Versie: December 2020

Inleiding

KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer is gevestigd aan de Tussen meer 70 te Amsterdam. Op de begane grond is het kinderdagverblijf gevestigd en de buitenschoolse opvang op de eerste verdieping.

De Buitenschoolse Opvang (BSO) van Ons Dorpje biedt plaats aan maximaal 43 kinderen in de leeftijd van 4 t/m 12 jaar. Deze kinderen worden opgevangen in 2 aparte groepen:

 

De SMURFEN-groep (4 t/m 6 jaar), maximaal 20 kinderen per dag

De SPONGEBOB-groep (7 t/m 12 jaar), maximaal 23 kinderen per dag

Elke groep heeft zijn eigen speelruimte, kapstok en zoveel als mogelijk dezelfde pedagogisch medewerkers.

Wij zijn tijdens schooldagen geopend van maandag tot en met vrijdag van 13.30u-18.30u.

Tijdens reguliere schoolvakanties en studie-/vrije dagen, zijn wij ook geopend van 7.30u-18.30u.

Pedagogische visie en uitgangspunten

De keuze voor opvang in de BSO is een keuze voor opvang in groepsverband. Kinderen leren daardoor al vroeg rekening met elkaar te houden. Wil het individuele kind zich goed ontwikkelen dan moeten het zich in de groep veilig en vertrouwd voelen, en moet het de kans krijgen om een band op te bouwen met pedagogisch medewerker en groepsgenootjes.
De ontwikkeling van een kind wordt bepaald door een wisselwerking tussen individuele aanleg en omgevingsfactoren. Elk kind wordt gezien als een apart individu met eigen behoeftes. Wij proberen zo veel als mogelijk in te spelen op deze behoeftes en zodoende bij te dragen aan de individuele ontwikkeling. Het kind wordt gestimuleerd zodat het weerbaar en zelfstandig wordt, met het uiteindelijke doel dat het kind actief kan deelnemen aan het maatschappelijke leven. Dit gebeurt door te alle tijden respect te hebben voor elkaar, en voor de autonomie van het kind. Zo voelen ze zich veilig maar leren wel oplossingsgericht te denken en ontwikkelen zelfredzaamheid.

Andere belangrijke uitgangspunten, die per leeftijdsgroep passend ingevuld worden, zijn: normen en waarden, plaats en ruimte voor de emoties van het kind en communicatie.

 

Uitwerking in pedagogische doelen

De kwaliteitseisen in de Wet Kinderopvang zijn gebaseerd op de pedagogische basisdoelen van professor J.M.A. Riksen-Walraven:
– Bieden van emotionele veiligheid
– Stimuleren van persoonlijke competentie

– Bevorderen van sociale competentie

– Overdragen van normen en waarden

Hier geven wij per doel aan hoe wij dit bij Ons Dorpje invullen.

 

  • Bieden van emotionele veiligheid

Door de basisgroepen met zo veel als mogelijk vaste pedagogisch medewerkers, zorgen wij ervoor dat er vertrouwde personen aanwezig zijn waar het kind zich aan kan hechten. Door het tonen van respect voor het kind en de eigen inbreng van het kind, kan het zelfvertrouwen vergroot worden. Een vast dagritme en duidelijke, consequente regelgeving biedt structuur en dit is van groot belang voor de emotionele veiligheid.

De pedagogisch medewerker dient zich emotioneel betrokken te voelen bij de kinderen. Sensitief en responsief reageren op kinderen is zeer belangrijk voor de ontwikkeling van vooral de emotionele veiligheid van een kind, al vanaf de dag dat ze geboren worden. Als pedagogisch medewerker kunnen wij hier een grote bijdrage aan leveren door de signalen van de kinderen goed begrijpen (sensitief) en hier op een positieve manier op reageren (responsief). Door te laten blijken dat je de signalen van kinderen goed “verstaat” voelt het kind zich gezien, gehoord en begrepen in zijn behoeftes. Zo wordt de basis van zelfvertrouwen en eigenwaarde gelegd. Sensitief reageren op kinderen doen we door oogcontact te maken, vriendelijk en op kindhoogte met het kind te praten, benoemen en erkennen van emoties (“ik zie dat je heel boos bent, ik snap dat je boos bent, dat mag best!”), actief luisteren, lichamelijk contact maken (als het kind dit wilt) en letten op non-verbale communicatie van de kinderen. Het is belangrijk dat een kind zijn behoeftes en verlangens kenbaar durft te maken en zich veilig en vertrouwd voelt bij de pedagogisch medewerkers en de andere kinderen.

  • Stimuleren van persoonlijke competentie

Autonomie betekent: het recht om zelf te bepalen wat je doet. Als je respect hebt voor de autonomie van het kind, wil dat zeggen dat je respect hebt voor wie het kind is, voor de eigenheid van het kind en voor wat het kind wil. Het ene kind is wat drukker en onderzoekend, het andere kind is rustig en afwachtend. Door het kind het gevoel te geven dat het mag zijn wie hij is en door in te spelen op deze behoeftes, ontwikkeld dit het zelfvertrouwen van het kind op een positieve manier.
Door kinderen keuzemogelijkheden te geven (“Wil je knutselen of ga je liever kleuren?” “Wil je een spelletje doen of ga je liever buiten spelen?”) heb je respect voor hun autonomie, maar bepalen de pedagogisch medewerkers nog steeds in grote lijnen de invulling van de dag. Respect voor autonomie toon je ook door het aan te kondigen als je het kind wilt aanraken of een snotneus wilt vegen, geduld te tonen ten opzichte van de ideeën en oplossingen van het kind, op vriendelijke en respectvolle manier hun medewerking vragen (“Ik zou graag zien dat jullie nu gaan opruimen”) en door de kinderen te laten meepraten en – beslissen.

