Versie: September 2018

Inleiding
KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer BV, gevestigd aan de Tussen Meer 70, is in Januari 2010 geopend. Op de begane grond is het kinderdagverblijf gevestigd en de buitenschoolse opvang op de eerste verdieping.
Er wordt kinderopvang geboden in de vorm van dagopvang voor kinderen van ongeveer 12 weken tot 4 jaar.
De kinderen kunnen maximaal 11 uur per dag opgevangen worden op het kinderdagverblijf.
De openingstijden zijn 7.30u tot 18.30u.

Het kinderdagverblijf beschikt over 34 kindplaatsen per dag, verdeeld in 3 groepen.
• een babygroep van +/- 12 weken tot ca. 1,5 jaar; maximaal 9 kinderen per dag
• een dreumesgroep van ca. 1,5 jaar tot ca. 2,5 jaar; maximaal 11 kinderen per dag
• een voorschool-peutergroep vanaf 2,5 tot 4 jaar; maximaal 14 kinderen per dag

In het pedagogisch beleidsplan laten wij zien welke keuzes wij hebben gemaakt en hoe en waarom wij gekomen zijn tot onze specifieke werkwijze.

Pedagogisch beleid
In het pedagogisch beleid gaat het over het hoe en waarom van het handelen van de pedagogisch medewerkers met de kinderen.
De definitie hiervan is het volgende:
“Alle formele en informele afspraken die tezamen continuïteit en gelijkgerichtheid geven aan het handelen met betrekking tot de opvoeding en ontwikkeling van de kinderen”. Het gaat hierbij dus alleen om het handelen in de opvoeding, zoals: het begeleiden van kinderen in een veilige, sfeervolle en geborgen omgeving, waarin het kind zijn gevoelens kan uiten, leert andere kinderen te respecteren en het aanmoedigen van kinderen in hun ontwikkeling.

Pedagogische doelstelling
Door het kind naar een kinderdagverblijf te brengen kiest de ouder/verzorger voor opvang in een groep. Voor het kind betekent dit een andere omgeving met andere mogelijkheden dan in de thuissituatie. Voor kinderen is het kinderdagverblijf een plaats om elkaar te ontmoeten en te leren kennen, met elkaar te spelen, te eten en te slapen, om met elkaar rekening te houden en van elkaar te leren en ervaringen op te doen die anders zijn dan in de thuissituatie.
De ruimte in het kinderdagverblijf is speciaal voor kinderen ingericht en biedt vaak meer of andere mogelijkheden tot spelen dan de thuissituatie. In het kinderdagverblijf wordt gericht aandacht besteedt aan de individuele ontwikkeling van ieder kind: taal, creatief spel, het oefenen van vaardigheden, zelfstandigheid, het tonen van respect voor elkaar, het ontdekken van de eigen mogelijkheden en het omgaan met regels en grenzen. Het kinderdagverblijf biedt daardoor aan ouders een verbreding van de opvoedingssituatie.
Door deze verbreding van de opvoedingssituatie krijgen meer mensen dan alleen de ouders/verzorgers met het kind te maken. De ouders mogen van de pedagogisch medewerkers een zekere ondersteuning bij de opvoeding verwachten. Ondersteuning in de zin van betrokkenheid bij het kind en indien ouders daaraan behoefte hebben, meedenken met de ouders inzake opvoedingsvragen. Dit meedenken krijgt gestalte in diverse overlegvormen en is wederzijds; ook de pedagogisch medewerker kan ondersteuning van de ouder nodig hebben. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kinderen tijdens hun afwezigheid goed verzorgd en begeleid worden en dat de ruimte waarin de kinderen verblijven aantrekkelijk, veilig en schoon is. Tevens mogen zij verwachten dat er zorgvuldig met hun kinderen wordt omgegaan; dat zij met vragen, opmerkingen, wensen en klachten terecht kunnen en dat zij voldoende geïnformeerd worden.

Samengevat betekent kinderopvang in een kinderdagverblijf: een opvoedingssituatie door meer verzorgers en een andere omgeving met andere mogelijkheden. Het wordt zo een aanvulling op de opvoedingsactiviteiten van de ouders/verzorgers.
Een kind moet zich kunnen ontplooien in een kinderdagverblijf. Kinderopvang in een kinderdagverblijf betekent meer dan “gezellig bezig zijn met kinderen”. Om een basis te leggen voor het pedagogisch beleid hebben we uitgangspunten geformuleerd. Deze uitgangspunten zijn een kader voor alle pedagogisch handelen en voor het leefklimaat in het kinderdagverblijf.

Uitgangspunten
• Ieder kind heeft recht op respect. Dat wil zeggen dat het serieus wordt genomen en dat het kan rekenen op begrip en verdraagzaamheid.
• Elk kind is een uniek individu en dient als zodanig te worden geaccepteerd en gewaardeerd.
• Ieder kind heeft de behoefte en het recht zijn mogelijkheden te onderzoeken om zich te ontwikkelen tot een vrij en zelfstandig mens.
• Om zich te kunnen ontwikkelen is het noodzakelijk dat een kind zich veilig en vertrouwd voelt en weet dat de pedagogisch medewerker beschikbaar is wanneer het kind haar nodig heeft. Daardoor krijgt het kind zelfvertrouwen wat weer leidt tot het verlangen en zoeken naar nieuwe uitdagingen, naar een grotere zelfstandigheid.
• Ieder kind heeft de behoefte en het recht op aandacht van een volwassene die in de behoeftes van het kind voorziet. Het kind heeft behoefte aan voeding, slaap, genegenheid en verzorging.
• Ieder kind heeft individuele aandacht en zorg nodig, waarbij het belang van de groep als geheel niet uit het oog verloren wordt. Het individu mag niet lijden onder de groep en de groep mag niet lijden onder het individu.
• Door het oefenen in zelf doen groeit het zelfvertrouwen en zelfstandigheid maar wanneer dit niet lukt moet het kind op iemand kunnen terug vallen, iemand die het begrijpt en de kans krijgen het weer opnieuw te proberen.

De ontwikkeling van het kind van 0 t/m 4 jaar
Een pasgeboren baby is totaal afhankelijk van anderen, maar binnen vier jaar kan het kind zich zelfstandig voortbewegen, leert het begrippen en regels, leert het spreken en samen met andere spelen, tanden poetsen en zichzelf aan-en uitkleden.
Het kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen tempo. Elk kind heeft zijn eigen capaciteiten, intelligentie en temperament. Daarnaast speelt de situatie waarin het kind opgroeit en de mensen waarmee het kind te maken krijgt een belangrijke rol in de manier waarop het kind zich ontwikkelt.
In het kinderdagverblijf kan de pedagogisch medewerker voor een zodanige sfeer in de groep zorgen dat het kind zich op zijn gemak voelt en zo positief de ontwikkeling beïnvloed.
Ieder kind heeft in een positieve sfeer de behoefte en nieuwsgierigheid om zijn eigen vermogens te gebruiken en te vergroten.
Het kind wil zaken en situaties onderzoeken en zich zo ontwikkelen tot een zelfstandig mens.

In eerste instantie kan een baby alleen maar liggen maar gaandeweg leert de baby zijn bewegingen steeds beter te beheersen, hij zal zich uiteindelijk kunnen omdraaien, grijpen, zitten, zich optrekken, kruipen en lopen.
In eerste instantie zwaait hij wat ongericht om uiteindelijk doelbewust naar voorwerpen te grijpen. De zintuiglijke ontwikkeling is in volle gang. Geluiden, kleuren en vormen zijn prikkels die uitnodigen tot onderzoek. Baby’s zijn steeds bezig met het betasten en beproeven van voorwerpen, ze kijken en luisteren geboeid en reageren sterk op prikkels van buitenaf.
Naarmate de baby ouder wordt en kan kruipen gaat hij de omgeving nader onderzoeken. Het kind krijgt een beginnend besef van oorzaak en gevolg.

De taalontwikkeling is een heel belangrijk onderdeel van de totale ontwikkeling, dit is de belangrijkste communicatiemogelijkheid. Gevoelens, ervaringen, feiten en situaties benoemen en onder woorden brengen maakt begrijpen en herinneren mogelijk.
De leefwereld wordt daardoor geordend en veilig. De pedagogisch medewerkers zorgen voor variatie in prikkels en weten de hoeveelheid prikkels te doseren. Het spelmateriaal en de inrichting is vooral gericht op zintuiglijk plezier. Materiaal om naar te kijken en te luisteren, in beweging te zetten, te betasten en te beproeven.
Kinderen worden regelmatig in de box of op een speelkleed gelegd, zowel op de buik als op de rug, om de spieren in de rug en nek te ontwikkelen en om veilig te kunnen rollen.

Het allermooiste speelgoed voor de baby is de mens. De stem, de ogen en het gezicht van de leidsters spelen een belangrijke rol bij de taalverwerving. De pedagogisch medewerker zal tijdens de verzorgende werkzaamheden naar het kind kijken. Door te reageren op de baby en de baby op de pedagogisch medewerker te laten reageren wordt het kind gestimuleerd tot communicatie. Praten tegen het kind en benoemen wat het kind ziet is bevorderend voor de taalontwikkeling.

Het gebruik van luide muziek zal voor de kleinste kinderen beperkt blijven omdat kleine kinderen nog geen geluiden kunnen selecteren. Muziek kan een storende factor zijn bij een gesprek tussen pedagogisch medewerker en kind.
Lichamelijk contact is spel voor de baby: knuffelen, aaien en wiegen is uitermate belangrijk voor zijn welzijn en ontwikkeling. De pedagogisch medewerker zal ingaan op uitingen en gevoelens zowel verbaal als non-verbaal, zodat de baby een gevoel van veiligheid en vertrouwen ontwikkelt.
Na verloop van tijd zal de baby onderscheid maken tussen bekenden en onbekenden en uiteindelijk een éénkennigheidfase ondergaan. Maar de interesse in de andere kinderen zal toenemen. De baby’s lachen en brabbelen naar elkaar. De pedagogisch medewerker zal dit contact stimuleren door baby’s in elkaars nabijheid te brengen, bijvoorbeeld in een wipstoeltje. Bij het slapen liggen de kinderen in een bedje op een vaste plaats.

