbrengen. Tijd die ze anders thuis of op straat zouden doorbrengen. Kenmerken van vrije tijd zijn:

  1. Op school zijn de activiteiten doelgericht, maar in hun vrije tijd bepalen kinderen zelf wat zij doen en met wie. Kinderen hebben daarom vooral in de vakantieperioden behoefte aan georganiseerde activiteiten.
  2. Voor de kinderen is het belangrijker om tijdens het spelen in hun vrije tijd plezier te beleven dan wat ze daarbij leren.
  3. De sociale contacten van de kinderen zijn belangrijker dan de activiteit; zij leren bij deze contacten spelenderwijs een aantal dingen die van invloed zijn op hun persoonlijkheidsontwikkeling.

Onze rol in de vrije tijd van de kinderen

Afhankelijk van de leeftijd en de mogelijkheden van de kinderen heeft de leidster een stimulerende en/of begeleidende rol. In de leeftijdsgroep 4/5 jaar beperkt de rol van de leidster zich in het aanbieden van speelgoed, activiteiten worden niet opgedrongen aan de kinderen. De leeftijdsgroep 6/8 jaar heeft juist meer structuur nodig. Bij de oudste kinderen is het van belang dat de leidster een luisterend oor bied als zo een kind dat nodig heeft, maar toch veelal op de achtergrond blijft.

Huiswerk op de NSO

Hoe ouder het kind wordt, hoe meer huiswerk het krijgt. In overleg met de ouder wordt bekeken in hoeverre wij de mogelijkheid kunnen bieden het kind al of niet onder begeleiding het huiswerk te laten maken.

Normen en waarden

Normen
Dit zij regels over hoe mensen zich in het algemeen moeten gedragen en wat ze juist niet mogen doen.

Waarden
Zijn heel persoonlijk. Het overbrengen van waarden en normen is een belangrijk factor van het opvoeden. De leidsters hebben onderling een verschillende kijk op wat belangrijke dingen zijn in het leven. De één is gelovig en heet vanuit dit geloof haar normen en waarden, de ander heeft vanuit maatschappelijke stromingen haar opvatting over wat er wel en niet goed is. Dit maakt het niet eenvoudig om de kinderen eenduidige normen en waarden over te brengen. Daarom is het belangrijk om over een aantal zaken afspraken te maken over wat je belangrijk vindt om aan de kinderen over te dragen. Concreet betekent dit dat wij samen overleggen hoe we de kinderen het beste de normen en waarden kunnen aanleren. Dit doen we door samen met de ouders te kijken wat zij belangrijk vinden en of wij op dezelfde lijn zitten.

Schelden en vloeken

Dit is absoluut verboden. Het kan voorkomen dat een kind tijdens het spelen een scheldwoord laat ontglippen. Het kind wordt hierop meteen aangesproken. Schelden tegen de leiding wordt direct gestraft. In beide gevallen wordt dit gemeld aan de ouder als deze het kind komt ophalen.

Opvoeding

De ontwikkeling van de kinderen wordt bepaald door een wisselwerking tussen individuele aanleg en omgevingsfactoren. Wij proberen de kinderen op zo een manier te stimuleren zodat ze weerbaar en zelfstandig worden met het uiteindelijke doel dat het kind actief kan deelnemen aan het maatschappelijke leven. Concreet betekent dit dat we de kinderen vrij en zelfstandig laten. Ook praten we met de kinderen en met de ouders hoe zij over bepaalde dingen denken.

Taak van de leidster

Een NSO leidster is veel minder een verzorgende leidster en veel meer een organiserende leidster. Zij is een gezellige leidster die met elk kind een relatie opbouwt. Kinderen in de NSO hebben behoefte aan gezelligheid, maar ook aan geheimen, eigen plekjes, elkaar en aan zelfstandigheid. De leidsters maken vaak grappen met de kinderen waardoor de vriendschappelijke band beter wordt en dat de kinderen het gevoel krijgen dat ze met alles naar de leidsters kunnen stappen.