Om de kinderen zich op alle aspecten van hun persoonlijke ontwikkeling te kunnen laten ontplooien, bieden we veel verschillende activiteiten aan. Er is voldoende ontwikkelingsgericht spelmateriaal en activiteiten waarmee kinderen samen of individueel kunnen spelen. De kinderen mogen over het algemeen zelf kiezen welk spel ze willen doen, maar wanneer er een groepsactiviteit gedaan wordt, dan is het wel de regel dat iedereen meedoet. Dit bevorderd de sociale ontwikkeling van het individuele kind. We leggen de kinderen dan ook uit waarom het leuk is om wel mee te doen, en stimuleren ze hierin.
Er wordt heel vaak buiten gespeeld waar creatieve activiteiten worden georganiseerd. Ook besteden wij activiteiten geregeld uit aan externe sport- en spelaanbieder, speciaal gericht op de basisschool leeftijd.

 

  • Bevorderen van sociale competentie

Om zich sociaal te kunnen ontwikkelen moet het kind zich bewust zijn van de aanwezigheid van andere kinderen en de pedagogisch medewerkers. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo, op zijn eigen manier en niveau. De toegevoegde waarde van kinderopvang is de groepsdynamiek, omdat dit van zeer grote waarde is voor het ontwikkelen van sociale competenties. De opvang in groepen met anderen vormt de kinderen, en op die manier leren en groeien zij elke dag. Kinderen corrigeren elkaar, zorgen voor elkaar, leren met elkaar te spelen en dagen elkaar uit.
De ruimtes bieden gelegenheid voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden op verschillende manieren. Kinderen gaan samen op ontdekkingstocht, doen samen een gezelschapsspelletje of doen samen klusjes. We spelen veel gezelschapsspelletjes, en laten de kleinere kinderen vaak met de grotere spelen. De grotere kinderen lezen een boekje voor of helpen de kleinere kinderen met bijvoorbeeld lezen.
Uitgaande van de mogelijkheden van elk individueel kind worden er verschillende activiteiten aangeboden. Elke leeftijd en elke ontwikkelingsfase behoeft zijn eigen activiteiten en spel.

Voorbeelden hiervan zijn:

4-5 jaar: memory, kinderkwartet, ik-zie-ik-zie-wat-jij-niet-ziet, puzzels tot +/- 30 stukjes,

6-7 jaar: (leren) lezen, ganzenbord, puzzels tot +/- 50 stukjes,

8-9 jaar: mens-erger-je-niet, pimpampet

10-12 jaar: monopoly, hints

 

Het dagelijkse kring gesprek is ook van groot belang in het bevorderen van sociale competenties; de kinderen leren te wachten op elkaar, luisteren naar elkaar, stellen vragen en geven complimentjes. Samen zingen, dansen of een theaterstuk opvoeren versterkt dit ook.

 

  • Overdragen van normen en waarden

Het besef van normen en waarden begint bij kinderen op jonge leeftijd. Regels en afspraken vormen kaders waarin kinderen zich vrij mogen voelen en zich kunnen uitdrukken op alle manieren. Het overbrengen van normen en waarden is een belangrijke factor binnen onze kinderopvang.

Op de BSO gelden soms andere regels dan thuis en ieder kind kent verschillende afspraken. Van huis uit en afhankelijk van vele factoren zoals bijvoorbeeld leeftijd, cultuur en gezinssituatie. Door deze verschillende kaders te bespreken met de kinderen horen wij elkaars ideeën erover aan, en zorgen wij dat het duidelijk is wat de normen en waarden binnen onze BSO zijn. Het kring gesprek is daar een uitstekend moment voor. Ook bij conflicten voeren de pedagogisch medewerkers gesprekken met de kinderen over normen en waarden. De kinderen worden hierin ook gehoord. Wat mag, wat niet – en waarom? Wat spreken we met elkaar af? De BSO kent regels zoals: we zijn vriendelijk tegen elkaar, hebben respect voor elkaar, we sluiten niemand buiten, zeggen netjes gedag als je binnenkomt of weggaat, zeggen ‘dank je wel’ en ‘alsjeblieft’ tegen elkaar en hoe om te gaan met spullen.

Schelden en vloeken is absoluut verboden. Het kan voorkomen dat een kind tijdens het spelen een scheldwoord laat ontglippen. Het kind wordt hierop direct aangesproken.

Discriminatie is een sociaal onrecht. Wij geloven dat vooroordelen, discriminerende uitingen en gedragingen, al dan niet bewust, een desastreuze invloed hebben op het leefklimaat binnen de gehele samenleving en dus voor de kinderen en hun toekomst. Wij zullen ons inzetten om alle vormen van vooroordelen en discriminatie op de BSO te bestrijden. Hier wordt ook geregeld met de kinderen over gesproken tijdens bijvoorbeeld het kringmoment.

Het is af en toe nodig om kinderen te corrigeren. De pedagogisch medewerker moet telkens een bewuste afweging maken of zij het gedrag zal negeren, een alternatieve oplossing zal zoeken of dat zij het gedrag zal corrigeren. Vaak werkt het negeren van negatief gedrag, gekoppeld aan het belonen van positief gedrag het beste. Mits het binnen de kaders van veiligheid voor het kind zelf en de groep is uiteraard.