Als het kind kan lopen wordt de bereikbare omgeving van het kind groter en biedt meer mogelijkheden. Ieder kind heeft grote behoefte aan beweging, wat ook heel belangrijk is voor het kind. Het kind ontwikkelt zich spelende verder door het vastpakken van voorwerpen.
Het kind zal steeds gedetailleerder dingen zien, horen, proeven en voelen. Langzaamaan leert het kind kleuren, maten, vormen en begrippen.
Het kan zich een voorstelling maken van bepaalde zaken, maakt plannetjes en voert ze uit.

Vanaf het derde jaar wordt het hoe en waarom van de dingen belangrijk voor het kind. De fantasie ontwikkelt zich zo dat werkelijkheid en fantasie wel eens verward worden.
De dreumes begrijpt veel meer dan hij kan zeggen met woorden. Het zelfbewustzijn groeit en het “ik-besef” wordt ontwikkelt. Het kind kan ‘nee’ moeilijk accepteren; het kind wordt opstandig. Hij heeft deze fase nodig om zelfbesef en wilskracht te ontwikkelen en zijn grenzen te ervaren. Wanneer ook het “jij-besef” ontstaat leert het kind geleidelijk aan rekening te houden met anderen omdat hij zich gaat realiseren dat anderen ook behoeften hebben.
De meeste peuters kunnen vanaf drie jaar redelijk verwoorden wat zij willen en kunnen. Het contact met de groepsgenootjes groeit, de zelfstandigheid en de onafhankelijkheid worden groter.

De kinderen krijgen voldoende ruimte en gelegenheid om zowel binnen als buiten hun grove motoriek te ontwikkelen. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan de fijne motoriek door het aanbieden van bepaald materiaal.
Zo is het vasthouden van een potloodje of een kinderschaartje, het verven met de handen of een kwastje en het spelen met klei of zand bevorderlijk voor de motoriek.

Het kind leert het verloop van de dag kennen door de vaste dagindeling, het leert de regels te begrijpen, de pedagogisch medewerkers zullen de vragen van het kind naar het “hoe” en “ waarom” zoveel mogelijk duidelijk beantwoorden. Daardoor leert het kind situaties en de wereld om zich heen kennen en begrijpen. Het houden van gesprekjes, vertellen, voorlezen, boekjes bekijken en liedjes zingen behoort tot de dagelijkse bezigheden van de leidsters. Omdat kinderen veel leren door imitatie wordt door de leidsters in correcte en begrijpende taal gesproken. Verkeerd uitgesproken woorden worden op speelse manier verbeterd.
De dreumesen beleven veel plezier aan elkaars aanwezigheid maar spelen voornamelijk voor zichzelf. De leidster stimuleert dit plezier in het samen zijn bijvoorbeeld door aan tafel samen liedjes te zingen voor het eten.
Wanneer ook het “jij-besef” ontstaat kan het spelen zich ontwikkelen van naast elkaar tot met elkaar.

De kinderen gaan meer met hun fantasie aan de gang. Hun spel wordt ingewikkelder en krijgt steeds meer een bedoeling. De behoefte aan de vertrouwde pedagogisch medewerkster schuift steeds meer naar de achtergrond. De wetenschap dat zij aanwezig is en beschikbaar is wanneer het nodig is, geeft het kind voldoende vertrouwen om zelfstandig te spelen en te ondernemen. Ze worden gerespecteerd en gestimuleerd in hun zelfstandigheid. Maar vergeten niet dat zij ook behoefte hebben aan een knuffel of aai over de bol.

Naast het vrije spel wat belangrijk is en waar dagelijks tijd en ruimte voor is, worden er in de groep gerichte activiteiten ondernomen. Vaak met een doel zoals kennismaking met materiaal, iets maken of samenwerking. De pedagogisch medewerkers weten welke activiteiten aansluiten bij het ontwikkelingsniveau, de interesse en mogelijkheden van het kind.

Het kind is een individu en heeft behoefte aan de momenten van alleen zijn en momenten van samen zijn. Die gelegenheid krijgt het voldoende. Een kind wordt niet gedwongen om deel te nemen aan een bepaalde activiteit. De pedagogisch medewerker kan het kind wel aanmoedigen tot deelname aan het spel of de activiteit en het daarbij ondersteunen. Zij zal het kind ondersteunen door het te helpen zelf te doen of het samen nog eens proberen.

Sociale veiligheid
We vinden het erg belangrijk in de groep een sfeer te creëren van veiligheid en vertrouwen. Elk kind mag er zijn en hoort erbij. We proberen het ‘samen spelen en samen delen’ te stimuleren door gezamenlijke activiteiten te ondernemen zoals met z’n allen naar de speeltuin of naar buiten. Maar ook doen we activiteiten met maar een paar kinderen tegelijk, zoals verven, kleuren, knutselen of bouwen. Het is fijn je even speciaal te voelen. Tijdens de rustige momenten dat we aan tafel zitten, komen er bij de kinderen hele gesprekken los. We letten erop dat iedereen die wat wil vertellen ook de kans krijgt, en dat de kinderen naar elkaar luisteren. Verlegen kinderen proberen we door wat vragen te stellen bij het gesprek te betrekken. Verder stimuleren we de kinderen bijvoorbeeld om samen een toren te bouwen of met de treinbaan te spelen. Maar ook proberen we de kinderen juist te leren hun eigen grens aan te geven en voor jezelf op te komen als ze ondergesneeuwd worden door mondigere kinderen.

De sociale competenties
Een kinderdagverblijf biedt een optimale gelegenheid voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Gedurende de hele dag doen zich situaties voor waarin kinderen samen spelen, samen delen en samen conflicten proberen op te lossen. De pedagogisch medewerkers zullen de kinderen hier zoveel mogelijk in begeleiden. Ze doen dit allereerst door zelf het goede voorbeeld te geven; maar ook door het gedrag van de kinderen te benoemen, het invoelingsvermogen te stimuleren en de kinderen waar nodig bij te sturen. Onder andere de volgende vaardigheden hebben onze aandacht:

• Leren samen te spelen en te delen
• Leren elkaar te helpen
• Leren luisteren naar elkaar
• Leren op te ruimen en zuinig te zijn op eigen spullen en die van anderen
• Als kinderen elkaar pijn doen of ruzie maken; het samen uitpraten en het weer goed maken.
• Respect hebben voor elkaar maar ook voor jezelf durven opkomen
• Bepaalde grenzen en sociale regels leren in verschillende situaties, ze accepteren en nakomen
• Leren banden op te bouwen met kinderen en volwassenen

De persoonlijke competenties
De persoonlijke competenties hebben we opgedeeld in de cognitieve ontwikkeling, de emotionele ontwikkeling en de motorische ontwikkeling.

Cognitieve ontwikkeling
Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en niveau. Uitgaande van de mogelijkheden van elk individueel kind worden spelmateriaal en activiteiten aangeboden die een beroep doen op de cognitieve ontwikkeling. Wij vinden het belangrijk de kinderen de mogelijkheid te bieden zelf hun omgeving te exploreren en de mogelijkheden van diverse materialen te ontdekken. In het uiteindelijke resultaat van de activiteiten zal de individuele creatieve inbreng van elk kind een grote rol spelen.

Emotionele Veiligheid
Wij vinden het belangrijk dat het kind zijn emoties kan uiten. Daarom proberen we op de groep een sfeer te scheppen van veiligheid en geborgenheid en leren de kinderen respect te hebben voor elkaars gevoelens. Door erover te praten proberen we de emotie van het kind een plek te geven. De wat oudere kinderen stimuleren we hun emoties te verwoorden. We proberen er bijvoorbeeld achter te komen waarom een kind boos of verdrietig is en zoeken dan samen naar een oplossing. Soms zal het kind het willen uitpraten, een andere keer wil het gewoon zijn boosheid uiten, even alleen zijn, of juist persoonlijke aandacht. Ons uitgangspunt hierbij is dat we per moment en per kind bekijken hoe we op een goede wijze op de emoties van het kind kunnen reageren.

Motorische ontwikkeling
Grove motoriek
Gedurende het eerste levensjaar ontwikkelt het kind zich zeer snel en is de motorische ontwikkeling van maand tot maand te volgen. Het kind beschikt nog vrijwel uitsluitend over een grove motoriek. Deze bestaat onder andere uit zwaaien, kruipen en gaan staan. De pedagogisch medewerkers stimuleren de motorische ontwikkeling met name door het aanbod van divers, op het kind afgestemd spelmateriaal. Ook wordt tijdens het buitenspelen en in zang- en dansspelletjes aandacht besteed aan de grove motoriek

Fijne motoriek
De fijne motoriek bestaat uit kleine bewegingen die je met je handen en vingers maakt. De fijne motoriek wordt gestimuleerd door met kinderen te knutselen, tekenen, puzzelen, te bouwen met constructiematerialen en dergelijke.
Verder proberen we de kinderen in de dagelijkse dingen als eten en aankleden steeds meer zelfstandigheid mee te geven.

Overdracht van normen en waarden
Om de kinderen bepaalde normen en waarden mee te geven die in onze samenleving belangrijk worden gevonden, is het ten eerste belangrijk zelf als pedagogisch medewerker het goede voorbeeld te geven. Kinderen leren op jonge leeftijd vooral door het in zich opnemen van wat er in de wereld om hen heen gebeurt. Pedagogisch medewerkers zijn zich erg bewust van hun voorbeeldfunctie, en naast dat ze letten op hun tafelmanieren of omgangsvormen, staat voorop het kind en collega’s te behandelen zoals je zelf ook het liefst behandeld zou willen worden. Normen en waarden die wij belangrijk vinden zijn onder andere: niet vloeken, het vragen als je iets wilt hebben, opruimen na het spelen, tafelmanieren (eerst de korstjes opeten, aan tafel blijven zitten en met de mond dicht eten), niet slaan of schoppen en je excuses aanbieden of een kusje/handje geven om het weer goed te maken als er iets vervelends gebeurd.