Straffen

Het is af en toe nodig om kinderen te corrigeren. De leidster moet telkens een bewuste afweging maken of zij het gedrag zal negeren, een alternatieve oplossing zal zoeken of dat zij het gedrag zal corrigeren. Vaak werkt het negeren van negatief gedrag, gekoppeld aan het belonen van positief gedrag het beste. Belonen of straffen heeft minder effect als er veel tijd is verstreken tussen de daad en de beloning of straf. De straf heeft altijd een duidelijk verband met datgene wat gebeurd is. Deze vindt snel na de ‘overtreding’ plaats zodat er een verband bestaat tussen de daad en de straf. De duur van de straf zal binnen de tijdsbeleving van het kind passen. De leidster is consequent. Indien zij een kind waarschuwt, moet zij ervoor zorgen dat als het gedrag niet verandert de straf wordt uitgevoerd. Dit betekent dat de aangekondigde straf uitvoerbaar moet zijn. Conflict tussen twee kinderen lossen wij op door allebei de kinderen daarop aan te spreken. Wij vragen ook wat er precies gebeurd is en geven de kinderen de kans om hun verhaal te doen. Daarna laten we de kinderen hun excuses aan elkaar aanbieden. Er wordt gestraft wanneer een kind bv een ander kind geslagen heeft. De straf houdt in dat het kind minstens 5 minuten rustig op de bank moet zitten. De groepsleiding moet een klimaat scheppen waarin elk kind:

  1. Zich veilig voelt
  2. Zich thuis voelt
  3. In zijn of haar ontwikkeling wordt gestimuleerd.

Veiligheid

  1. Wij proberen ervoor te zorgen dat er vaste vertrouwde personen aanwezig zijn waar het kind zich aan kan hechten,
  2. Heel belangrijk is het zelfvertrouwen van het kind.Door het tonen van respect voor het kind en de eigen inbreng van het kind, kan het zelfvertrouwen vergroot worden,
  3. We handhaven een consequente regelgeving en naleving daarvan, dat betekent dat wij ingrijpen als een kind gevaarlijke toeren uithaalt die een gevaar voor zichzelf en anderen vormt,
  4. De leidster dient zich emotioneel betrokken te voelen bij de kinderen. Hierbij wordt dan ook een band van vertrouwen van het kind naar de leidster toe opgewekt. Dit doen we door goed naar het kind te luisteren en het kind te laten weten dat je hem of haar begrijpt. Door veel te vragen tijdens het praten bijv. wat heeft je verdriet gedaan of hoe voel je je,geven wij het kind het gevoel dat wij geïnteresseerd zijn.

Thuis voelen

Dit gevoel geven wij de kinderen door actief te luisteren naar het kind, serieus ingaan op wat een kind zegt en gehoor geven aan de wensen van het kind. Wij proberen zoveel mogelijk aandacht te hebben voor het individuele kind. Per kind wordt ook gekeken wat het wil gaan doen. Er zijn vaste ritmen zoals eten en drinken. Als de kinderen er zin in hebben mogen ze mee helpen met de tafel dekken of afruimen. Wij vragen eerst wie er mee wil helpen. Het is bij ons een regel dat alk kind aan de beurt moet komen en dat elk kind zijn eigen bord en beker moet afruimen. Zo creëren wij een thuisgevoel omdat dit ook vaak thuis gebeurt.

Het stimuleren van de ontwikkeling

Om de kinderen zich op alle aspecten van hun ontwikkeling te kunnen laten ontplooien, gaan we uit van de activiteiten die de kinderen zelf aangeven. Verder bieden wij voldoende afwisselend spelmateriaal en activiteiten waarmee kinderen samen of individueel kunnen spelen. De kinderen mogen zelf kiezen welk spel ze willen doen, maar wanneer er een groepsactiviteit gedaan word, dan is het wel de regel dat iedereen meedoet omdat dat goed is voor de sociale ontwikkeling. We leggen de kinderen dan ook uit waarom het niet netjes is om niet mee te doen en waarom het leuk is om wel mee te doen. Wij richten ons voornamelijk op de volgende ontwikkelingsgebieden:

  1. Sociale ontwikkeling
  2. Emotionele ontwikkeling
  3. Zelfstandigheid

Sociale ontwikkeling

Sociale ontwikkeling is het proces waarbij een kind in toenemende mate zelfstandig gaat deelnemen aan de omgang, gewoonten en waarden die gebruikelijk zijn binnen de omgeving waartoe het behoort. Wij hebben ook materiaal voor de sociale ontwikkeling. Bij jonge kinderen is dat bijvoorbeeld de poppenhoek. Natuurlijk hebben we op de groep gezelschapsspelletjes op het niveau van alle kinderen. Om zich sociaal te kunnen ontwikkelen moet het kind zich bewust zijn van de aanwezigheid van andere kinderen en leiding. In de praktijk betekent dit dat we de grotere kinderen vaak met de kleinere laten spelen. De grotere kinderen lezen zelf een boekje voor of helpen de kleinere kinderen met lezen, rekenen, etc uiteraard onder begeleiding van een leidster.