Het corrigeren heeft altijd een duidelijk verband met datgene wat gebeurd is. Deze vindt snel na de gebeurtenis plaats zodat er een verband bestaat tussen de daad en de straf. De duur van het corrigeren zal binnen de tijdsbeleving van het kind passen. Een voorbeeld hiervan kan zijn een time-out van een aantal minuten. De pedagogisch medewerker is consequent. Indien zij een kind waarschuwt, moet zij ervoor zorgen dat als het gedrag niet verandert de correctie wordt uitgevoerd. Dit betekent dat de aangekondigde correctie uitvoerbaar moet zijn.

Conflict tussen twee kinderen lossen wij op door allebei de kinderen daarop aan te spreken en met hen in gesprek te gaan. De kinderen kunnen bespreken samen wat er precies is gebeurd en wat er mis ging, onder toezicht van een pedagogisch medewerker.

Seksueel gerelateerd gedrag is niet anders dan vroeger maar het is meer ‘gewoon’, meer acceptabel. TV en You Tube zijn hierop van invloed. Er is veel meer bloot, ‘sexy’ wordt meer gebruikt. De pedagogisch medewerkers letten op waar kinderen naar kijken en adviseren de ouders dit thuis ook te doen. Bij onacceptabel seksueel gedrag leggen wij uit dat dit op de BSO niet wordt geaccepteerd, en vooral waarom niet. Als pedagogisch medewerker geef je geen waardeoordeel geven.

 

Bijzonderheden of problemen in de ontwikkeling

Alle kinderen zijn uniek en ontwikkelen zich op hun eigen manier, in hun eigen tempo. Maar als een kindje zich zodanig anders, langzamer of sneller ontwikkeld dan zijn of haar leeftijdsgenootjes, kan het zijn dat er hulp van buiten af nodig is. Het kindje zal misschien net wat meer, extra of specialere aandacht nodig hebben, die wij op de BSO niet altijd kunnen bieden. Dit zien wij absoluut niet als een probleem, maar juist een manier om het kindje te helpen, en zo communiceren wij het ook ten alle tijden naar de ouder/verzorger.
Als een ouder naar ons (pedagogische medewerker of leidinggevende) toekomt met vragen of problemen in de opvoeding of ontwikkeling, gaat de mentor van het betreffende kind een gesprek aan met de ouder. Hierin wordt besproken of de pedagogisch medewerkers hier ook tegenaan lopen, en wat een oplossing hiervoor zou kunnen zijn. Pedagogisch medewerkers kan de ouder altijd doorverwijzen naar het Ouder- en Kind Team Osdorp, of onze Ouder- en Kindadviseur. De contactgegevens staan in de sociale kaart van de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”.

Ook kan het zijn dat de pedagogisch medewerkers afwijkend gedrag of problemen in de ontwikkeling constateren. Zij overleggen dit met de zorgcoördinator en het kind wordt geobserveerd. Ook bespreken zij het met de naaste collega’s en met de leidinggevende. De zorgcoördinator begeleidt dit proces en biedt ondersteuning aan de pedagogisch medewerkers. Zij bepaalt dan uiteindelijk of hulp van buitenaf wenselijk is. Als dit het geval is neemt zij contact op met de ouders in en plant een gesprek, samen met de mentor van het betreffende kind. In dit gesprek wordt besproken waar de pedagogisch medewerkers tegenaan lopen, wat zij geconstateerd hebben, hoe de ouders dit ervaren en het advies met betrekking tot het inschakelen van hulp van buitenaf. Hulp van buitenaf kan enkel met toestemming van een ouder.
Als kinderopvang hebben wij een vaste adviseur waar regelmatig contact mee is. Zij kan advies geven of ons eventueel doorverwijzen naar een andere instantie. Ook kan Okido ingeschakeld worden. Een medewerker van Okido komt het kind observeren en vanuit hun standpunt wordt eventueel een verder advies uitgebracht. Dit kan zijn door bijvoorbeeld extra individuele aandacht d.m.v. een extra pedagogisch medewerker op de groep, of thuis extra ondersteuning.

 

Problemen in de thuissituatie

Het kan voorkomen dat een kind afwijkend gedrag vertoond door gebeurtenissen of situaties in de privésfeer. Ouders vertellen niet altijd alles en kinderen voelen een grote loyaliteit en/of schaamte. Als pedagogisch medewerkers een vermoeden hebben van huiselijk geweld, verwaarlozing of misbruik, zijn zij verplicht de stappen te volgen van de “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling”. Bij elk vermoeden moet direct de zorgcoördinator op de hoogte worden gesteld. Zij begeleidt het proces en biedt de ondersteuning aan de pedagogisch medewerkers bij elke te nemen stap. De “Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling” is hierin altijd leidend en ligt op elke groep. De pedagogisch medewerkers zijn op de hoogte van de inhoud hiervan en het wordt zeer regelmatig besproken tijdens overleggen. Meer hierover in het veiligheids- en gezondheidsbeleid.

 

Mentor

Ieder kind krijgt een mentor toegewezen. De mentor is een vaste pedagogisch medewerker die werkt op de groep van het kind. Alle kinderen weten wie hun mentor is en er moet een vertrouwensband zijn, zodat het kind weet  dat het werkelijk bij haar terecht kan als dat nodig is. De mentor is ook het vaste aanspreekpunt voor de ouders, en betrokken bij processen met betrekking tot bijvoorbeeld problemen in de ontwikkeling, zoals eerder beschreven.
Om de ontwikkeling van het kind te kunnen volgen, moet de mentor het kind echt kennen. De ouders worden tijdens het intakegesprek op de hoogte gebracht wie de mentor van hun kind is. Eventueel vervult de mentor ook een rol in het contact met andere professionals (met toestemming van de ouders).
Op de BSO wordt enkel een oudergesprek gevoerd als daar behoefte aan is bij de mentor/zorgcoördinator of de ouder.