Corrigeren en belonen
De pedagogisch medewerker begeleidt een kind door niet meer en niet minder te verwachten dan het kind qua ontwikkelingsniveau aankan. Het is voor een kind belangrijk om te weten waar de grenzen liggen. Dit kan het kind leren door het vriendelijke, duidelijke en consequente optreden van een pedagogisch medewerker.
Het positief benaderen en het prijzen van gewenst gedrag is erg belangrijk. Wij corrigeren de kinderen en spreken niet echt van straffen. De pedagogisch medewerker keurt gedrag af wanneer het belang van de andere groepsgenootjes in het gedrang komt. Het gedrag wordt hierbij afgekeurd, niet het kind zelf.
Wij corrigeren ongewenst gedrag consequent, dus niet de éne keer wel en de andere keer niet. We laten ook duidelijk merken dat de ´straf´ over is, een ´straf´ heeft een begin en een eind.

Bijzonderheden of problemen in de ontwikkeling
Alle kinderen zijn uniek en ontwikkelen zich op hun eigen manier, in hun eigen tempo. Maar als een kindje zich zodanig anders, langzamer of sneller ontwikkeld dan zijn of haar leeftijdsgenootjes, kan het zijn dat er hulp van buiten af nodig is. Het kindje zal misschien net wat meer, extra of speciale aandacht nodig hebben, die wij als KDV niet altijd kunnen bieden. Dit zien wij absoluut niet als een probleem, maar juist een manier om het kindje te helpen, en zo communiceren wij het ook te alle tijden naar de ouder/verzorger.
Als ouders naar ons (pedagogische medewerker of leidinggevende) toekomen met vragen of problemen in de opvoeding of ontwikkeling, gaat een vaste pedagogisch medewerker een gesprek aan met de ouder(s). Hierin wordt besproken of de pedagogisch medewerkers hier ook tegenaan lopen, en wat een oplossing hiervoor zou kunnen zijn. Pedagogisch medewerkers kunnen de ouder(s) altijd doorverwijzen naar het Ouder- en Kind Team Osdorp, of onze Ouder- en Kindadviseur. De contactgegevens staan in de sociale kaart van de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”.
Ook kan het zijn dat de pedagogisch medewerkers eventueel afwijkend gedrag of problemen in de ontwikkeling constateren. De mentor zal het kindje een aantal keer observeren, en maakt daar een verslag van. Ook bespreekt zij het met de naaste collega’s en met de leidinggevende. Hiervoor wordt eventueel z.s.m. een groepsoverleg gepland. De leidinggevende biedt de ondersteuning aan de pedagogisch medewerkers en begeleidt het proces. Ook zal zij 3x 20 minuten het kindje komen observeren en hier verslag van doen. Zij bepaald dan uiteindelijk of hulp van buitenaf wenselijk is.
Als hulp van buiten af wenselijk is, schakelt de leidinggevende de ouders in en plant een gesprek, samen met de mentor van het betreffende kindje. In dit gesprek wordt besproken waar de pedagogisch medewerkers tegenaan lopen, wat zij geconstateerd hebben, hoe de ouders dit ervaren en het advies van het inschakelen van hulp van buitenaf.
Hulp van buitenaf kan enkel en alleen maar met toestemming van de ouder(s)!!!
De leidinggevende kan om advies vragen bij de Ouder- en Kindadviseur.
Als KDV “Ons Dorpje” hebben wij een vaste adviseur waar regelmatig contact mee is. Zij kan advies geven of ons eventueel doorverwijzen naar een andere instantie.
Ook kan Okido ingeschakeld worden: een medewerker van Okido kan komen om het kindje te observeren en vanuit hun standpunt een eventueel verder advies uit te brengen. Dit kan zijn extra individuele aandacht d.m.v. een extra pedagogisch medewerker op de groep, of thuis extra ondersteuning.

Problemen in de thuissituatie
Het kan voorkomen dat een kind afwijkend gedrag vertoond door gebeurtenissen of situaties in de privésfeer. Ouders vertellen niet altijd alles en kinderen zijn daar vaak te klein voor. Als pedagogisch medewerkers een vermoeden hebben van huiselijk geweld, verwaarlozing of misbruik, zijn zij verplicht de stappen te volgen van de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”. Meer hierover vindt u in het veiligheids- en gezondheidsbeleid.

Personeel
Al onze pedagogische beroepskrachten beschikken over het diploma sociaal pedagogisch werk niveau 3 en/ of 4 of zij hebben een andere relevante pedagogische mbo of hbo kwalificatie conform de CAO Kinderopvang. Tevens zijn zij in het bezit van een geldige verklaring omtrent gedrag (VOG), afgegeven volgens de Wet justitiële documentatie, op het moment dat zij met hun werkzaamheden bij ons starten. Dit laatste geldt ook voor stagiaires, vrijwilligers en de directie.

Daarnaast is er altijd een volwassene in het pand aanwezig die in het bezit is van een geldig (kinder) EHBO diploma.

Stagiaires
Om aankomende beroepskrachten de kans te geven ervaring op te doen binnen de kinderopvang, bieden wij een leerwerkplek voor stagiaires. Er zijn twee verschillende leerroutes voor pedagogisch medewerkers: BOL en BBL.
De eerste paar weken van een nieuwe stagiaire worden gebruikt om alles en iedereen te leren kennen: de collega’s, de kinderen, de ouders en het dagritme. Wij verwachten enkel enthousiasme, vriendelijkheid en een liefdevol overkomen. Nadat de stagiaire is gewend worden er taken gegeven. Welke taken is erg afhankelijk van het niveau van de stagiaire, maar ook het leerjaar en de eisen vanuit school spelen hierin een rol:
Niveau 1 en 2 is er vooral om de pedagogisch medewerkers te ondersteunen in de huishoudelijke en verzorgende taken.
Voorbeeld taken van een stagiaire niveau 1 of 2:
– Schoonmaken
– De was
– Fruithapjes klaarmaken
– Bedden verschonen
– Kleine activiteiten als een boekje voorlezen of liedjes zingen
Niveau 3 en 4 worden echt klaar gestoomd voor het beroep van pedagogisch medewerker. Ze worden zo veel als mogelijk meegenomen in de dagelijkse gang van zaken en doen aan het eind van hun stageperiode bijna hetzelfde als de pedagogisch medewerkers.
Voorbeeld taken van een stagiaire niveau 3 of 4:
– Tonen van eigen initiatief m.b.t. de dagelijkse routine
– Activiteiten plannen en uitvoeren
– Overdracht naar ouders (onder begeleiding van een pedagogisch medewerker)

Stagiaires worden begeleidt door een vaste pedagogisch medewerker welke zij het vaakst ziet. Deze pedagogisch medewerker heeft altijd minimaal het niveau van de stagiaire. Eens per 2 à 3 weken zitten ze samen om de voortgang te bespreken.

Groepsvorming
De keuze voor kinderopvang in een kinderdagverblijf is een keuze voor opvang van het kind in groepsverband. Kinderen leren hierdoor al vroeg en in zekere mate rekening met elkaar te houden. Om zich te kunnen ontwikkelen is het een voorwaarde dat de kinderen zich in de groep veilig en vertrouwd voelen. Het kind moet de kans krijgen om een band op te bouwen met de pedagogisch medewerkers en de groepsgenootjes. Die gelegenheid scheppen wij door zorg te dragen voor stabiliteit en continuïteit in de groep.
Dit laatste wordt bevorderd door:
• vaste gezichten;
• vast dagritme;
• het liefst een minimale plaatsing 2 dagen

Groepsindeling
Kinderdagverblijf “Ons Dorpje” Tussenmeer werkt met de volgende groepsindeling:
• een babygroep van ongeveer 12 weken tot ca. 1,5 jaar
• een dreumesgroep van ca. 1,5 jaar tot ca. 2,5 jaar
• een voorschool-peutergroep vanaf ca. 2,5 tot 4 jaar

Groepsgrootte
Het aantal kinderen in een groep is afhankelijk van de volgende factoren:
1 de leeftijd van de kinderen
2 de beschikbare ruimte in het kinderdagverblijf

Door de Wet Kinderopvang is vastgesteld hoeveel kinderen in een groep geplaatst kunnen worden en hoeveel vierkante meters vloeroppervlakte per kind beschikbaar moet zijn.
Op de groepen van kinderdagverblijf “Ons Dorpje” Tussenmeer komt dit neer op:

• 9 kinderen op de babygroep (op twee pedagogisch medewerkers)
• 11 kinderen op de dreumesgroep (op twee pedagogisch medewerkers)
• 14 kinderen op de voorschool-peutergroep (op twee pedagogisch medewerkers)

De verhouding tussen het aantal beroepskrachten en het aantal feitelijk gelijktijdig aanwezige kinderen in de stamgroep bedraagt ten minste:
• 1 beroepskracht per 4 aanwezige kinderen tot 1 jaar;
• 1 beroepskracht per 5 aanwezige kinderen van 1 tot 2 jaar;
• 1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 2 tot 3 jaar;
• 1 beroepskracht per 8 aanwezige kinderen van 3 tot 4 jaar;

Vaste gezichten op de groep
Wij proberen zoveel mogelijk vaste pedagogisch medewerkers (vaste gezichten) op de groepen te plaatsen. Alle groepen hebben vaste pedagogisch medewerkers op vaste dagen en vaste tijden. Bij “Ons Dorpje” geldt dat voor baby’s (nuljarigen) maximaal twee vaste gezichten bij een beroepskracht-kindratio van één of twee pedagogisch medewerkers toegestaan is. Alle kindjes zien dagelijks minimaal één van deze twee vaste gezichten.
Voor een kind van 1 jaar en ouder zijn dat maximaal drie vaste gezichten bij een beroepskracht-kindratio van één of twee pedagogisch medewerkers. Op deze groepen zien de kindjes dagelijks minimaal één van deze drie vaste gezichten.