Emotionele ontwikkeling

Een kind moet nog leren welke emoties een bepaalde situatie kan oproepen. Het is belangrijk dat een kind zijn behoeftes en verlangens kenbaar durft te maken. We begeleiden de kinderen bij allerlei emoties en helpen de kinderen ze te benoemen. Wij richten ons op de volgende emoties:

  1. Als een nieuw kind het eng vindt om in een groep onbekende kinderen zijn/haar weg te vinden;
  2. Emoties die voortkomen uit problemen in de privé situatie;
  3. Ruzies;
  4. Teleurstellingen wanneer het ene kind niet wilt spelen wat het andere kind voorstelt.

Wij laten die kinderen zoveel mogelijk hierin hun eigen weg vinden, maar bieden steun zodra een kind hulp zoekt of wanneer we denken dat een kind met zijn emoties geen raad weet. Dit doen wij door de kinderen vaak uit te leggen dat als een kindje niet met hem/haar wil spelen dat het niet aan het kind ligt maar dat het ander kindje misschien geen zin heeft om dat spelletje te spelen en dat het niet verplicht is om iets te spelen waarin hij/zij geen zin heeft.

Zelfstandigheid

Zelfstandigheid is het vermogen om voor jezelf te kunnen zorgen zonder directe hulp van anderen. Om op te groeien tot een volledig zelfstandig mens moet een kind zich onafhankelijk durven en kunnen opstellen. Hij of zij weet zelf wat het kan en waar het zich verantwoordelijk over voelt. Een kind dat leert goed voor zichzelf te zorgen ontwikkelt zijn zelfstandigheid. Daarom stimuleren wij de kinderen om zo goed mogelijk voor zichzelf te zorgen. We stimuleren ze in het maken van eigen keuzes. Wij bieden vaak een activiteit aan, maar het kind beslist zelf of het al of niet mee wil doen.

Observatie van ontwikkeling en gedrag

Er worden niet structureel observaties gemaakt om de ontwikkeling van de kinderen te volgen. Dit gebeurt alleen als er problemen met zijn met een kind of als we geen goed gevoel hebben. Eén keer per jaar observeren we wel alle kinderen om erachter te komen of het kind het naar de zin heeft. Aan de hand van de uitkomst kunnen we naar behoefte van de ouder 10-minutengesprekken voeren.

Kindermishandeling

We voelen ons als medeopvoeder medeverantwoordelijk voor het welzijn van het kind. Indien er vermoedens bestaan dat er binnen de thuissituatie problemen zijn, waardoor het kind in een bedreigende situatie verkeert, dan zullen we ons inzetten om een positieve bijdrage ter verbetering hieraan te leveren.

Wij zijn ons bewust dat wij geen hulpverleners zijn en dat ons beleid gericht zal moeten zijn op het signaleren en doorverwijzen.

Als er sterke aanwijzingen zijn dat er sprake is van verwaarlozing en/of kindermishandeling zal dit eerst met de directe collega en de leidinggevende besproken worden. Als het enigszins mogelijk is worden de ouders uitgenodigd voor een of meerdere gesprekken. Een verwijzing naar een hulpverenigingsinstantie kan mede doel van een dergelijk gesprek zijn. Wij willen voorkomen dat de ouder zich bedreigd voelt en het kind van de opvang afneemt.