Werkwijze, omvang en opbouw

Groepsvorming

Conform de normen van de Wet Kinderopvang wordt vastgesteld hoeveel kinderen in een groep geplaatst kunnen worden. Dit is afhankelijk van het aantal vierkante meters vloeroppervlakte; volgens de normen van de verordening kinderopvang komt dit voor  BSO Ons Dorpje neer op

43 kinderen in totaal. Op dit moment vangen wij maximaal 43 kinderen per dag op.

De BSO heeft 2 groepen:

De SMURFEN-groep (4 t/m 6 jaar), maximaal 20 kinderen per dag in een ruimte van 73,4m2,-

2 pedagogisch medewerkers

De SPONGEBOB-groep (7 t/m 12 jaar), maximaal 23 kinderen per dag in een ruimte van 81,3m2- 2 pedagogisch medewerkers

Elke groep heeft zijn eigen speelruimte, kapstok en vaste pedagogisch medewerkers. Hier kan incidenteel voorkomen dat er geen vaste pedagogisch medewerkers aanwezig zijn door bijvoorbeeld ziekte of onverwachte studiedagen. Van de wettelijke eisen met betrekking tot het inzetten van gediplomeerde pedagogisch medewerkers en het vastgestelde kind-leidsterratio, wordt niet afgeweken.

 

De groepen kunnen samengevoegd worden op de volgende momenten:
In vakantieperiodes en op studie-/vrije dagen voor 9.30u op de Smurfengroep.
In vakantieperiodes en op studie-/vrije dagen na 16.30u op de Spongebobgroep.
In vakantieperiodes en op studie-/vrij dagen als er over de gehele dag weinig kinderen zijn; op de Spongebobgroep.
In vakantieperiodes en op studie-/vrije dagen tijdens binnen-activiteiten; op de Smurfengroep.
Op de momenten dat de kinderen opgehaald worden van school, afgezet worden en nog niet al de leidsters binnen zijn. Ze worden dan gezamenlijk opgevangen op de Smurfengroep.
Alle kinderen weten te alle tijden tot welke basisgroep zij behoren en de ouders zijn op de hoogte van het samenvoegen van de groepen op bovenstaande momenten.

 

Beroepskracht-kind ratio (bkr)

De wet kinderopvang heeft bepaald dat de pedagogisch medewerkers een maximale hoeveelheid kinderen tegelijkertijd mogen opvangen. Voor onze BSO is één pedagogisch medewerker op 10 kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 6 jaar en één pedagogisch medewerker op 12 kinderen in de leeftijd van 7 tot en met 12 jaar.

3 uurs regeling

Het is toegestaan om op bepaalde momenten af te wijken van het pedagogisch medewerker/kindratio (bkr). Dit doen wij op de volgende tijden:

– Op reguliere schooldagen mogen wij maximaal een half uur afwijken van het bkr. Dit gebeurt op de volgende tijden:
Maandag – dinsdag – donderdag:

  • Smurfengroep: tussen 17.30u en 18.15u
  • Spongebobgroep: tussen 14.45u 15.30u

Woensdag:

  • Smurfengroep: tussen 17.30u en 18.15u
  • Spongebobgroep: –

Vrijdag:

  • Smurfengroep:
  • Spongebobgroep: 17.00u en 17.45u

Op vakantie/studiedagen mogen wij maximaal 3 uur afwijken van het bkr, niet langer dan 1,5 uur aaneengesloten. Dit gebeurt op de volgende tijden:

Maandag t/m vrijdag:

  • Smurfengroep: tussen 8.30u en 9.30u / tussen 12.30u en 13.30u / tussen 17.00u en 17.45u
  • Spongebobgroep: tussen 9.00u en 10.00u / tussen 13.00u en 14.00u / tussen 17.30u en 18.15u

Om dit te controleren wordt tijdens vrije dagen de tijd van brengen en ophalen genoteerd op de bezettingslijst en wordt dagelijks de tijden van pauzes genoteerd in de agenda.

Verlaten stamgroep/uitstapjes

Er worden geregeld activiteiten buiten de BSO gehouden. Dit kan tijdens schooldagen in de middag naar een speeltuin in de buurt, maar vooral tijdens de vrije dagen en vakanties. Tijdens de schoolvakanties worden er meerdere activiteiten per week buiten de BSO gepland. Dat varieert tot uitstapjes naar pretparken, kinderboerderij, bioscoop, zwemmen, theatervoorstellingen, dierentuin en activiteiten in het buurthuis. Bij uitstapjes gaan er altijd minimaal twee beroepskrachten mee. Indien het nodig is vragen wij extra begeleiders mee.

Bij elk uitstapje wordt er een planning gemaakt:

  • Hoeveel en welke kinderen gaan mee?
  • Welke (pedagogisch) medewerkers gaan mee?
  • Wat gaan ze doen?
  • Hoeveel en welke busjes zijn nodig?

Wat dient er meegenomen te worden:

  • Lijst met namen van de kinderen die meegaan;
  • Minimaal één mobiele telefoon. Het telefoonnummer hiervan wordt gegeven aan een achterblijvende pedagogische medewerker;
  • EHBO-koffertje (niet noodzakelijk als we in de buurt zijn)
  • Gekleurde hesjes voor de kinderen welke te alle tijden worden gedragen

 

Eenmaal buiten:

  • De kinderen dienen rustig te wandelen, niet rennen en schreeuwen, en goed voor zich te kijken.
  • De kinderen lopen twee-aan-twee, achter elkaar aan.
  • Er loopt minimaal één (pedagogisch) medewerker voor de kinderen en één achter de kinderen.
  • Eén (pedagogisch) medewerker zorgt er eventueel voor dat de kinderen veilig over kunnen steken door op het zebrapad te blijven staan.
  • Aangekomen op plaats van bestemming: de (pedagogisch) medewerkers vertellen de kinderen duidelijk wat de bedoeling is, waar de eventuele verzamelplek is, dat er ook andere mensen zijn waar ze rekening mee dienen te houden, en wat ze wel en niet mogen doen.