Mentor
Ieder kind heeft een mentor toegewezen gekregen. De mentor is een vaste pedagogisch medewerker die werkt op de groep van het kind. Zij is het aanspreekpunt voor de ouders om de ontwikkeling en het welbevinden van het kind te bespreken.
Om de ontwikkeling van het kind te kunnen volgen, moet de mentor het kind echt kennen. Daarom is zij direct betrokken bij de opvang en ontwikkeling van het kind. De ouders worden tijdens het intakegesprek en/of overgangsgesprek op de hoogte gebracht wie de mentor van hun kind zal zijn. Eventueel vervult de mentor ook een rol in het contact met andere professionals (met toestemming van de ouders).
Alle kinderen op de baby- en de dreumesgroep hebben een overdrachtsschriftje. Hierin wordt de dagelijkse bijgehouden wat het kindje heeft gedaan en eventueel bijzonderheden. Op de baby- en de dreumesgroep wordt elk kindje elk kwartaal geobserveerd door middel van onze observatieformulieren. Deze worden meegenomen en besproken tijdens de oudergesprekken. Vanaf de peutergroep wordt de ontwikkeling van het kind bijgehouden middels de KIJK-registratie.

VVE op het kinderdagverblijf
Wat is VVE
Voorschoolse en Vroegschoolse Educatie (VVE) wordt onderverdeeld in voorschoolse – en vroegschoolse educatie. Voorschoolse educatie is voor peuters van 2,5 tot 4 jaar. Vroegschoolse educatie is voor kinderen uit groep 1 en 2 van de basisschool.

Het doel van VVE
Het doel van VVE is het voorkomen, vroegtijdig opsporen en aanpakken van taal- en onderwijsachterstanden bij jonge kinderen met als resultaat een aanzienlijke vergroting van kansen aan het begin van de schoolloopbaan. VVE is dus gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van jonge kinderen en zorgt voor een goede aansluiting op en een doorgaande lijn naar het basisonderwijs. De VVE programma’s richten zich op meerdere ontwikkelingsgebieden tegelijk. Kinderen zijn bezig met praten, tekenen en zingen, zij doen spelletjes, spelen buiten, luisteren naar verhalen en praten hierover met elkaar.
De volgende ontwikkelingsgebieden krijgen aandacht in de VVE:

  • Taalontwikkeling: hierbij gaat het bijvoorbeeld om het vergroten van de woordenschat
  • Beginnende rekenvaardigheid: het leren tellen, leren meten en de oriëntatie in ruimte en tijd
  • Motorische ontwikkeling: er is aandacht voor het ontwikkelen van grove en fijne motoriek
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling: het stimuleren van zelfstandigheid, zelfvertrouwen en het samen spelen en werken
  • Onze visie op VVE
    Onze kinderopvang is gevestigd in Amsterdam Nieuw West, middenin een gebied met veel verschillende nationaliteiten en culturen. De kans op een taalachterstand bij kinderen is hier groter omdat niet altijd alle ouders de Nederlandse taal machtig zijn. Wij willen hierin een bijdrage leveren door het aanbieden van VVE in ons kinderdagverblijf. Alle kinderen hebben het recht een goede en eerlijke start te maken op de basisschool met een ruime woordenschat en genoeg zelfvertrouwen. Praten met de kinderen is voor ons zeer belangrijk. Kinderen leren vooral vanuit hun omgeving en zijn net sponzen: alles wat er om hen heen gebeurt nemen ze in zich op. Werkelijk alles wordt besproken met de kinderen. Van een simpele handeling als het smeren van een boterham leren de kinderen al zo veel; de boterham is bruin, waar wordt brood eigenlijk van gemaakt? We doen er een laagje boter op, waarom eigenlijk? En waar komt de boter vandaan? Wat gaan we erop doen en welke kleur heeft het? Met iets relatiefs kleins als het smeren van een boterham kan je het kind al zo veel meegeven. Het praten met de kinderen is daarom te alle tijden leidend in alle activiteiten en thema’s.
    De ontwikkelingsgebieden proberen wij de gehele dag door te stimuleren. Dit naar behoefte van het kind zelf en wat de dag met zich mee brengt:
  • Taalontwikkeling: dit wordt de gehele dag door gestimuleerd door te praten met de kinderen. Alle (kleine en grote) activiteiten worden uitgelegd en materialen worden benoemd. Niet alleen wat er gedaan wordt maar ook het waarom, de kleur, de vorm, de textuur etc. etc.
  • Beginnende rekenvaardigheid: dagelijks wordt er door de dag heen van alles geteld. In de ochtendkring begint het al met het aantal kinderen. Tijdens het spelen in de hoekjes; hoeveel kinderen per hoekje? Tijdens de eetmomenten; hoeveel bordjes en bekers zijn er nodig? Hoeveel blauwe en groene hebben we vandaag? Spelenderwijs pikken de kinderen zo een heleboel op.
  • Motorische ontwikkeling: bewegingspelletjes (zowel binnen als buiten) stimuleren de grove motoriek als rennen, hinkelen en springen. Door de vele knutselactiviteiten wordt de fijne motoriek gestimuleerd door middel van kleuren binnen de lijntjes, prikken, knippen. Maar ook het leggen van puzzels draagt hieraan bij.
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling: sociale omgang met elkaar vinden wij erg belangrijk. Uiteraard wordt altijd het goede voorbeeld gegeven door de beroepskrachten en wordt er vriendelijk tegen elkaar gesproken. Maar het is zeer belangrijk dat de kinderen ook leren om voor zichzelf op te komen als het niet gaat zoals zij willen en leren om hun gevoelens uit te spreken. Maar ook compromissen sluiten hoort hierbij. Als er een conflict is wordt geleerd dit zelf op te lossen, uiteraard onder het toeziend oog van de beroepskracht.- Ouders met beperkt (minder dan 15 uur per week) of geen recht op kinderopvangtoeslag
    – Voorschool in combinatie met Sociaal medisch indicatie (SMI). Dit wordt geregeld door Chikuba.
    Voor meer informatie hierover kunnen ouders altijd terecht bij de leidinggevende van Ons Dorpje of de gemeente van Amsterdam.Dagritme VVE-groep
    07.30 uur – 09.00 uur      De kinderen worden verwacht. Voor de ouders is er gelegenheid een praatje                                                                    te maken. Vrij spel in groepjes of een activiteit aan tafel voor de kinderen.
    09:00 uur – 09:20 uur      Groepskring, welkom heten. Goedemorgen liedje zingen, praatplaat/bewegingsactiviteit.
    09.20 uur – 09.30 uur     Handen wassen
    09.30 uur – 10.00 uur      Samen aan tafel om fruit te eten en wat te drinken. Er is gelegenheid voor een verhaaltje of een liedje.
    10.00 uur – 10.15 uur      Verschonen, plassen en handen wassen
    10.15 uur – 11.15 uur      De kinderen gaan een gerichte VVE activiteit doen (maximaal ½ uur aaneengesloten), naar buiten of vrij spel in groepjes. Dit alles gebeurt binnen de richtlijnen van de VVE en gericht op het ontwikkelingsgebied van de kinderen.
    11.15 uur – 11.30 uur     Samen opruimen, plassen en handen wassen
    11.30 uur – 12.15 uur      Samen aan tafel voor de broodmaaltijd/warme maaltijd
    12.15 uur – 12.30 uur      Voorbereiden op het middagslaapje; uitkleden, verschonen/plassen
    12.30 uur – 14.45 uur     Slaapuurtje. De beroepskrachten treffen voorbereidingen voor de middag en de volgende ochtend. Materialen voor de middag vast klaarleggen.
    14.45 uur – 15.00 uur      De kinderen worden uit bed gehaald. Verschonen, plassen, aankleden en handen wassen.
    15.00 uur – 15.30 uur     De kinderen krijgen een sapje en een hapje.                                                 15.30 uur – 16.00 uur     De kinderen doen een VVE gerichte activiteit, naar buiten of vrij spel in groepjes. Dit alles gebeurt binnen de richtlijnen van de VVE en gericht op het ontwikkelingsgebied van de kinderen.
    16.00 uur – 16.10 uur     Verschonen, plassen en handen wassen
    16.10 uur – 16.30 uur     Samen aan tafel om wat te eten en wat te drinken. Er is gelegenheid voor een verhaaltje of een liedje.
    16.30 uur – 16.45 uur     Plassen en handen wassen
    16.45 uur – 18.30 uur     De kinderen worden opgehaald. De andere kinderen gaan een gerichte VVE activiteit doen (maximaal ½ uur aaneengesloten), naar buiten of vrij spel in groepjes. Dit alles gebeurt binnen de richtlijnen van de VVE en gericht op het ontwikkelingsgebied van de kinderen.
    Voor de VVE peutergroep is het zeer belangrijk dat alle kinderen om 9.00u binnen zijn, aangezien ons dagprogramma dan start.Activiteiten VVE
    Ons Dorpje biedt op de VVE-peutergroep het officiële Piramide programma aan. Vanuit dit programma wordt er gewerkt met thema´s. Met thematische activiteiten bedoelen we activiteiten die met een bepaald thema of onderwerp verbonden zijn. Een thematisch aanbod is belangrijk omdat een thema de activiteiten over een langere periode inhoud geeft, en omdat er samenhang te vinden is tussen de verschillende activiteiten waar kinderen in de loop van de dag mee bezig zijn. Die samenhang bevordert dat kinderen een gezamenlijk kader opbouwen om samen te spelen en te praten. Werken met thema’s bevorderd de taalontwikkeling (woordenschat). Door herkenning komt het kind er sneller achter waar de ander mee bezig is. Deze thema’s kunnen gekoppeld zijn aan feestdagen, maar ook onderwerpen als het lichaam, seizoenen of het verkeer.
    De VVE-peutergroep is ingedeeld in verschillende hoeken die zijn ingesteld op de activiteiten. Er zijn verschillende hoeken zoals een huishoek, een bouwhoek, een leeshoek en een thema hoek.
    Ook wordt er gewerkt met dagritmekaarten. Het gebruik van deze kaarten is opgenomen in de dagindeling van de VVE-peutergroep en zorgen voor een duidelijke en overzichtelijke structuur.
    Naast de bovenstaande speelhoeken is veel spelmateriaal aanwezig wat de verschillende ontwikkelingsgebieden stimuleert. Zo zijn er praatplaten en diverse puzzels in uiteenlopende moeilijksgraden; van simpele nopjespuzzels van 10 stukjes tot vloerpuzzels met 30 stukjes, puzzels met kleuren, cijfers en vormen. Er zijn diertjes, groot en klein, grote en kleine blokken waarmee je kan bouwen, kan tellen en op kleur kan sorteren. Er zijn spelletjes als memory, domino en kwartet en het aanbod van het aanwezige knutselmateriaal is gigantisch. Er zijn kralen om te rijgen, zand en klei en een groot aanbod van kosteloos materiaal als lege voedsel- en verzorgingsverpakkingen en oude mobiele telefoons.
    Met behulp van KIJK! kunnen de verschillende activiteiten gedurende de dag afgestemd worden op de unieke behoeftes en belangstelling van de kinderen. Bij elke activiteit wordt er gekeken naar het ontwikkelingsniveau van de kinderen en hoe de activiteit daarop kan worden aangepast.
    – De speelhoeken:
    We stellen onszelf de vragen: Met wie spelen ze graag of juist niet? Beide combinaties zijn positief voor de ontwikkeling van sociale vaardigheden. Waar spelen ze graag mee? Waar kan het kind nog gestimuleerd in worden en waar heeft het extra begeleiding in nodig? Kinderen die de fijne motoriek nog niet helemaal onder controle hebben kunnen puzzelen, torens bouwen van blokjes of spelen met de duplo. Kinderen met nog niet genoeg sociale vaardigheden kunnen in de poppenhoek spelen en onder begeleiding een rollenspel spelen als theedrinken. Of ze gaan samen met een ander kindje een treinbaan bouwen en moeten dan samen overleggen wie wat waar gaat maken.
    Maar ook kinderen die hun ontwikkelingsniveau al voor zijn moeten zich vermaken. Zij maken bijvoorbeeld moeilijkere puzzels, een cirkel van de treinbaan, de blokken of duplo sorteren op kleur en daarna tellen.
    – Knutselactiviteiten:
    Wie van de kinderen kan al goed knippen en/of sorteren? De kinderen kunnen hun knutselwerkje zelf voorbereiden. Werken met meerdere of andere (moeilijkere) kleuren, andere/moeilijkere vormen, groottes en bepaalde volgordes en daag ze uit om hier meer mee te doen. Wie kan er al goed binnen de lijntjes kleuren en wie niet? De kleurplaat kan hierop aangepast worden.- Bewegingsactiviteiten (binnen en buiten):
    Welke kinderen kunnen al goed rennen/hinkelen/hurken/springen en wie nog niet? Wie kunnen er bepaalde gebaren nadoen en wie heeft daar nog moeite mee? De antwoorden op deze vragen laten we meespelen in het bepalen van de uiteindelijke activiteit. Activiteiten als “Anna Maria koekoek”, tikkertje, “dierenloopjes” nadoen, nummer-hinkelen zijn allemaal activiteiten die de grove motoriek stimuleert. Als er een aantal kinderen nog moeite hebben met bijvoorbeeld hinkelen en/of springen, dan kan dat het doel zijn van de activiteit.
  • Ouderbetrokkenheid VVE
    Het is voor de ouders belangrijk te weten wat hun kind op de VVE-peutergroep doet en hoe zij hun kind thuis het beste kunnen ondersteunen en stimuleren. Omgekeerd is het voor de beroepskrachten ook relevant om te weten hoe het kind thuis functioneert en wat ouders met het kind ondernemen. Wij proberen de ouderbetrokkenheid zo groot als mogelijk te maken door onder andere:
    – Themaplanning: aan het begin van het jaar krijgen de ouders een planning met alle thema’s die behandeld zullen worden. Zo weten de ouders precies welk thema wanneer wordt behandeld.
    – Themaboekjes: bij de start van elk thema krijgen ouders het themaboekje mee naar huis. Hierin staan activiteiten die de ouders thuis kunnen doen met hun kind om de ontwikkeling te stimuleren en de woorden die dat thema besproken worden. Ook staat hierin de datum voor de eindactiviteit (thema-afsluiting) waarbij de betrokkenheid van de ouders zeer wenselijk is.
    – Thema-afsluiting: aan het einde van elk thema wordt er een eindactiviteit georganiseerd voor de ouders. Dit kan bijvoorbeeld een uitstapje zijn, een knutselochtend of een rondleiding op de groep langs alle mooie knutselwerkjes.
    – Ouderbijeenkomsten: twee keer per jaar wordt er een ouderbijeenkomst georganiseerd over een onderwerp dat betrekking heeft op bijvoorbeeld de opvoeding of de ontwikkeling. Hier wordt vaak samenwerking gezocht met bijvoorbeeld de bibliotheek, opvoedbureaus en deskundigen.
    – Oudergesprek: vlak na de observatie/registratiemomenten (rond 3 jaar, 3,5 jaar en 3 jaar/11 maanden) kan er een oudergesprek worden gepland. Afhankelijk van de ontwikkeling van het kind en de wens van de ouders is er tijdens het oudergesprek gelegenheid om de informatie vanuit het KIJK! kind-volgsysteem te bespreken.
    – De dagelijkse overdracht: tijdens het brengen of ophalen is er geregeld plek voor een fijn gesprek tussen ouder en beroepskracht. Tijdens het ophalen wordt besproken wat er die dag is gedaan en wordt er eventueel samen met het kind terug gekeken op de activiteiten. De ouders worden gestimuleerd om bijvoorbeeld de liedjes ook thuis te oefenen en de themafilmpjes thuis te bekijken. Het is de taak van de beroepskracht om de ouders hier zo veel als mogelijk in te betrekken en te laten inzien dat het de ontwikkeling van het kind erg kan stimuleren.
  • Overdracht aan basisschool en BSO
    Voor de overdracht naar de basisscholen werken wij volgens de standaard Amsterdamse overdrachtsprocedure voorschool – basisschool. Uiterlijk bij 3,5 jaar willen wij weten naar welke basisschool het kindje gaat. Als het een zorgenkind betreft wordt er persoonlijk contact opgenomen met de IB’er/zorgcoördinator van de betreffende school en een persoonlijk gesprek is dan vaak wenselijk. Op het moment dat het geen zorgenkind betreft wordt ook contact opgenomen met de basisschool, maar is het opsturen van de stukken (KIJK!-registratie en het uniform Amsterdams overdrachtsformulier) vaak voldoende.
    Omdat wij geen doorstroom hebben naar één specifieke basisschool maar verschillende basisscholen in de buurt, kunnen wij geen samenwerkingsverband aangaan met één specifieke basisschool. Daarentegen hebben wij contact met de meeste scholen uit de buurt en wonen wij de gemeentelijke overleggen altijd bij. Dit zijn overleggen met alle VVE’s uit Amsterdam Nieuw West.
    Op het moment dat de kinderen naar een BSO gaan, wordt er ook overdracht gedaan naar de betreffende BSO. Of dit extern of onze eigen BSO is maakt geen verschil. Er wordt contact gezocht met hen en zal een kopie van de KIJK!-registratie worden overgedragen.
    Voor overdracht naar de basisschool en eventueel de BSO wordt voorafgaand aan de voorschool schriftelijke toestemming gevraagd aan de ouders. Mochten deze geen toestemming verlenen dan zoeken wij wel contact met de basisschool en eventueel de BSO, maar geven aan dat ouders geen toestemming hebben verleend.
  • KIJK!; het kind-volgsysteem
    KIJK! is een observatie-registratie instrument waarmee de totale ontwikkeling (o.a. taal-spraakontwikkeling, motorische ontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling) van de kinderen systematisch in beeld wordt gebracht. Het aanbod van activiteiten wordt hiermee afgestemd op de unieke behoeftes en belangstelling van het kind.
    Er wordt minimaal 3x per jaar op vaste momenten geobserveerd en geregistreerd: rond 3 jaar, 3,5 jaar en 3 jaar/11 maanden is. Afhankelijk van de ontwikkeling van het kind (bijvoorbeeld als er zorgen zijn) kan ervoor gekozen worden meerdere observatiemomenten te plannen. Tussentijdse ontwikkelingen kunnen worden genoteerd in een daarvoor bestemd aantekeningenboek.
  • Voor wie is VVE
    Wij zijn een kinderdagverblijf met voorschool. Dat houdt in dat alle peuters dagelijks profiteren van de voordelen van het VVE-programma, ongeacht een indicatie of niet.
    Vanaf 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang in werking getreden. Deze wet zorgt voor samensmelting van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. Hierbij hoort ook één financieringsstructuur. Waar kinderen met een (volledige) indicatie voorheen nog recht hadden op een maandelijkse vergoeding van de gemeente, is dit nu veranderd. De afname van voorschool op ons kinderdagverblijf wordt niet meer gedeeltelijk vergoed door de gemeente, maar door de ouders zelf. Over deze uren kunnen zij dan ook kinderopvangtoeslag aanvragen. Ouders hebben recht op kinderopvangtoeslag als zij werken, een traject volgen, een inburgeringscursus doen of een opleiding volgen.
    Er kan alleen een maandelijkse vergoeding (subsidie) bij de gemeente worden aangevraagd in de volgende uitzonderingsgevallen:

Ruilen/extra opvangdagen
Als de ouder/verzorger één of meerdere dagen extra opvang wenst, of wilt ruilen, dient dit minimaal twee weken van tevoren schriftelijk aan te worden gegeven, door middel van een ‘aanvraagformulieren extra dag en/of ruildag’. Afhankelijk van de bezetting en het aantal pedagogisch medewerkers op die dag zullen wij dan kijken of dit mogelijk is, en dan ontvangt ouder/verzorger het aanvraagformulier ingevuld terug. Mocht er dringend een extra-/ruildag nodig zijn dan kan er altijd telefonisch contact opgenomen worden met een leidinggevende. Ruilen of extra dagen is uiteraard alleen mogelijk als de bezettingsgraad het toelaat.
Voor de extra dagen ontvangt u naderhand een aparte factuur.
Er mag niet geruild worden met nationale feestdagen of dagen waarop het KDV is gesloten. Deze sluitingsdagen worden per jaar, vooraf, al afgetrokken van het totaal aantal dagen per jaar. Er wordt dus voor deze dagen niet betaald.