Kinderseksualiteit

Seksueel gedrag is niet anders dan vroeger. Het is meer gewoon, meer acceptabel.(TV (o.a videoclips) is hierop van invloed. Er is veel meer bloot, ‘sexy’ wordt meer gebruikt. De leidsters letten op de programma’s waar kinderen naar kijken en adviseren de ouders dit thuis ook te doen. Bij onacceptabel seksueel gedrag leggen wij uit dat dit op de opvang niet kan. Als leidster moet je in ieder geval geen waardeoordeel geven. Niet zeggen dat iets goed, slecht of fout is. Dit kan je net zo leren als b.v. zindelijkheid of beleefdheidsnormen. In ieder geval moet de leidster er niet boos om worden. Het kind kan zich dan gaan schamen. Het is belangrijk om er geen taboe van te maken.

Pesten

Pesten is het herhaaldelijk en langdurig psychisch en /of lichamelijk mishandelen van één of meerdere personen, die niet in staat zijn zichzelf te verdedigen. Op de NSO wordt pesten niet getolereerd. Wat doen wij om pesten te voorkomen of bestrijden:

  1. Zorgen dat de sfeer in de groep goed is en blijft door bijvoorbeeld het organiseren van groepsactiviteiten;
  2. Voorlezen uit prentenboeken/leesboeken over pesten en erover napraten;
  3. Er worden geen kinderen voorgetrokken door de leiding, alle kinderen worden gelijk behandeld.
  4. Als de leidster door heeft dat de kinderen elkaar pesten worden ze bij elkaar geroepen en wordt uitgelegd dat pesten niet leuk is en dat je daarmee elkaar kan kwetsen.

Discriminatie

Discriminatie is een sociaal onrecht. Wij geloven dat vooroordelen, discriminerende uitingen en gedragingen, al dan niet bewust, een desastreuze invloed hebben op het leefklimaat binnen de gehele samenleving. Wij zullen ons inzetten om alle vormen van vooroordeel en discriminatie op de naschoolse opvang te bestrijden. Binnen de Naschoolse opvang ligt in dit opzicht een belangrijke pedagogische taak. In onze opvoedingsstijl; de overdracht van normen en waarden naar de ons toevertrouwde kinderen komt deze mening als vanzelfsprekend tot uiting.

 

Beleid NSO Ons Dorpje; Ophalen van school

Kinderopvang Ons Dorpje regelt het vervoer van school naar de NSO op de reguliere schooldagen, schoollocaties en schooltijden zoals die in de intake met de ouders zijn vastgesteld.
Als er wijzigingen zijn dienen deze door de ouders tijdig aan ons te worden doorgegeven.
Het vervoer is bij het NSO-tarief inbegrepen.

Hoe is het vervoer geregeld?
O
phalen gebeurt in een busje van Kinderopvang Ons Dorpje, of lopend, afhankelijk van de ligging van de school.

Bij lopend ophalen:
Dit gebeurt alleen bij scholen in de directe omgeving. Een loopafstand tot 10 minuten vinden wij redelijk voor kinderen vanaf vier jaar.
Er zal minimaal één leidster zijn op 7 lopende kinderen.
Bij slecht weer zorgt de NSO voor regenkleding. 

De kinderen dienen zich onderweg aan de regels te houden. Dat wil zeggen: twee aan twee lopend, niet rennen en goed luisteren naar de leidster.
De grootste kinderen vooraan en de kleinsten aan de hand van de leidster. 

De leidsters hebben voor iedere dag een lijst waarop de kinderen vermeld staan die er opgehaald dienen te worden. Zodra de kinderen er zijn worden deze afgevinkt op de lijst.

Bij ophalen met één van de busjes van Ons Dorpje:
Alle busjes (één maal 7-persoons en twee maal 9-persoons) van Kinderopvang Ons Dorpje zijn voorzien van:

  • inzittendenverzekering
  • gordels
  • zitverkleiners voor de kleinsten  
  • kinderslot op alle deuren

Er worden niet meer kinderen vervoerd dan het aanwezige aantal stoelen in het busje.
Wij streven ernaar zoveel mogelijk dezelfde leidsters dezelfde routes te laten rijden. 

De leidsters hebben voor iedere dag een lijst waarop de kinderen vermeld staan die er opgehaald dienen te worden. Zodra de kinderen er zijn worden deze afgevinkt op de lijst.
 Zodra de leidsters met de kinderen zijn gearriveerd bij de NSO worden ze naar binnen begeleidt, en nogmaals wordt gekeken of iedereen aanwezig is.

 

  

Website by MoreLev