 

Doorstromen naar de volgende groep

De overgang naar de volgende groep kan voor het kind een ingrijpende gebeurtenis zijn. De overgang wordt daarom met zorg gepland en het kind wordt zorgvuldig begeleid. In principe gaat het kind over als het 7 jaar wordt. Maar ook de volgende punten worden mee genomen in de beslissing:

  • Is het kind qua ontwikkelingsniveau toe om door te gaan naar de andere groep? Heeft het kind behoefte aan een nieuwe uitdaging en zou het zich goed staande kunnen houden tussen de wat oudere kinderen? In overleg met elkaar en de ouders kan worden besloten om het kind al eerder of juist later over te plaatsen naar de grotere groep.
  • Kunnen er eventueel andere kinderen mee overgaan, zodat het gewenningsproces

vergemakkelijkt wordt.

 

Voor de doorstroming wordt er enkele malen proefgedraaid zodat het kind langzaam kan wennen aan de andere groep. Er wordt gekeken naar de behoefte van het kind; sommigen zijn al snel gewend, bij anderen duurt het wat langer.

Ophalen van school

De BSO zorgt voor het vervoer van school naar de BSO op de reguliere schooldagen, van de schoollocaties en schooltijden zoals die in de intake met de ouders zijn vastgesteld. De kinderen worden van school opgehaald door de pedagogisch medewerkers van de BSO, de directrice, de leidinggevende en bij ziekte of uitval sporadisch door een inval of stagiaire.
Ophalen gebeurt in één van de drie busjes van de BSO, in een personenauto, of lopend. Dit laatste is uiteraard afhankelijk van de ligging van de school.

Bij lopend ophalen:
Dit gebeurt alleen bij scholen in de directe omgeving. Een loopafstand tot 10 minuten vinden wij redelijk voor kinderen vanaf vier jaar. Er zal minimaal één medewerker zijn op 8 lopende kinderen.
De kinderen dienen zich onderweg aan de regels te houden. Dat wil zeggen: rustig lopen (liefst twee aan twee)  en goed luisteren naar de pedagogisch medewerker. De grootste kinderen vooraan en de kleinsten aan de hand van de pedagogisch medewerkers.

Bij ophalen met één van de busjes van de BSO of een personenauto:
Deze zijn te alle tijden voorzien van:

  • Inzittendenverzekering
  • Gordels
  • Kinderslot op de deuren
  • Zitverhogers voor de kleinsten (<1.35m)

Er worden niet meer kinderen vervoerd dan het aanwezige aantal stoelen in het busje.
Wij streven ernaar zoveel mogelijk dezelfde medewerkers dezelfde routes te laten rijden.  De medewerkers hebben voor iedere dag een lijst waarop de kinderen vermeld staan die er opgehaald dienen te worden en van welke school.
Wij halen kinderen van o.a. de volgende basisscholen:
– De Ichttus
– De Osdorpse Montessori
– De Horizon
– De punt
– Atlantis
– ’t Bovenland
– Burgemeester Amersfoort
– De Globe/Johannes (De kikker)
Huiswerk op de BSO

Hoe ouder het kind wordt, hoe meer huiswerk het soms krijgt. In overleg met de ouder wordt bekeken in hoeverre wij de mogelijkheid kunnen bieden het kind al of niet onder begeleiding het huiswerk te laten maken. Dit is afhankelijk van een aantal factoren als: is er een rustige ruimte beschikbaar, zijn er meerdere kinderen met huiswerk, is er begeleiding nodig en zijn er eventueel groepsactiviteiten gepland. Op basis daarvan wordt per situatie bekeken of het mogelijk is of niet.

Maaltijden

Het gebruik van de maaltijden en tussendoortjes is een gezamenlijke activiteit. Het gaat niet alleen om het eten en drinken, maar om het contact met elkaar. De sfeer van het gezellig samen zijn en een rustmoment op de dag. Het eten en drinken dient niet aan de kinderen opgedrongen te worden; eten moet iets leuks blijven en de kinderen worden positief benaderd.

Wanneer de kinderen andere voeding gebruiken of een dieetvoeding moeten dan wordt er van te voren overlegd met de ouder of de BSO de voeding aanschaft, of dat de ouder het zelf moet meenemen.

Op de BSO wordt er op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag warme maaltijden verzorgd. Een warme maaltijd bestaat uit rijst/pasta/aardappel, groenten en kip of vis. Deze maaltijd wordt genuttigd op het moment dat alle kinderen uit school zijn. Dit is rond 15.00 op woensdag, en rond 15.45u op de andere dagen.

Op maandag wordt er brood gegeten, op dezelfde tijdstippen als hierboven bij de warme maaltijd. Het brood wordt belegt met hartig: (smeer)kaas, (smeer)worst, pindakaas, of met zoet als appelstroop.
De maaltijden worden bereid en verzorgd volgens onze ‘Hygiënecode Kinderopvang Ons Dorpje’.

De warme maaltijden worden altijd op een bord met bestek gegeven. De kinderen eten op de BSO absoluut niet met de hand. Ook al is het kind dit thuis gewend. Meer hierover in het veiligheids- en gezondheidsbeleid.

 

Feestje vieren

Op onze BSO wordt aandacht besteed aan feestdagen zoals Sinterklaas, Kerstmis, Suikerfeest en Pasen.