3-uurs regeling

Het is toegestaan per dag gedurende maximaal drie uur af te wijken van de pedagogisch medewerker/kindratio. In totaal moet dan minstens de helft van de pedagogisch medewerkers aanwezig zijn.
Dit doen wij op de volgende tijden:
Op de babygroep:
Tussen 8.30u en 9.30u / van 12.30u tot 13u en van 13.30u tot 14.00u / tussen 16.30u en 17.30u

Op de dreumesgroep:
Tussen 8.30u en 9.30u / van 13.00u tot 13.30 en van 14.00u tot 14.30u / tussen 17.00u en 18.00u

Op de peutergroep/voorschool:
Tussen 8.00u en 9.00u / van 12.30u tot 13.30u / tussen 16.30u en 17.30u

Tijdens vakantieperiodes met dagelijks minder personeel of ziekte van medewerkers is het incidenteel mogelijk dat hiervan afgeweken wordt. Wij zullen altijd ons uiterste best doen om afwijkingen zo veel als mogelijk te beperken.

Doorstromen naar een andere groep
De overgang naar een andere groep kan voor het kind een ingrijpende gebeurtenis zijn. De overgang wordt daarom met zorg gepland en het kind zorgvuldig begeleidt.
De leiding neemt de beslissing in overleg met de ouders/verzorgers om een kind naar de andere groep te laten overgaan.
Zij nemen daarbij de volgende punten in overweging:

• Is het kind qua ontwikkelingsniveau toe om door te gaan naar de andere groep, heeft het behoefte aan een nieuwe uitdaging en zou het zich goed staande kunnen houden tussen de wat oudere kinderen.
• Is er plaats in de volgende groep
• Kunnen er eventueel andere kinderen mee overgaan, zodat het gewenningsproces vergemakkelijkt wordt.

Voor de doorstroming wordt er enkele malen proefgedraaid zodat het kind langzaamaan kan wennen aan de andere groep. Voordat een kind naar de andere groep overgaat vindt er een overgangsgesprekje plaats. Dit gesprekje is tussen de mentor van het kindje van de nieuwe groep en de ouder(s). Hierin wordt het volgende besproken:

– Wie zijn de vaste van de groep, de eventuele stagiaires, en welke dagen werken ze.
– De dagelijkse routine van de groep; zijn er verschillen met de vorige groep?
– Het zindelijk zijn/worden wordt besproken.
– De kennismakingspapieren (die ingevuld zijn op de allereerste dag op het kdv) worden erbij gepakt en door genomen door de ouder:
Klopt alle informatie nog? Kloppen alle telefoonnummers nog? Is de informatie betreft het kind nog van belang? Ook als de ouder geen overgangs-gesprekje wenst, is dit belangrijk.
– De eerste echte dag op de “nieuwe” groep wordt door gegeven aan de ouder, zodat de ouder weet dat het kindje vanaf die datum op de “nieuwe” groep gebracht moet worden.

Bij het overgaan van de dreumesgroep naar de voorschool-peutergroep is een overgangs-gesprekje een must, en worden óók de volgende punten besproken:

– De inloop in de ochtend: alle kindjes moeten om 9.00u binnen zijn! Aan de ouders wordt geadviseerd uiterlijk 8.55u aanwezig te zijn op het KDV, zodat de gehele groep exact om 9.00u kan starten met het dagprogramma.

Tv-kijken
Op de dreumes- en de voorschool-peutergroep is een televisie aanwezig. Deze wordt gebruikt op een rustig moment, of in samenhang met een thema. De kinderen worden bij elkaar in een kring of op de banken gezet zodat de activiteit sociaal blijft. Achteraf wordt er over gesproken met de kinderen, bijvoorbeeld: waar ging het over, wat heb je gezien, etc.
Op de dreumesgroep wordt er maximaal 10 minuten per dag televisie gekeken.
Op de voorschool-peutergroep gaat het tv-kijken altijd samen met het lopende thema.
is een
Dagritme baby´s
Op de babygroep wordt zoveel mogelijk het eigen ritme van de baby aangehouden wat betreft de voeding, het slapen en het verschonen. Uiteraard moeten wij ook rekening houden met de schema´s van de andere baby´s. Het is belangrijk dat het kinderdagverblijfritme niet teveel afwijkt van het thuisritme.
Het verzorgen van de baby´s neemt een groot deel van de dag in beslag. Zo gaat het bij het voeden om meer dan alleen het toedienen van voedsel en bij het verschonen om meer dan een schone luier. Het spel met de handjes, voetjes en het gezicht biedt de baby veiligheid en vertrouwen.
Gaan baby´s over naar vaster voedsel (dit gebeurt pas na toezegging van ouders) dan eten zij rond 9.30 uur gezamenlijk een fruithap en om 11.30 een boterham of een warme hap.
Zo wordt er langzaam naar het dagritme van de dreumesgroep toe gewerkt.

Dagritme baby- en dreumesgroep
Het dagritme dat dient als leidraad voor de dag ziet er als volgt uit:
07.30 uur – 09.30 uur De kinderen worden verwacht. Voor de ouders is er gelegenheid een praatje te maken. Vrij spel of een activiteit aan tafel voor de kinderen.
09.30 uur – 10.00 uur Samen aan tafel om fruit te eten en wat te drinken. Er is gelegenheid voor een verhaaltje of een liedje.
10.00 uur – 10.15 uur Verschonen, plassen en handen wassen
10.15 uur – 11.15 uur De kinderen gaan een gerichte activiteit doen (maximaal ½ uur aaneengesloten), naar buiten of vrij spelen
11.15 uur – 11.30 uur Samen opruimen en handen schoonmaken
11.30 uur – 12.15 uur Samen aan tafel voor de broodmaaltijd/warme maaltijd
12.15 uur – 12.30 uur Voorbereiden op het middagslaapje; uitkleden, verschonen/plassen
12.30 uur – 14.45 uur Slaapuurtje. De pedagogisch medewerker treft voorbereiding voor de middag en de volgende ochtend.
14.45 uur – 15.00 uur De kinderen worden wakker. Verschonen/plassen.
15.00 uur – 15.30 uur De kinderen krijgen drinken en een hapje (yoghurt, biscuittje, rijstwafel, soepstengel)
15.30 uur – 16.00 uur De kinderen gaan een gerichte activiteit doen (maximaal
½ uur aaneengesloten), naar buiten of vrij spelen
16.00 uur – 16.30 uur Samen aan tafel voor een cracker of ontbijtkoekje en iets te
drinken
16.30 uur – 16.45 uur Verschonen/plassen
16.30 uur – 18.30 uur De kinderen worden opgehaald. Voor de ouders/verzorgers is er tijd
en gelegenheid voor een praatje.

Verlaten Stamgroep
De kinderen verlaten regelmatig de stamgroep om te spelen op de speelgang, de bso-ruimtes, om buiten te spelen op de binnenspeelplaats of om te wandelen. Verder wordt er jaarlijks een activiteitenplanning gemaakt voor een aantal buitenactiviteiten. In deze planning staat wie er meegaan (welke leeftijdscategorie) en wanneer ze wat gaan doen. Voor deze activiteiten worden er vaak ouders meegevraagd.
Deze geplande activiteiten zijn:
– kinderboerderij
– voorleesochtenden in de bibliotheek te Osdorpplein – spelen in de speeltuin Sloten
– theatervoorstellingen in de Meervaart
– geitenboerderij
– Ballorig
– Artis

Bij de buiten activiteiten wordt vooraf toestemming aan de ouders gevraagd. Door middel van het “Protocol Uitstapjes kinderen” kunnen de ouders dan hun toestemming verlenen. Dit kan zijn wandelend, met een busje of met het openbaar vervoer. Reizen met het openbaar vervoer zal echter nauwelijks gebeuren aangezien de voorkeur wordt geven aan de auto/busjes.
Wat mogen ouders verwachten van KDV “Ons Dorpje” tijdens:
 Een wandelende activiteit
– De grote kinderen gaan aan een evacuatiekoord en de kleinere in buggy’s/bolderkar
– Het wandelen gebeurt in een veilige omgeving
– Er gaat voldoende begeleiding mee
 Een activiteit met een auto/busje
– De auto en/of busjes zijn voorzien van (inzittenden-)verzekering
– Alle kinderen zitten op een verhoging (zitje), in de veiligheidsriemen. Voor kinderen tussen 2 en 3 jaar zullen wij de ouder(s) vragen om een autostoel.
– Alle deuren zijn voorzien van kinderslot
– Achter het stuur zit een pedagogisch medewerker met een rijbewijs en genoeg ervaring
– Er gaat voldoende begeleiding mee
 Een activiteit met het openbaar vervoer
– Alleen kinderen van 2,5 jaar en ouder.
– Begeleiding: 1 op 2 kinderen.