Omdat er op Ons Dorpje verschillende culturen samen komen, willen wij feestdagen vanuit andere culturenook aandacht geven, zoals bijv. het Suikerfeest.
Daarnaast worden verjaardagen en afscheidsfeesten van kinderen tot een bijzondere gebeurtenis gemaakt. Er wordt gezongen en getrakteerd. Wanneer een kind bijna jarig is, wordt er met de ouders overlegd wat de bedoeling is; willen ze de verjaardag van hun kind wel of niet vieren op de BSO? En wanneer?  Ouders zijn uiteraard niet verplicht om de verjaardag van hun kind op de opvang te vieren en te trakteren.

De mentor van het betreffende kind zorgt ervoor dat alle voorbereidingen voor het feestje worden getroffen. Er wordt kenbaar gemaakt dat het kind jarig is door bijvoorbeeld een aanplakbiljet op de deur, en er wordt een cadeautje ingepakt.

Een kind krijgt jaarlijks nogal wat traktaties aangeboden; bij verjaardagen of als iemand afscheid neemt. Wij adviseren om niet al te veel snoepgoed te gebruiken als traktatie maar op zoek te gaan naar leuke, gezonde/hartige alternatieven.

De pedagogisch medewerker streeft ernaar om een kind met een dieetvoeding ook mee te laten genieten door bijvoorbeeld een aangepaste traktatie aan te bieden.

TV kijken

Op beide BSO groepen is een TV aanwezig. Deze wordt bijvoorbeeld gebruikt als er enkel een paar kinderen zijn in de vroege ochtend tijdens de vakantieperiode, of aan het einde van de dag. We zien er dan op toe dat de kinderen niet te lang TV kijken; maximaal 30 minuten per keer.

Tijdens vakanties/vrije dagen en slecht weer, wordt als activiteit wel eens kinderfilm bekeken. Dit is een film welke geschikt is voor alle leeftijden van de groep en gaat samen met popcorn of iets lekkers. Dit maakt het een sociale en gezellige activiteit voor de kinderen.

Personeel

Al onze pedagogische beroepskrachten beschikken over een relevante pedagogische mbo of hbo kwalificatie conform de CAO Kinderopvang. Tevens staat iedereen die werkzaam is, of regelmatig aanwezig is op onze kinderopvang, ingeschreven in het Landelijk Personenregister Kinderopvang. Inschrijven in het personenregister kan alleen met een geldige VOG (verklaring omtrent gedrag). De Justitiële Informatiedienst voert een continue screening uit en als blijkt dat iemand binnen onze kinderopvang een strafbaar feit heeft gepleegd welke een bedreiging vormt voor de kinderen, dan krijgen wij daar een signaal van via de GGD en de gemeente.

Er is altijd iemand op de BSO aanwezig die in het bezit is van een geldig kinder- EHBO diploma.

Al ons personeel wordt minimaal één maal per jaar individueel gecoacht door de pedagogisch coach. Ook bieden wij regelmatig verschillende trainingen, cursussen en workshops aan. De onderwerpen hiervan zijn afhankelijk van de behoeftes op dat moment.

Stagiaires

Om aankomende beroepskrachten de kans te geven ervaring op te doen binnen de kinderopvang, bieden wij een leerwerkplek voor stagiaires. De eerste paar weken van een nieuwe stagiaire worden gebruikt om alles en iedereen te leren kennen: de collega’s, de kinderen, de ouders en het dagritme. Wij verwachten enkel enthousiasme, vriendelijkheid en een liefdevol overkomen. Nadat de stagiaire is gewend worden er taken gegeven. Welke taken dat zijn is afhankelijk van het niveau van de stagiaire, maar ook het leerjaar en de eisen vanuit school spelen hierin een rol:
Niveau 1 en 2 is er vooral om de pedagogisch medewerkers te ondersteunen in de huishoudelijke en verzorgende taken.
Voorbeeld taken van een stagiaire niveau 1 of 2 kunnen zijn:
– Eten klaarmaken/voorbereiden

– Schoonmaken

– De was
– Activiteiten als een boekje voorlezen, liedjes zingen of het begeleiden van een knutselactiviteit
Niveau 3 en 4 worden echt klaar gestoomd voor het beroep van pedagogisch medewerker. Ze worden zo veel als mogelijk meegenomen in de dagelijkse gang van zaken en doen aan het eind van hun stageperiode bijna hetzelfde als de pedagogisch medewerkers.
Voorbeeld taken van een stagiaire niveau 3 of 4 kunnen zijn:
– Activiteiten plannen, voorbereiden en uitvoeren
– Tonen van eigen initiatief m.b.t. de dagelijkse routine
– Overdracht naar ouders (onder begeleiding van een pedagogisch medewerker)

Stagiaires worden begeleidt door een vaste pedagogisch medewerker. Deze pedagogisch medewerker heeft altijd minimaal hetzelfde opleidingsniveau als de stagiaire. Eens per 2 à 3 weken zitten ze samen om de voortgang te bespreken.

 

Taken van de pedagogisch medewerker

De taken van de pedagogisch medewerker zijn specifiek beschreven in de CAO Kinderopvang.
Een BSO pedagogisch medewerker is veel minder een verzorgend en veel meer een organiserend. Ze brengt gezelligheid en zorgt dat ze een relatie opbouwt met elk kind. Kinderen in de BSO hebben behoefte aan gezelligheid, maar ook aan geheimen, eigen plekjes, elkaar en aan zelfstandigheid. De pedagogisch medewerkers maken vaak grapjes met de kinderen waardoor de vriendschappelijke band beter wordt en de kinderen het gevoel krijgen dat ze met alles naar hen kunnen stappen. De pedagogisch medewerkers worden ondersteund door de leidinggevende en de pedagogisch coach. De leidinggevende is vaak op de groep voor huiswerkbegeleiding en ondersteuning tijdens de maaltijden.

 

Pedagogisch beleidsmedewerker en coach

De pedagogisch beleidsmedewerker van Ons Dorpje coacht de pedagogisch medewerkers bij dagelijkse werkzaamheden en draagt bij aan de kwaliteitsverbetering door te ondersteunen en adviseren.
Per fulltime formatieplaats (fte) wordt minimaal 10 uur coaching per jaar berekend. Voor BSO Ons Dorpje houdt dit 30 uur per jaar in. Iedere pedagogisch medewerker wordt jaarlijks minimaal één uur individueel gecoacht, naar behoefte van pedagogisch medewerker en/of directie vaker.
Daarnaast houdt de pedagogisch beleidsmedewerker zich ook bezig met het ontwikkelen en implementeren van het beleid.  Per kindercentrum wordt minimaal 50 uur per jaar berekend.

Veiligheid en hygiëne

Veiligheid en hygiëne is een zeer belangrijk punt in de kinderopvang. Ouders/verzorgers moeten hun kinderen met een gerust hart achter kunnen laten op de buitenschoolse opvang.

Voor het beleid omtrent de veiligheid en gezondheid binnen onze kinderopvang is een apart beleid opgesteld. Enkele punten zijn hieronder nader toegelicht. Meer hierover in het veiligheids- en gezondheidsbeleid.

 

Niet-aangrenzende buitenruimte

Naast de buitenruimte welke aangrenzend is aan het pand van de BSO, kunnen wij ook spelen in het park aan de overkant. Dit geldt voor zowel de smurfengroep als de spongebobgroep.

In het park worden spelletjes gedaan, gevoetbald, estafettes uitgezet of ze gaan er picknicken. Er kan ook speelgoed als skates, springtouwen, etc. worden meegenomen vanuit de opvang.

 

  • Alle kinderen dienen gekleurde hesjes te dragen tijdens het buiten spelen op de niet-aangrenzende buitenruimte.
  • Voor de smurfengroep is het bkr 1 op 8, voor de spongebobgroep is het bkr 1 op 12.
  • Een (bezettings-)lijst met alle kinderen die mee gaan moet mee, en minimaal één mobiele telefoon.
  • Bij vertrekken naar/verlaten van de niet-aangrenzende buitenruimte (het park aan de overkant) dienen de kinderen liefst twee aan twee, in een nette rij te gaan staan en lopen.
  • Er wordt rustig gelopen, er wordt absoluut niet gerend. Goed kijken waar je loopt.
  • Kinderen die zich niet aan deze regels houden worden direct gecorrigeerd. Er moet een drukke weg worden over gestoken dus veiligheid boven alles.
  • Het oversteken van de weg/het fietspad gebeurt altijd via het zebrabad.
  • Bij het aankomen in het park wordt er aan de kinderen duidelijk gemaakt waar ze mogen spelen en dat ze de afgezette ruimte niet af mogen. De ruimte(s) wordt/worden eventueel afgezet met pionnen.
  • De afgezette ruimte(s) bevinden zich zo ver mogelijk van in- en uitgangen van het park en het water.
  • De pedagogisch medewerkers hebben bij het buiten spelen altijd toezicht over de gehele speelplaats.
  • Er wordt door de pedagogisch medewerkers geen privé gebruik gemaakt van de mobiele telefoon.
    verlengde en in et kinderdagverblijf

Ziekte van een kind

Wij vinden dat een ziek kind niet thuis hort op de BSO. Een ziek kind heeft behoefte aan rust en zal op de BSO niet de aandacht kunnen krijgen die het op dat moment nodig heeft.

Onder ziek verstaan we onder andere het volgende:

  • koorts, temperatuur van 38 °C of hoger
  • besmettelijke kinderziekten zoals mazelen, waterpokken (vochtige blaasjes), bof, rode hond, ernstige diarree.

Wij handelen over het algemeen volgens de richtlijnen van het RIVM, maar er wordt vooral gehandeld vanuit de behoeften van het kind. Mocht het kind op de BSO ziek worden (bijv. >38 graden koorts), dan zullen de ouders hiervan op de hoogte gesteld worden. Wel bekijken wij de situatie per kind. Een kind kan ook zonder koorts niet lekker in zijn vel zitten . Soms laten we het kind nog even een uurtje spelen maar is de koorts daarna gestegen, dan moet het kind toch opgehaald worden. Onze pedagogisch medewerkers zullen altijd pas na overleg met collega(’s) of leidinggevende beslissen om de ouders te bellen. Het kind dient dan z.s.m. opgehaald te worden.

Het is belangrijk dat de pedagogisch medewerkers op de hoogte worden gesteld wanneer een kind in het weekend of de nacht ervoor ziek is geweest, zodat hier rekening mee gehouden kan worden.

Ouders

Oudercontacten

De ouders/verzorgers zijn primair verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van hun kinderen. Deze zorg wordt gedurende de tijd dat het kind op de BSO is door de pedagogisch medewerkers overgenomen. Het is van belang dat de ouder/verzorger de gelegenheid krijgt om zijn wensen met betrekking tot de verzorging van het kind over te dragen aan de pedagogisch medewerker. Deze dient de gelegenheid te krijgen om de ouder/verzorger te informeren over de tijd dat het kind op de BSO is.

BSO Ons Dorpje organiseert één keer per jaar een ouderavond met verschillende thema’s.