(Zie verder ons in het Veiligheid en Gezondheid beleid van KDV “Ons Dorpje”)

Er zijn een aantal andere momenten waarop de kinderen niet op hun eigen stamgroep opgevangen worden. Bijvoorbeeld als een dreumes gebracht wordt om 7.30u maar de eerste pedagogisch medewerker van zijn groep komt pas om 8.00u. Ook aan het eind van de dag kan dit het geval zijn. Hieronder wordt dit duidelijk gespecificeerd:
Tussen 7.30u en 8.00u: Alle kinderen worden opgevangen op de babygroep of op de speelgang, door de twee pedagogisch medewerkers die de dag starten. Op het moment dat de derde pedagogisch medewerker aanwezig is (om 8.00u) gaan alle kinderen naar hun eigen groep.
Tussen 12.30u en 14.45u: De peuters die niet meer slapen spelen op de gang, de dreumesruimte, gaan naar buiten of gaan spelen in de BSO ruimte.
Van 18.00u tot 18.30u: De dreumesen en de peuters worden gezamenlijk opgevangen op de speelgang. Vanuit daar worden zij opgehaald.

Tijdens vakantieperiodes met dagelijks minder personeel of ziekte van medewerkers is het incidenteel mogelijk dat hiervan afgeweken wordt. Wij zullen altijd ons uiterste best doen om afwijkingen zo veel als mogelijk te beperken.

Maaltijden
Het gebruik van de maaltijden en tussendoortjes is een gezamenlijke activiteit. Het gaat niet alleen om het eten en drinken, maar om het contact met elkaar. De sfeer van het gezellig samen zijn en een rustmoment op de dag.
Het eten en drinken dient niet aan de kinderen opgedrongen te worden; eten moet iets leuks blijven en de kinderen worden positief benaderd.
Wanneer er kinderen andere voeding gebruiken (bijvoorbeeld dieetvoeding), dan wordt dit van te voren overlegd of de voeding aanschaft door ons wordt aangeschaft of dat de ouder het zelf moet meenemen.
Op het KDV wordt er op dinsdag t/m vrijdag voor alle kinderen een warme maaltijd verzorgd. Op de maandag wordt er geluncht met volkorenbrood.
De maaltijden worden bereid en verzorgd volgens onze Hygiënecode Kinderopvang Ons Dorpje. Deze hangt ter inzage in de keukens, en de pedagogisch medewerkers dienen deze te kennen.
De warme maaltijden worden altijd op een bord met bestek gegeven. De kinderen eten op de bij “Ons Dorpje” absoluut niet met de hand. Ook al is het kind dit thuis gewend, zullen wij het kind stimuleren om met bestek (lepel of vork) te eten. De broodmaaltijden worden ook op een bord gegeven.

Het kinderdagverblijf biedt een basispakket aan voeding aan. In overleg met de leidinggevende kan er andere voeding aangeschaft worden.
Het basispakket bestaat uit:
1. nutrilon, friso
2. halfvolle melk, yoghurt/vla
3. limonade, diksap
4. crackers, soepstengels, rijstewafels, ontbijtkoek
5. fruit
6. volkoren brood
7. hartig beleg (smeerkaas/worst)
8. zoet beleg (appelstroop, pindakaas, jam)
9. pap (nutrix groeiontbijt, volkoren, bambix)

Het wennen
Voor het kind is het heel belangrijk dat het de medewerkers leert kennen. De stap van thuis naar het kinderdagverblijf is voor zowel de ouders als het kind een belangrijke gebeurtenis. Het is fijn dat beide partijen van elkaar weten op welke manier KDV “Ons Dorpje” met de kinderen omgaan.
Op het kinderdagverblijf komen de kinderen in principe vier dagen wennen. Deze periode van wennen is belangrijk omdat:
• Het kind vertrouwt raakt met de nieuwe omgeving, de groepsruimte, het kinderdagverblijf, de medewerkers, de groepsgenootjes, enz.
• De ouders vertrouwd raken met de nieuwe situatie en een goede verstandhouding met de medewerkers kunnen ontwikkelen
• De zaken zoals voedingsschema´s, slaapritmen en omgang met het kind, thuis en in het kinderdagverblijf op elkaar afgestemd worden

Wenschema:
• Dag 1 – 10.00u tot 11.30u
Op deze dag vindt het intake-gesprek met de pedagogisch medewerkers plaats. De ouder/verzorger vult een aantal formulieren in. Ook vertellen de pedagogisch medewerkers hoe het er op de groep aan toe gaat. Hierna blijft het kind een uur wennen; de ouder/verzorger blijft er dan niet bij.
• Dag 2 – 10.00u tot 12.30u
Het kindje blijft vandaag langer, namelijk twee uurtjes. De ouder/verzorger mag er het eerste kwartier bijblijven.
• Dag 3 – 10.00u tot 12.30u
Idem aan dag twee.
• Dag 4 – 10.00u tot 15.00u
Dit is in principe de laatste wendag. Vandaag blijft het kindje ook slapen, en moet hij/zij om 15.00u weer worden opgehaald. De ouder/verzorger blijft er in principe niet bij, het is de bedoeling dat het kind alleen gebracht wordt.
Als het wennen van het kind niet in het gedrang komt kan hier in overleg met de pedagogisch medewerkers en/of leidinggevende van worden afgeweken.

Zindelijk worden
Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen wijze en in zijn eigen tempo. Dit geldt ook voor het zindelijk worden. Een kind wordt zindelijk als het daar zelf aan toe is. Op de dreumesgroep wordt een begin gemaakt met het zindelijk worden. De kinderen worden gestimuleerd omdat ze elkaar op het potje of naar de wc zien gaan.
Het zindelijk maken gebeurt met een zachte hand, dwang helpt niet of zelfs averechts. De pedagogisch medewerker is alert op de reactie van het kind en zal regelmatig vragen of het naar de wc moet.
Het weglaten van de luier gebeurt alleen na overleg met de ouders.

Trakteren
Een kind krijgt jaarlijks nogal wat traktaties aangeboden; bij verjaardagen of als iemand afscheid neemt. Vanuit KDV “Ons Dorpje” willen wij dat het klein maar vooral enigszins gezond blijft en daarom zijn er een aantal voorwaarden aan verbonden. Traktaties die niet in dit beleid passen, worden niet uitgedeeld.
– Het liefst een leuke, gezonde traktatie met bijv. fruit (heel veel leuke ideeën te
vinden op internet) Een klein cadeautje (boekje, potloodjes, o.i.d.) kan ook leuk zijn!
– Géén gesuikerd snoepgoed
– Niet meer dan één traktatie
– Een traktatie moet veilig zijn en geschikt voor de kinderen van de leeftijd waar het
voor bedoeld is (bijv. geen popcorn of cake voor baby’s)
– Traktaties altijd in overleg met de pedagogisch medewerker
– Het trakteren wordt gedaan op het moment dat kinderen hun tussendoortje
hebben, bijvoorbeeld rond de ochtendpauze of ’s middags, maar het mag ook iets
zijn dat tijdens de lunch gegeten kan worden (pannenkoek, poffertjes etc.)
– De traktatie vervangt de cracker, soepstengel o.i.d., nooit het fruit. De traktatie kan
ook iets extra’s zijn bij de lunch
– Het is verplicht een zelfbereide traktatie gekoeld aan te leveren

Feest vieren
Op KDV “Ons Dorpje” Tussenmeer wordt aandacht besteed aan feestdagen zoals Sinterklaas, Kerstmis, Pasen. Omdat er op “Ons Dorpje” verschillende culturen samen komen, willen wij feestdagen die vanuit andere culturen gevierd worden ook aandacht geven, zoals bijv. het Suikerfeest. Daarnaast worden verjaardagen en afscheidsfeesten van kinderen tot een bijzondere gebeurtenis gemaakt.
Wanneer een kind bijna jarig is, wordt er met de ouders overlegd wat de bedoeling is. Ouders zijn niet verplicht om de verjaardag van hun kind op de opvang te vieren. Indien ouders de verjaardag wel willen vieren wordt er gezongen en getrakteerd. Ouders zijn ook niet verplicht om de pedagogische medewerkers te trakteren.
Omdat het feest vieren vaste programma onderdelen heeft zal het al snel voor ieder kind een vertrouwd gebeuren zijn.
De pedagogisch medewerker van wie het jarige kindje het mentorkindje is, zorgt ervoor dat alle voorbereidingen voor de verjaardag worden getroffen.
Wanneer een kind zijn of haar verjaardag viert op “Ons Dorpje”, dient het volgende te gebeuren:
• Een verjaardagsmuts
• Aanplakbiljet bij de voordeur
• Een cadeautje inpakken
Zorg ervoor dat het er leuk, vrolijk en netjes uitziet.
Een verjaardag wordt meestal ‘s middags gevierd, na het slapen rond 15.15u. Het jarige kind krijgt de verjaardagsmuts op en er zullen verschillende verjaardagsliedjes worden gezongen. Van de pedagogisch medewerkers wordt verwacht dat zij enthousiast deelnemen, en dat zij dit met hun volledige aandacht doen. Een verjaardag is voor een kind een spannende en leuke gebeurtenis, dus hier wordt actief op ingespeeld. Na het zingen krijgt de jarige job een cadeautje.

Wanneer een kind naar de basisschool gaat zal het afscheid nemen van KDV “Ons Dorpje”. Het is een afsluiting van een periode en het begin van een nieuwe periode. Het is aan ons om daar extra aandacht aan te besteden.
Met de ouder(s) wordt overlegt of ze het afscheid willen ‘vieren’ en wanneer.
Wanneer een kind naar de basisschool gaat, wordt het volgende gedaan:
– plakboek met alle werkjes van het kind
– aanplakbiljet
– afscheidscadeautje
Ook wanneer een kind vroegtijdig “Ons Dorpje” verlaat, wordt bovenstaand protocol gevolgd.

Spenen en knuffels
Een speen of een knuffel kan voor een kind erg belangrijk zijn; een hulpmiddel bij het slapen gaan of troost bij verdriet. Het kind leert bij ons om bij binnenkomst de speen en/of knuffel in het mandje/bakje te leggen tot dat het tijd is om naar bed te gaan. Zo wordt het kind niet belemmerd in zijn spel of taalontwikkeling. Mocht het kind behoefte hebben aan troost bij verdriet dan heeft de pedagogisch medewerker de speen en/of knuffel bij de hand.