 

Kindinformatie

De ouders/verzorgers kunnen er van verzekerd zijn dat er zorgvuldig om wordt gegaan met persoonlijke gegevens, en dat deze niet aan derden worden gegeven. Pedagogisch medewerkers zullen voorzichtig omgaan met informatie over kinderen in hun contacten met andere ouders/verzorgers.

Het is belangrijk dat wijzigingen in de informatie met betrekking tot het individuele kind, zoals telefoonnummers van ouders of gewijzigde schooltijden, dienen altijd direct te worden door gegeven.
Het vervoer van de kinderen vanuit school is bij het BSO-tarief inbegrepen.

 

Ruilen / extra opvangdagen

Als de ouder/verzorger één of meerdere dagen extra opvang wenst, of wilt ruilen, dient dit minimaal twee weken van tevoren schriftelijk aan te worden aangevraagd, door middel van een aanvraagformulier. Afhankelijk van de bezetting en het aantal pedagogisch medewerkers op die dag zal er bekeken worden of dit mogelijk is, en dan ontvangt ouder/verzorger het aanvraagformulier ingevuld terug. Mocht er dringend een extra-/ruildag nodig zijn dan kan er altijd telefonisch contact opgenomen worden met de leidinggevende.
Voor de extra dagen wordt achteraf een aparte factuur verstuurd.

Er mag niet geruild worden met nationale feestdagen en/of dagen waarop de BSO is gesloten. Deze sluitingsdagen zijn niet mee berekend in de maandprijs van de BSO en er wordt dus voor deze dagen niet betaald.

Vertrouwenspersoon

Voor KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer BV is een vertrouwenspersoon aangesteld. Wij bieden hiermee de mogelijkheid om op vertrouwelijke basis te spreken over zaken waarbij u het gevoel heeft niet terecht te kunnen bij de medewerkers, leidinggevende of directie van de BSO. De vertrouwenspersoon is geheel onafhankelijk.

Naam: Wendy Withuis, e-mail: wendy.withuis@gmail.com

Opzeggen

De opzegtermijn bedraagt één kalendermaand.

Opzegging van het contract kan alleen schriftelijk of via de email.

Oudercommissie

KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer BV heeft een oudercommissie. De oudercommissie is noodzakelijk zodat ouders ook inspraak en adviesrecht hebben op de handelswijze en de beleidsvoering van de kinderopvang. De oudercommissie behartigd de belangen van de kinderen en hun ouders zo goed mogelijk.
Er wordt 2 à 3 keer per jaar vergaderd, deels samen met de directie en deels zelfstandig.

 

Interne klachtenregeling

Als een ouder een klacht heeft gaat de directie van Ons Dorpje er van uit dat deze zo spoedig mogelijk met de betrokkene besproken wordt. Het aanspreekpunt is daarmee in beginsel de medewerkster op de groep. Mocht dit niet leiden tot een oplossing, dan kan de klacht worden besproken met de directie. Leidt dit ook niet tot een bevredigende oplossing, dan kan een klacht ingediend worden.
Een klacht dient schriftelijk of digitaal te worden ingediend. De klacht dient binnen een redelijke termijn na ontstaan van de klacht ingediend te zijn, waarbij 2 maanden als redelijk wordt gezien. De klacht wordt voorzien van dagtekening, naam en adres van de klager, eventueel de naam van de medewerkster op wie de klacht betrekking heeft, de locatie en de groep plus een omschrijving van de klacht.
Mocht de klacht een vermoeden van kindermishandeling betreffen, dan treedt de Meldcode huiselijk geweld en  kindermishandeling in werking. Deze klachtenprocedure wordt daarmee afgesloten.

 

Behandeling klacht

De klachtenfunctionaris (Wendy Withuis, wendy.withuis@gmail.com) draagt zorg voor de inhoudelijke behandeling en registratie van de klacht. Zij bevestigt schriftelijk de ontvangst van de klacht aan de ouder, legt het voor aan de directie en houdt de klager op de hoogte van de voortgang van de behandeling van de klacht. Afhankelijk van de aard en inhoud van de klacht wordt een onderzoek ingesteld. Indien de klacht gedragingen van een medewerkster betreft, wordt deze medewerkster in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk te reageren.

De klachtenfunctionaris bewaakt de procedure en termijn van afhandeling.  De klacht wordt zo spoedig mogelijk afgehandeld, tenzij er omstandigheden zijn die dit belemmeren. In dat geval brengt de klachtenfunctionaris de klager hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. De klacht wordt in ieder geval binnen een termijn van 6 weken afgehandeld.

De klager ontvangt een schriftelijk en gemotiveerd oordeel over de klacht, inclusief concrete termijnen waarbinnen eventuele maatregelen zullen zijn gerealiseerd.

 

 

 

Extern klachtenreglement

Als de interne klachtafhandeling niet leidt tot een bevredigende oplossing of uitkomst, dan heeft de ouder de mogelijkheid zich te wenden tot de Geschillencommissie:
www.degeschillencommissie.nl
070 – 310 53 10

De ouder kan zich rechtstreeks wenden tot de Geschillencommissie indien van de ouder redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden een klacht bij de houder indient. Ook als de klacht niet binnen zes weken tot afhandeling heeft geleid, kan de klacht worden voorgelegd aan de Geschillencommissie.

De klacht dient binnen 12 maanden, na het indienen van de klacht bij Ons Dorpje aanhangig gemaakt te zijn bij de Geschillencommissie.

 

Overzicht klachten

KDV & BSO Ons Dorpje Tussenmeer BV krijgt jaarlijks een overzicht van de klachten die zijn ingediend.

In 2020 zijn er geen klachten ingediend.