Slapen
Op de babygroep hebben de kinderen vooral een eigen ritme wat betreft slapen.
Op de dreumes- en voorschool-peutergroep slapen de kinderen tussen 12.30u en 14.45u.
De baby- en de dreumesgroep heeft een eigen slaapkamertje met bedjes, in een slaapzak. De peuters liggen op de groep op stretchers, onder een dekentje. Ze krijgen eventueel een speen en/of knuffel mee. Kinderen slapen bij “Ons Dorpje” tot zij ongeveer 3,5 jaar zijn; daarna willen wij ze voorbereiden op de basisschool, en dus niet meer laten slapen.
De kindjes van de baby- en de dreumesgroep worden in bed gelegd en elke 10 minuten gaat er iemand bij ze kijken. Op de peutergroep blijft er contact iemand bij de kinderen op de groep. Kinderen die huilen worden uit bed gehaald, of zij worden gesust in bed, tot ze slapen.
Kinderen onder de 2 jaar mogen niet op de buik in bed worden gelegd. Dit in verband met een vergroot risico op wiegendood. Meer hierover vindt u in ons veiligheids- en gezondheidsbeleid.

Brengen en halen
Bij het op tijd brengen van het kind is er gelegenheid voor de ouders/verzorgers en het kind om te wennen en samen bijvoorbeeld een puzzeltje te maken. Het brengen is een belangrijk punt van de dag. Het kind zal afscheid moeten nemen van de ouder/verzorger en dit kan voor sommige kinderen heel moeilijk zijn. De leidster zal het kind overnemen bij het weggaan van de ouder/verzorger en dan gaan ze eventueel samen zwaaien. De leidster zal het kind afleiden met spel waardoor het kind het verdriet snel vergeet.
De momenten van brengen en halen geven gelegenheid tot het uitwisselen van informatie en vragen aangaande het kind tussen ouder/verzorger en de pedagogisch medewerker.
Het is van belang de breng- en haaltijden in acht te nemen in verband met het dagritme. In overleg met de pedagogisch medewerkers kan hier een uitzondering op gemaakt worden.
Op de eerste wendag van het kindje zal door de ouder/verzorger worden aangegeven wie het kindje wel (of eventueel niet) mag ophalen. Als iemand anders dan aangegeven het kindje wilt ophalen, en de pedagogisch medewerkers zijn daar door de ouder/verzorger niet over geïnformeerd, wordt het kindje NIET mee gegeven.

Ziekte van het kind
Een kind dat ziek is hoort in de ogen van kdv “Ons Dorpje” thuis te blijven. Een ziek kind heeft behoefte aan rust en zal op het kinderdagverblijf niet de aandacht kunnen krijgen die het op dat moment nodig heeft.
Onder ziek verstaan we onder andere het volgende:
• koorts, d.w.z. een temperatuur van 38C of hoger
• besmettelijke kinderziekten zoals mazelen, waterpokken, bof, rode hond, ernstige diarree en dergelijke.

Wij handelen over het algemeen volgens de richtlijnen van het GGD maar er wordt vooral gehandeld vanuit de behoeften van het kind.
Mocht het kind op het kinderdagverblijf ziek worden (bijv. 38 graden koorts), dan zullen de ouders hiervan op de hoogte gesteld worden. Wel bekijken wij de situatie per keer en per kind. Een kind kan ook zonder koorts niet lekker in zijn vel zitten . Soms laten we het kind nog even een uurtje spelen of slapen, is de koorts daarna gestegen moet het kind toch opgehaald worden. Onze pedagogisch medewerkers zullen altijd pas na overleg met collega(’s) of leidinggevende beslissen om de ouders te bellen. Het kind dient dan z.s.m. opgehaald te worden.
Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerkers op de hoogte worden gesteld wanneer een kind in het weekend of de nacht ervoor ziek is geweest, zodat hier rekening mee gehouden kan worden.

Veiligheid en hygiëne
Veiligheid en hygiëne is een zeer belangrijk punt. Ouders/verzorgers moeten hun kinderen met een gerust hart achter kunnen laten op het kinderdagverblijf.
Vanaf 1 januari 2018 moet ieder kinderverblijf een eigen veiligheids- en gezondheidsbeleid maken. We zorgen ervoor dat deze altijd actueel is en tussentijds wordt bijgewerkt.

Oudercontacten
De ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van hun kinderen. Deze zorg wordt gedurende de tijd dat het kind op het kinderdagverblijf is door de pedagogisch medewerkers overgenomen. Het is van belang dat de ouder/verzorger de gelegenheid krijgt om zijn wensen met betrekking tot de verzorging van het kind over te dragen aan de pedagogisch medewerkers.
De ouders/verzorgers kunnen er van verzekerd zijn dat er zorgvuldig om wordt gegaan met persoonlijke gegevens. Pedagogisch medewerkers zullen voorzichtig omgaan met informatie over kinderen in hun contacten met andere ouders/verzorgers.
Bij “Ons Dorpje” hebben de ouders de keuze om te kiezen voor een schriftje. Het is dan de bedoeling dat zowel de ouders/verzorgers als de pedagogisch medewerkers, de keren dat het kind op het kinderdagverblijf is, hier iets in schrijven. Voor de kleinste baby’s zal het veelal gaan om de eet,- en slaaptijden, maar hoe ouder de kinderen worden, hoe meer er geschreven gaat worden over het spel/ontwikkeling van de kinderen.
“Ons Dorpje” organiseert bij voldoende interesse van ouders/verzorgers, minimaal één maal per jaar een ouderavond met verschillende thema’s.
Tevens is er één keer per jaar voor de baby- en de dreumesgroep een tien-minuten gesprek met de ouders over de ontwikkeling en het gedrag van het kind. Indien gewenst kan dit vaker.

Vertrouwenspersoon
Voor KDV & BSO Ons Dorpje is een vertrouwenspersoon aangesteld. Wij bieden hiermee de mogelijkheid om op vertrouwelijke basis te spreken over zaken waarbij u het gevoel heeft niet terecht te kunnen bij de medewerkers, leidinggevende of directie van deze organisatie. De vertrouwenspersoon is onafhankelijk.
Naam: Wendy Withuis
E-mail: wendy.withuis@gmail.com

Opzeggen
De opzegtermijn bedraagt één maand. Opzegging van het contract kan alleen schriftelijk of via de email.

Oudercommissie
KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer BV heeft een oudercommissie. De oudercommissie is noodzakelijk zodat ouders ook inspraak hebben op de handelswijze van de kinderopvang. De oudercommissie behartigd de belangen van de kinderen en hun ouders zo goed mogelijk. Er wordt 2 à 3 keer per jaar vergaderd, meestal samen met de directie, maar ook zelfstandig. In de wet kinderopvang heeft de oudercommissie adviesrecht gekregen op belangrijke punten zoals bijvoorbeeld het pedagogisch beleid, voedingsbeleid, openingstijden, en veiligheid en gezondheid. Daarnaast kunnen er onderwerpen worden aangebracht door de ouders.

Interne klachtenreglement
Als een ouder een klacht heeft gaat de directie van “Ons Dorpje” er van uit dat deze zo spoedig mogelijk met de betrokkene besproken wordt. Het aanspreekpunt is daarmee in beginsel de medewerkster op de groep. Mocht dit niet leiden tot een oplossing, dan kan de klacht worden besproken met de directie. Leidt dit ook niet tot een bevredigende oplossing, dan kan een klacht ingediend worden.
Een klacht dient schriftelijk of digitaal te worden ingediend. De klacht dient binnen een redelijke termijn na ontstaan van de klacht ingediend te zijn, waarbij 2 maanden als redelijk wordt gezien. De klacht wordt voorzien van dagtekening, naam en adres van de klager, eventueel de naam van de medewerkster op wie de klacht betrekking heeft, de locatie en de groep plus een omschrijving van de klacht.
Mocht de klacht een vermoeden van kindermishandeling betreffen, dan treedt de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in werking. Deze klachtenprocedure wordt daarmee afgesloten.

Behandeling klacht
De klachtenfunctionaris (Wendy Withuis: wendy.withuis@gmail.com) draagt zorg voor de inhoudelijke behandeling en registratie van de klacht. Zij bevestigt schriftelijk de ontvangst van de klacht aan de ouder, legt het voor aan de directie en houdt de klager op de hoogte van de voortgang van de behandeling van de klacht.
Afhankelijk van de aard en inhoud van de klacht wordt een onderzoek ingesteld.
Indien de klacht gedragingen van een medewerkster betreft, wordt deze medewerkster in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk te reageren.
De klachtenfunctionaris bewaakt de procedure en termijn van afhandeling. De klacht wordt zo spoedig mogelijk afgehandeld, tenzij er omstandigheden zijn die dit belemmeren. In dat geval brengt de klachtenfunctionaris de klager hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. De klacht wordt in ieder geval binnen een termijn van 6 weken afgehandeld.
De klager ontvangt een schriftelijk en gemotiveerd oordeel over de klacht, inclusief concrete termijnen waarbinnen eventuele maatregelen zullen zijn gerealiseerd.

Extern klachtenreglement
Als de interne klachtafhandeling niet leidt tot een bevredigende oplossing of uitkomst, dan heeft de ouder de mogelijkheid zich te wenden tot de Geschillencommissie:
www.degeschillencommissie.nl
070 – 310 53 10
De ouder kan zich rechtstreeks wenden tot de Geschillencommissie indien van de ouder redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden een klacht bij de houder indient. Ook als de klacht niet binnen zes weken tot afhandeling heeft geleid, kan de klacht worden voorgelegd aan de Geschillencommissie.
De klacht dient binnen 12 maanden, na het indienen van de klacht bij “Ons Dorpje” aanhangig gemaakt te zijn bij de Geschillencommissie.
In 2017 zijn er geen klachten ingediend.